Op naar Tajikistan?

Osh is weer even wat anders. Er zijn cafés waar we echte koffie kunnen drinken, maar ook leuke theehuizen, restaurants met de standaard Kirgizische gerechten, maar ook plekken waar je pasta kunt eten.

Ons guesthouse zit niet in het centrum, en we brengen allebei de dagen dat we hier zijn grofweg op dezelfde manier door. Na een rustig ontbijt lopen we richting het centrum. Daar nemen we uitgebreid de tijd voor een echt goede koffie. Het is alweer een tijd geleden dat we die gehad hebben, en hij smaakt dan ook heerlijk.

Vanuit het koffietentje lopen we het park in. Dat is hier voor een deel park, maar voor een groter deel kermis. En druk. Het lijkt wel alsof heel Osh is leeggelopen. Je kunt er dan ook vanalles doen: ballen gooien, pijltjes gooien, boksen tegen een nepfiguur, boksen met een VR-bril op, ritjes maken in een op afstand bestuurbare mini-jeep, echt in een mini-achtbaan, net echt in een grote achtbaan met een VR-bril op. Tussen al dit geweld door kun je ook nog een partijtje ouderwets schaken.

Aan het einde van de attracties zit een aantal cafés waar je thee kunt drinken en shashlyk kunt eten. Iedere 50 meter kun je een suikerspin kopen, iedere 20 meter een ijsje. Volgens nu.nl kan af en toe een ijsje eten geen kwaad en past het zelfs in een gezond voedingspatroon. Er staat niet bij of dat af en toe in een uur, een dag, een week of een maand is, dus we nemen het zekere voor het onzekere en eten er een paar terwijl we door het park lopen en later op de terugweg ook nog één (of twee).

Als we nog ietsje verder lopen wandelen we zo de markt op. En die is hier enorm. Helemaal aan het uiteinde zit onze favoriete afdeling: de торт базар ofwel de taartenmarkt. We kennen hem nog van twee jaar geleden en aarzelen dan ook niet om naar binnen te gaan. We blijven ons verwonderen over de enorme hoeveelheid taarten die hier op tafels staat uitgestald. Dit jaar hebben we geen fysieke prints van eerder genomen foto’s bij ons, maar veel mensen hebben whatsapp dus we kunnen één verkoopster verblijden met een digitale foto uit 2017. Ze vindt het hartstikke leuk, en ’s avonds appen we haar de foto’s die we vandaag gemaakt hebben.

Op de taartenmarkt kun je ook een stuk’je’ taart proberen. Er zijn er een paar voorgesneden en je kunt dus kiezen. Gezien de grootte delen we een stuk, maar één jonge vrouw met een nog normaal postuur werkt er een weg in haar eentje, waarvoor bewondering.

We wandelen verder over de markt en kijken nog steeds onze ogen uit. Niet alleen de koopwaar, maar ook de mensen en hun activiteiten blijven interessant en soms verrassend.

Oh, en op één van de twee dagen gaat Wilchard weer eens naar de kapper.

En op de andere lopen we terug via een groot Lenin beeld, waar het op het plein een drukte van belang is. Niet met arbeiders die de Internationale zingen, maar met bruiloftsgangers. De auto wordt tijdens de fotosessie gewoon midden op de weg geparkeerd, maar dat kan ook gemakkelijk aangezien één weghelft hier gedurende een paar honderd meter achtbaan is. En er is geen betere manier om een groot gezelschap op de foto te zetten dan met een drone.

De eerste avond in Osh eten we buiten de deur, de andere twee kook ik zodat we in de avond niet meer richting stad hoeven. Nou ja, koken. We kopen een kant-en-klare gegrilde kip, tomaten, komkommers en mayonaise, koken het restant van de pasta dat we sinds Karakol meeslepen en mengen alles door elkaar voor een lekkere pastasalade.

