Gastvrijheid in Kirgizië

Na een dagje Kochkor gaan we weer langzaam de hoogte in. De ochtend begint goed, want de grijze wolken die het blauw bedekken en waar de voorspelde regen uit zou moeten vallen trekken weg terwijl we ontbijten. Bovendien blijk ik me vergist te hebben in de dag waarop de veemarkt in Kochkor plaatsvindt. In positieve zin, want als we het marktterrein naderen is het onvoorstelbaar druk met auto’s, vrachtwagens en wandelaars die, al dan niet met vee, van en naar de markt bewegen. We hebben vandaag een kort dagje voor de boeg, dus tijd genoeg om een kijkje te nemen. En we hebben weer geen schaap gekocht.

Nog steeds met een zonnetje rijden we door, en waar de rondweg zich bij onze weg voegt, wordt het asfalt weer van Chinese kwaliteit. Dat komt goed uit, want we mogen omhoog en dat is toch altijd fijner op een gladde ondergrond. Tijdens onze theestop hebben de wolken nog eens naar de weersverwachtingen gekeken en beseft dat ze zich niet helemaal aan de gemaakte beloftes houden. De lucht trekt dicht en het begint fors te regenen. En die ruige landschappen zijn ontzagwekkend mooi, maar bieden nu niet echt een mogelijkheid om te schuilen. Gelukkig duurt het al met al niet al te lang. Bovendien weten we dat we niet ver hoeven, dus dat helpt ook.

Na zo’n 45 kilometer stoppen we in Sary-Bulak, bij het enige hotel voor onze volgende bestemming, dik 80 km verderop en een pas over. “No”, is de eerste reactie op onze vraag of ze een kamer hebben. Ietsje later blijkt er toch een te zijn, alleen blijkt een Chinese toerist een paar dagen geleden douche en toilet gesloopt te hebben, dus we moeten gebruik maken van het openbare toilet naast het bijbehorende restaurant. Het is niet alsof we veel keus hebben en de kamer is verder prima. Doorrijden is te ver met onze langzame start van vandaag, en kamperen hoeft van ons niet zo. Het is ook maar goed dat we niet zijn gaan kamperen, want ’s nachts dondert en bliksemt het. Aan de overkant van ons hotel en de moskee staan wat pipowagens die dienst doen als restaurant. Je kunt er vooral gebakken vis kopen. Hele stapels worden er gebakken, in afwachting van passanten.

De volgende ochtend lijkt het onweer de lucht geklaard te hebben. Vol goede moed gaan we op pad, we zien wel of de weergoden ons goed gezind zijn vandaag. Dat lijkt wel zo. Onze klim van dik 750 meter kunnen we droog afleggen. De lucht trekt wel langzaam dicht, maar het is wel zo fijn dat we iedere 200 geklommen meters even op adem kunnen komen. Het landschap is weer spectaculair, en regelmatig zien we een kudde met herders, of een yurt dan wel een ander tijdelijk huis waarin de Kirgizische halfnomaden de zomer doorbrengen, zodat hun vee zich vol kan vreten met het sappige gras van de zomerweides, die ze hier jailoos noemen. Ja, die regen is toch echt ergens goed voor …

Aan de overkant van de pas is het gedaan met de pret. We mogen weliswaar een lange afdaling inzetten, maar zien voor ons uit de regenwolken al tussen de bergen hangen. We hebben nog een beetje hoop dat onze weg naar links afbuigt, maar die blijkt ijdel. Op de top hebben we onze windstoppers al aangedaan, want op iets over de 3.000 meter is het zelden warm in een afdaling, maar ietsje verderop halen we de dikke winterfietshandschoenen ook maar tevoorschijn. De combinatie van regen en wind is snijdend koud.

Echt ophouden doet het niet, maar de regen wordt even wat lichter. Net als we de echte afdaling gehad hebben, begint het weer, maar nu het wat vlakker wordt zien we ook een dorp. We besluiten bij een winkeltje te stoppen. Als Wilchard naar binnen gaat om te vragen of er ergens een homestay of guesthouse is, word ik ook naar binnen gewenkt. De uitbaatster, Nuria, geeft ons stoeltjes bij de verwarming en gaat bellen. Na het derde belletje heeft ze een oplossing. Babushka (oma) Sonia, haar moeder, woont om de hoek en daar mogen we blijven. Als het droog wordt kunnen we doorfietsen, als het blijft regenen mogen we blijven slapen. Wat vinden we daarvan? Nou, dat klinkt ons als muziek in de oren, wat een gastvrijheid.

Ze loopt meteen mee, want het blijkt lunchtijd en het eten is klaar. We mogen meteen aanschuiven. Hier krijg ik ook mijn eerste kymys, gefermenteerde paardenmelk, die Sonia zelf op de jailoo gehaald heeft. Het klinkt viezer dan dat het smaakt, maar een fan zal ik niet worden. Bij de overige gerechten op tafel hoef ik gelukkig niet te veinzen dat het lekker is.

Babushka past op drie van de vijf kinderen van Nuria terwijl die in de winkel staat, en die vinden onze afleiding maar wat leuk. Je krijgt natuurlijk ook niet elke dag twee buitenlanders over de vloer. Het oudste meisje, 10 jaar, heeft Engels op school en kent wat woordjes. Als er leeftijden opgesomd moeten worden tussen de 0 en de 10 kent ze het getal in het Engels, als het een leeftijd tussen de 10 en de 30 is kent ze het ook, maar alleen als cijfer in een reeks. Dus 22, de leeftijd van haar oudste broer die in Bishkek studeert, wordt one, two, three, four, five, ….. twenty-one, twenty-two. Alles boven de dertig duurt te lang en gaat met handen en vingers.

Nuria is enorm communicatief. Ook zonder een gemeenschappelijke taal, op een paar woordjes na dan, kunnen we informatie uitwisselen. Als ze weer terug moet naar de winkel neemt Sonia het over. Die denkt wel te weten wat twee mensen die net uit Sary-Bulak zijn komen fietsen willen: slapen. We worden naar een andere kamer op een bank verhuisd en ze komt met dekentjes en kussens aandragen. Zelf gaat ze televisie kijken, de kinderen spelen gezellig om ons heen.

Na een tijdje begint het toch echt minder hard te regenen en besluiten we de laatste 35 km naar Naryn vandaag toch af te leggen. Na iedereen uitgebreid bedankt te hebben, stappen we weer op. En het blijft de rest van de rit dreigend, maar het wordt zowaar ook nog droog! Het laatste stuk, net voor Naryn, ziet er spectaculair uit. De wolken hangen laag voor en boven de bergen, en we dalen tussen een flinke rotspartij af naar de rivier de Naryn.

In Naryn laten we de twee banden die langzaam leeg lopen nog een keer controleren. Er blijkt geen gat in te zitten, maar beide lekken iets aan de bovenkant van het ventiel. Wilchard ontmantelt het ventiel en zet het weer in elkaar, hopelijk is het daarmee opgelost.

Gelukkig is het droog als we Naryn uit rijden, en dat blijft het ook. De weg die we vandaag volgen heeft een drietal korte klimmetjes, maar is verder zo goed als vlak. We rijden in een brede vallei westwaarts, waar ook de rivier de Naryn zich een weg doorheen baant. Alleen het af en toe bar slechte wegdek en de tegenwind die in de loop van de dag in kracht toeneemt voorkomen dat we al vroeg op onze eindbestemming zijn. Het landschap zorgt ook niet voor snelle rondetijden, om de zoveel kilometer moeten we weer even stoppen om de gele, kale heuvels die ons omringen vast te leggen. Erachter steken witte toppen de heuvels in, maar die zien we zo goed als niet vanwege de wolken die boven de heuvels hangen.