Aan het begin van onze rustdagen in Osh hebben we ons e-visum voor Tajikistan aangevraagd. De aanvraag ging zonder problemen, en de status is veranderd van ingediend naar in behandeling. Normaal gesproken zou dit maximaal twee werkdagen moeten duren en we zijn nog drie fietsdagen van de grens verwijderd, dus we verwachten dat dit geen probleem gaat zijn en stappen op de fiets. Het weer zit wat minder mee. De lucht is donker, af en toe regent het en de wind komt strak van voren. Het wegdek is zo’n beetje 2/3 van de route goed tot ok, de rest van de tijd vloeken we wat af. Wat meezit is het hotel waar we in Kyzyl-Kia terecht komen. Lekker rustig, een grote kamer, koffie- en theefaciliteiten op de kamer en ze schotelen ons zelfs wat watermeloen voor. Inclusief ontbijt slechts €12,50 voor ons tweetjes, en daarmee de beste prijs-kwaliteitverhouding in Kirgizië.

Tegen het einde van de middag is het alweer aangenaam warm, en de volgende ochtend, als na 15 km het beroerde wegdek plaats maakt voor superglad asfalt, zweten we ons de berg op. We hoeven niet ver vandaag en weten nog een leuk shashlyk plekje in Kadamjay, aan het water met tapbiertje. Nadat we hebben ingecheckt lopen we dan ook richting de plek waar we ons menen te herinneren dat het zit. Het komt ons niet heel bekend voor vanaf de straatkant, maar als we uiteindelijk besluiten dan maar ergens het terrein op te lopen blijkt dit de plek te zijn. De kebab met salade en brood is snel besteld, het bier is wat verwarrend maar komt uiteindelijk ook goed. Onze grootste uitdaging vandaag is om, in de warmte, na twee bier, bij het geluid van een snelstromend beekje, wakker te blijven.

Een laatste fietsdag door een redelijk vlak landschap brengt ons naar Batken, de grensplaats. Uiteindelijk gaan we trouwens nog steeds 900 meter omhoog en 900 meter omlaag, maar zo zonder bergen heb je dat gevoel niet. Alleen de eerste kilometers mogen we noecht omhoog en omlaag, daarna zien we d Ed bergen enkel nog vanuit de verte.

Wat we vandaag nog missen, is het visum. 5 dagen geleden, waarvan 4 werkdagen, aangevraagd, maar de status is nog steeds ‘in behandeling’. En heel vaak bekijken of de status gewijzigd is verandert daar niks aan. We sturen een mail naar het e-mailadres dat vermeld staat op de website, en hopen dat die morgen wordt opgepikt.

Aan het einde van de vrijdagmiddag, als de status nog ongewijzigd is, krijg ik mail binnen. Het blijkt echter een melding van gmail te zijn dat mijn oorspronkelijke mail niet bezorgd kan worden en dat ze het nog 47 uur proberen. Ik vul het Contactformulier op de website in als alternatief en we wachten verder. Gelukkig heeft Batken iets meer te bieden dan we oorspronkelijk dachten, maar het blijft een klein plaatsje, dus veel verder dan een redelijk grote markt komen we niet.

Ook zaterdag blijft het stil vanuit Tajikistan, maar als we eerlijk zijn verwachten we in het weekend ook niets. Als op zondagochtend de electriciteit in het hotel eruit ligt en we dus geen internet hebben, maken we ons niet druk. We kopen zelfs geen extra data voor op onze simkaart. Als tegen zessen de elektriciteit terug is, blijkt dat we dat toch beter wel hadden kunnen doen. We hebben allebei een mail met de melding dat ons visum is goedgekeurd. Helaas gaat het wel per afgelopen vrijdag in, waardoor we geen 45 maar 42 dagen hebben, maar dat levert met wat schuiven met rustdagen geen problemen op.

De volgende uitdaging is het printen van een fysiek exemplaar van het visum, maar dat gaat vandaag niet meer lukken. Bij het hotel doet de printer het wel maar de computer niet, in het internetcafé in het centrum doen de computers het wel maar is de printer kaduuk. En verder zit alles dicht. Dat betekent morgen een iets latere start dan gehoopt, maar hoe dan ook kunnen we de grens over.

In de ochtend blijkt acht uur te vroeg, maar om negen uur hebben we printjes van onze e-visa en onze laatste Kirgizische som omgewisseld tegen Tajiekse somoni. De Kirgiezen hebben sinds 2017 niet stil gezeten. De weg naar de grens, die me bij staat als belabberd, is mooi glad asfalt. De wind die er is zit in onze rug, en we gaan met nog net geen procent naar beneden. Makkelijk fietsen dus, en dat geeft ons de gelegenheid ons te verbazen over de enorme hoeveelheden abrikozen die we zien. Aan de bomen, maar meer nog op stukken plastic op de grond. Ze hebben verschillende kleuren, die aanduiden hoe lang ze al liggen te drogen. Het lijkt daarbij wel alsof de eigenaren van de boomgaarden tijdelijk tussen de bomen wonen, hele gezinnen zitten in en om een soort hut.

De grens gaat gemakkelijk, zowel Kirgizië uit als Tajikistan in. We zijn zelfs eerder Tajikistan in dan Kirgizië uit, maar dat heeft meer met het tijdsverschil te maken, voor het eerst sinds Almaty mag de klok terug. We zijn nog geen 10 meter de grens over of iemand roept al ‘chay’ (thee). Weer ietsje verder komt iemand gezellig kletsen en als we even stoppen om te kijken of we de afslag moeten hebben komt een man met veel goud in zijn mond even babbelen. Het otkuda (waar kom je vandaan) is hier nog meer aanwezig dan in Kazachstan en Kirgizië, regelmatig horen we het uit het autoraampje van iemand die langsrijdt of er zelfs speciaal wat langzamer voor gaat rijden.

Net na de grens wordt de weg minder en merk ik dat ik toch echt moet wennen aan de inmiddels fors hoge temperatuur. We besluiten dan ook te stoppen in Isfara, het eerste plaatsje met hotels na de grens. We weten dat de overnachtingsplekken in dit stadje erg basic zijn, maar verder rijden is niet echt een optie. Voor 40 somoni (€3,75) hebben we een basic kamer, waar de fietsen voor de verandering gewoon op mogen. Een overheerlijke kipshaslyk met brood, zelfgemaakte ketchup en twee ijsjes later lopen we even de markt op. En gaan ook weer terug naar de kamer. Mijn lichaam reageert nog niet goed op de temperatuur, dus tijd voor rust. Wat in ieder geval opvalt is dat we met het oversteken van de grens ook afscheid hebben genomen van de Mongoolse hoofden uit Kirgizië. Hier lijken we meer Russische en Iraanse gelaatstrekken te herkennen.

Na een zweterige nacht gaat de wekker om kwart voor vijf. Het is dan al een half uurtje licht, maar kwart over vier is ook weer zowat. Zelfs op dit tijdstip is het niet koel, maar gelukkig wel prima te hebben. En in navolging van de Kirgiezen hebben de Tajieken de weg die twee jaar geleden nog een grote bouwput was helemaal opgekalefaterd. Naar beneden rijdt dat goddelijk, al helemaal omdat we dan wat meer rijwind genereren. En naar boven rijdt dat ook prima, alleen is die rijwind dan weg en kan mijn lichaam de temperatuur niet goed reguleren. Boeiend, met name omdat het nog lang niet de 46 graden is die het later zal worden, en de naar boven net als de naar beneden slechts met 1% gaat. We stoppen regelmatig, en ik voel gelukkig het moment waarop het beter gaat. Het blijft heet, en we drinken ons suf, maar ik zweet weer in de mate die daarbij hoort.