Aangekomen in Zhany-Talap gaan we op zoek naar een homestay. Er staan er genoeg op de kaart aangegeven, maar al aan het begin van het dorp worden we staande gehouden. Pete, een Amerikaan die namens het Peace Corps uitgezonden is, woont nu een half jaar in dit dorp, geeft Engelse les en spreekt in onze oren vloeiend Kirgizisch. De mensen bij wie hij in de auto zit blijken een homestay te hebben, alhoewel we ons niet aan de indruk kunnen onttrekken dat het idee op dat moment ontstaat. Ons maakt het natuurlijk allemaal niets uit, wij gunnen iedereen de extra inkomsten. Aan de rand van het dorp krijgen we een kamer toegewezen en kunnen de fietsen in een afgesloten opslagruimte. Moeders snapt er niets van dat ze ons de sleutel niet hoeft te geven, maar ons gaat het er hier in Centraal-Azië vooral om dat de fietsen niet in de zon en niet in het zicht staan. Dat laatste vooral omdat de Gates riem die de bekende ketting vervangt toch iets nieuws is en iedereen even wil voelen wat dat nu is.

Nadat Pete ons heeft geholpen met afspraken rondom avondeten en ontbijt en de slaapbank op onze kamer is uitgeklapt, lopen we het dorp in. Zoals bijna alle Kirgizische kinderen tot nu toe zijn ze ook hier uitermate beleefd. Ze zeggen vriendelijk hello of zdrastije, sommigen lopen op ons af om ons een hand te geven. Zelfs de vierjarige die met een vriendje aan het spelen is komt met uitgestoken hand op ons af, zowel op onze heen- als op onze terugtocht, absoluut niet bang.

Voor het avondeten hebben we aangegeven een keer geen vlees te hoeven, en daar is goed naar geluisterd. Gebakken aardappels met wortel en ui, vergezeld van een wortelsalade, brood, jam en thee. Terwijl we dit zitten op te peuzelen in de familiekeuken komt hun zoon van een jaar of zes binnen, handen op de rug. Hij loopt op zijn moeder af en haalt zijn handen achter zijn rug vandaan. Hij heeft een boeket bloemetjes geplukt, superlief. De zoen van mams op zijn wang maakt hem wat verlegen, zo in het bijzijn van volslagen vreemden.

Het licht op onze kamer, in de vorm van een lekker kitsche lamp, blijkt het niet te doen, dus er wordt een elektricien bijgehaald. Of in ieder geval iemand met een tang. Als die eens goed gekeken heeft en aan de slag wil, heeft de eigenaresse een ander idee. In de gang hangt nog een gloeilamp, kan hij daar niet even een tijdelijke oplossing mee maken, dan duurt het niet al te lang. En natuurlijk kan hij dat. Zonder dat de stroom eraf wordt gehaald knipt hij met zijn tang de draadjes waarmee de lamp is aangesloten door, de vonken springen ervan af. Vervolgens stopt hij de uiteinden in het stopcontact en voilà, er is licht. Als we willen slapen hoeven we alleen maar de draadjes bij de plastic omhulzing vast te pakken en uit het stopcontact te trekken. Een lekker praktische oplossing.

Een kort dagje door eenzelfde landschap, maar met iets beter weer, brengt ons naar Baetov.

Bij Guesthouse Myrza is de poort niet op slot, maar er lijkt niemand thuis. Wel staan er drie telefoonnummers op het uithangbord. Het eerste nummer lijkt niet meer te werken, nummer twee levert een antwoordapparaat, maar bij drie is het raak. Alhoewel dat niet veel op lijkt te leveren, want zoals verwacht spreekt de overkant geen Engels. Ik kan wel in het Russisch vertellen dat wij, twee toeristen, bij guesthouse Myrza zijn, maar dan houdt het op. Na een paar keer te hebben toegevoegd dat ik geen Russisch spreek, wordt de verbinding verbroken. Het lijkt midden in een zin te gebeuren, dus we wachten nog even, het guesthouse ziet er van buiten goed uit. Dan komen er twee jongetjes en een meisje aangelopen. Het meisje zegt hello en klimt over het lagere hek, ietsje later horen we een deur. Toch maar weer even kijken. Er blijkt ook een iets ouder meisje thuis, van een jaar of tien, en met haar komen we eruit. Ietsje later komt hun moeder ook, en word ik tegelijkertijd gebeld door een Kirgizisch nummer. Ze hebben iemand gevonden die goed Engels kent en kan helpen. Nu is dat niet meer nodig, maar de komende 40 uur zal moeders me regelmatig een telefoon in de hand drukken als ze iets wil communiceren wat wat meer uitleg behoeft. En dat gaat altijd over eten. Meer specifiek, over het feit dat het einde Ramadan is en dat ze voor ons lunch heeft klaargemaakt, want het is feest. En aan het einde van de middag dat ze voor ons avondeten heeft gekookt, want het is einde Ramadan en dus feest. Op straat is niet veel te beleven, maar binnen en op het erf straalt de warmte je tegemoet.