We ontbijten bij een restaurantje waar we, naast de bestelde eieren met brood, pruimen en perziken uit eigen tuin krijgen. En die zijn heel veel lekkerder dan de eieren bij deze temperaturen. De rest van de dag is dan op papier erg gemakkelijk. Als we bij een winkeltje wat zitten te drinken valt zelfs op dat het ‘nog maar’ 37 graden is. En een halve kilometer verderop weten we waarom, als we ons best doen om tegen een fikse storm in te fietsen. De lucht ziet gelig van het zand, en aangekomen in Khojand blijk ik een natuurlijke zonbescherming van stof te hebben, die vastgekleefd zit aan de zonnebrand.

De vorige keer hebben we in Khojand behoorlijk wat tijd nodig gehad om een betaalbaar hotel te vinden waar de fietsen veilig konden staan. We proberen ons geluk bij het hotel waar we toen verbleven, maar verwachten er niet al te veel van aangezien de oplossing toen niet ideaal was. Na 3 minuten staat Wilchard alweer buiten, zonder helm, een teken dat het gelukt is. Dit keer geen halsbrekende toeren in een lift waar de fietsen eigenlijk niet in passen, zelfs niet gekanteld op het achterwiel, maar een kamer op de begane grond waar we ze zo in kunnen rijden. Ideaal.

De volgende ochtend staat de wekker nog een kwartier vroeger, is het bewolkt en waait het nog steeds behoorlijk. Dat zorgt er wel voor dat de temperatuur een stuk aangenamer is en zodra we Khojand uit zijn krijgen we glad asfalt. Tegen de middag zijn we al in Istaravshan. We checken in en gaan een paar deuren verderop eten bij een zelfbedieningsrestaurant waar we goede ervaringen hebben opgedaan. Het is er erg druk, en terecht, want we eten allebei goed en gaan ’s avonds ook nog een keer terug. Wij vinden het ideale restaurants: je hebt veel keuze, ziet hoe het eruit ziet en kunt laten opscheppen wat en hoeveel je wilt. Ik ben vooral fan van een soort groentesoep met gehaktballetjes. Degene die opschept vist er een paar extra voor me uit, natuurlijk na geantwoord te hebben op zijn otkuda. Als het hele restaurant weet waar we vandaan komen en duidelijk is dat er morgen niemand met ons mee naar Ayni wil fietsen, krijgen we het verzoek om een van de obers aan een Engelse test te onderwerpen. Hij heeft nu een half jaar drie keer per week Engelse les, en kan zich redelijk redden. Wat vooral opvalt is dat hij een heel behoorlijke Engelse uitspraak heeft. Istaravshan valt sowieso op door de jongeren die hun Engels willen oefenen.

We zijn in Istaravshan voor de markt. Die vinden wij hier echt fantastisch, dus na de lunch lopen we die kant op. De vorige keer was dit de eerste plaats waar we foto’s afgeleverd hebben die we bij ons eerste bezoek in 20xx gemaakt hebben. Dit keer hebben we geen printjes maar digitale versies.

Al rap blijkt dat whatsapp in Kirgizië wat meer verspreid is, evenals (snel) internet in zijn algemeenheid. We vinden namelijk al vrij snel, in de shaslykstraat, ons eerste fotomodel. En hij is net zo enthousiast als in 2017. Aan iedereen die het maar wil horen wordt verteld dat we hier twee jaar geleden ook waren en toen een foto hebben gebracht. Vervolgens mag ik dan de foto die we toen van hem gemaakt hebben laten zien. Als ik vraag of hij facebook, whatsapp of email heeft zodat ik hem zijn foto kan sturen van de vorige keer plus degene die we nu gemaakt hebben, blijkt hij geen van de drie te hebben. Hij laat zijn telefoon zien om aan te geven wat hij wel heeft, en daar zien we het vertrouwde Instagram symbool. We zoeken mij op en sturen een uitnodiging, zodra we Wi-Fi hebben stuur ik hem de foto’s.

We hebben wat moeite om de zuivelafdeling te vinden, maar gelukkig wil een jongen ons er wel naartoe wil brengen. Hij wil zijn Engels graag oefenen, maar heeft nog een lange weg te gaan. Wij trouwens ook, want de zuivel blijkt aan de andere kant van de markt te zijn. Hier zijn meerdere mensen die we zichzelf kunnen laten terug zien, en iedereen weet nog dat we hier twee jaar geleden ook waren omdat ze zich herinneren dat we toen foto’s af hebben gegeven. Bijna iedereen die we zien herkennen we ook, we zijn hier de vorige keer best lang geweest en de meesten willen gewoon een beetje kletsen.

We lopen verder wat rond, en ook hier is Nederland vooral bekend om het voetbal. We krijgen zelfs, naast Gullit en Van Persie, van Dijk terug op ons Gallandia. Dan kan er nog zoveel te doen zijn om de transfers van Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt in de Nederlandse kranten, wij denken dat dit de eerste keer is dat iemand een Nederlandse voetballer van de huidige generatie noemt.

Istaravshan uit gaat omhoog. Heel geleidelijk, maar wel dik 60 km met gemiddeld 3%. De snelle rekenaar weet dan dat we zo’n 1.800 meter mochten klimmen. De niet zo snelle rekenaar heeft het zojuist kunnen lezen. Op de laatste paar kilometer na is het nergens steil, en omdat we vroeg vertrekken en stijgen wordt het ook niet warm. Een prima fietsdag.

Een kilometer of tien voor de top komen we bij een kurut- en honingstalletje. Iets verderop hebben we in 2017 thee aangeboden gekregen, en als we de foto die we toen gemaakt hebben laten zien blijken ze verhuisd te zijn naar dit stalletje. Aan de overkant van de weg hebben ze hun boerderij. In de winter wonen ze in Ayni, waar wij naar op weg zijn, en in de zomer kunnen mensen uit het dorp hun vee bij hun stallen. Ook nu krijgen we weer thee aangeboden, al voordat ik aankom is oma water gaan koken. De vader moet weg maar heeft zijn eigen zoon, die Engelse les heeft, gebeld. Die komt eraan. Een mooi moment om paps onze laatste sleutelhanger (in de vorm van een fiets) te geven. Hij is duidelijk verguld, de autosleutels worden voortaan vergezeld van een I-love-Holland-fiets. Paps is trouwens degene met het rode petje in de foto uit 2017. Zoek de verschillen met de meest recente foto.

De top is trouwens niet echt de top. Onze vrienden de Chinezen hebben een prima tunnel aangelegd, mét verlichting. Hij is helaas wel dik 5 km lang en gaat licht omhoog, maar het verkeer valt mee en rijdt rustig. Het vervelendste is het geluid: in zo’n tunnel klinkt alles harder, dus ook auto’s, en bovendien heb je geen idee waar het vandaan komt. Geen probleem als je geen naderende lichten ziet, maar als die er wel zijn wil dat niet zeggen dat er niks van achteren komt.

We zijn dan ook blij als we weer in het daglicht rijden. Niet in het minst omdat we vanaf hier flink mogen dalen. Het landschap is ook compleet anders. Waar we in het groen omhoog klommen, dalen we af langs rotswanden met in de verte witte toppen en in de diepte Ayni. Op ieder enigszins vlak plekje staan mensen gedroogd fruit en kurut te verkopen, wat gretig aftrek vindt bij de passerende Tajieken.

We beginnen de ochtend met een bijzonder korte etappe. Na 2 km halen we de tassen al van de fiets en steken we de duim in de lucht. We moeten vandaag de Anzob tunnel door, die we in tegenstelling tot de tunnel van gisteren niet willen fietsen. Hij was in 2017, toen we ook vervoer gezocht hebben, een stuk beter dan de eerste keer dat we er doorheen gingen, in een auto, maar nog steeds onverantwoord. We maken het onszelf vandaag dus gemakkelijk. Die duim is trouwens figuurlijk, hier ga je gewoon aan de weg staan. Als een chauffeur zin en plek heeft stopt hij en kun je tegen betaling mee. Soms is het een shared taxi, soms een particulier die toevallig dezelfde richting uit moet. Een soort alternatief openbaar vervoer dus.