We pakken een rustdag in Baetov die dus toevallig samenvalt met het einde van de islamitische vastentijd. In de ochtend lopen we richting dorp (we zitten er net buiten). Eerst een stukje richting bergen, dan langs een kerkhof af, en we zijn er al. Veel open is er niet, maar de pinautomaat werkt en in de paar winkeltjes die wel open zijn kunnen we wel al onze boodschappen doen.

We draaien om en rijden terug naar Zhany-Talap. Andersom en met iets ander weer ziet zo’n route er toch weer heel anders uit. Terwijl we langs de gele heuvels bergafwaarts fietsen, horen we opeens gestommel rechtsboven. Een herder te paard dirigeert, geassisteerd door zijn hond, een kudde schapen naar beneden.

In Zhany-Talap stoppen we meteen op de hoek. De homestay was prima, maar een kilometer of anderhalf verderop, aan de andere kant van het dorp. Voor nu geen probleem, maar morgen hebben we een zware klim voor de boeg en alles wat we dan niet hoeven te fietsen is mooi meegenomen. Mars runt samen met zijn vrouw het Nomad’s Guesthouse op de hoek en spreekt goed Engels. Er is alleen een klein probleem, want aangezien het nog niet echt toeristenseizoen is, moet het guesthouse nog uit zijn winterslaap ontwaken, het is één grote bende. Hij kent wel iemand die een homestay heeft, maar wij zien nog een andere optie. De yurt die hij in de tuin heeft staan en die later vast als restaurantje dient is ook nog niet helemaal klaar voor zijn eigenlijke functie, maar we kunnen er wel prima slapen. Hij overlegt met zijn vrouw, komt met een aangename prijs terug voor diner, overnachting en ontbijt, en we hebben een slaapplaats.

8 thoughts on “Gastvrijheid in Kirgizië”

  1. Weer super genoten van je verhaal! En die gastvrijheid, enorm mooi!!
    De foto’s zijn weer heerlijke plaatjes, zo indrukwekkend!
    Ik geniet met jullie mee! Trouwens op de veemarkt die mannen met die hoge witte hoeden vond ik wel apart!. Gr. Tien.

  2. Nu zit ik in de trein naar Maastricht en las weer een geweldig verhaal gekleurd met mooie foto’s, heb weer genoten. Liefs van ons.

  3. Wat een prachtige landschappen! Als geoloog bodemkundige is dit smullen. Ziet er ook desolaat uit. En wat een gastvrijheid voor waarschijnlijk redelijke prijzen. De regen heeft jullie niet weerhouden van genieten en doorgaan. Zo te zien eten jullie gezond en lekker. Goed bezig weer. Ik ben ooit in 1999 im Naryn geweest.

  4. Wat een ongelofelijk landschap, wat een schoonheid! Het leven zal daar hard zijn voor mens en dier. En voor fietsers, ik krijg het al koud van de foto’s. Mooi om te lezen dat jullie zoveel geïmproviseerde gastvrijheid ontmoeten. Dank weer voor dit kijkje in een voor mij onbekende wereld.

  5. Wauw wat super mooie foto`s en dan die luchten indrukwekkend.
    Geweldig dat ze zo gastvrij zijn.Fijn geschreven Wendy.

  6. Hoi W en W
    Wederom een prachtig verhaal. Ik heb overigens in welk gedeelte jullie nu zitten.
    Waar gaat de reis naar toe . Kazachstan? Kan ik je route, gedaan en nog te gaan, ergens terugvinden.

    Goede reis en hartelijke groet
    T en J

Comments are closed.