Er zijn helaas niet al te veel auto’s die langs komen en waar wij mee mee zouden kunnen. Het gros zit al vol, en als er al plek is in de auto of vrachtwagen voor twee extra passagiers kunnen onze fietsen er niet bij. Na een tijdje stopt bij het tankstation aan de overkant een pick-up. Ideaal voor ons, maar hij moet ergens anders heen. Dat brengt de pompbediende wel op een idee, want twee minuten later stopt er weer een pick-up. Deze heeft duidelijk als missie om ons voor een mooie prijs op onze bestemming af te leveren. Alleen is zijn mooie prijs dik twee keer het bedrag dat wij voor ogen hebben. Hij zakt behoorlijk, naar 280 somoni, maar we vinden elkaar nog niet. Uiteindelijk komt er een auto met dakplaat waar onze fietsen wel op bevestigd kunnen worden. Hij wil ons wel voor onze prijs wegbrengen, maar dan gaan we liever voor iets meer met de pick-up mee. Alleen stijgt daar nu opeens weer de prijs. Het eind van het liedje is dat we toch voor 280 somoni met de pick-up meegaan. Als we de fietsen hebben ingeladen en 100 meter verderop een bocht omgaan, zien we dat we 150 meter verwijderd stonden van de vervoershub van Ayni, waar we enorm snel en simpel wat hadden kunnen regelen. Maar we zitten goed en kunnen even glimlachen om onze chauf die het wel leuk vindt om met een van onze fietshelmen op achter het stuur te zitten.

Hij rijdt prima, maar je kunt aan zijn gespannen houding in de tunnel zien dat hij deze vijf kilometer geen feest vindt. Wij vinden het in de auto al geen pretje en zijn erg blij dat we hier niet hoeven te fietsen. De combinatie van slecht wegdek, afwezige ventilatie, minimale verlichting en her en der een lek maken dit tot een dramatraject. Aan de andere kant van de tunnel laden we onze fietsen en bagage weer af en nemen we afscheid.

Vanaf hier is het easypeasy, dik 70 km naar beneden. Iets minder fraai dan gisteren, maar een stuk relaxter: én geen enorme afgrond, én een hellingshoek van een procent of twee. Dus wel regelmatig bijremmen, maar niet constant in je remmen knijpen.

Het enige wat niet relaxt is zijn de sneeuwtunnels waar we om de haverklap doorheen moeten. We herinneren ons een paar korte, wat waarschijnlijk betekent dat we de paar langere die we door moeten en waarin de term pikkedonker opeens een heel eigen leven gaat leiden hebben verdrongen. Het vervelende is daar dat je constant moet schakelen tussen verschillende soorten licht (tegemoet komend verkeer, achterop rijdend verkeer, een spaarzame lamp tegen het plafond), waardoor je op het moment dat dat wegvalt en je terug moet vallen op je eigen verlichting even niets ziet. Het zijn trouwens sneeuwtunnels omdat ze gebouwd zijn op plekken waar de weg ’s winters anders bedolven zou zijn onder de sneeuw die van de berg naar beneden schuift. Nu vervolgt die sneeuw via het tunneldak zijn weg naar beneden, en is de weg het hele jaar berijdbaar.

Die tunnels houden gelukkig wel een keer op, en uiteindelijk rijden we bijzonder relaxed Dushanbe in. Zodra we een grote megafon winkel zien stoppen we om een simkaart te kopen. Buiten staan ze te flyeren, en terwijl ik binnen de simkaart regel flyert Wilchard lekker mee. Als ik klaar ben en me omdraai schiet ik in de lach. De verkoopster ziet wat ik zie en vindt het ook grappig. De klant die ze inmiddels aan het helpen is moet maar even wachten, want ze moet toch echt een foto van maken van die flyerende buitenlander met een groen megafon petje op. Ik heb in ieder geval een telefoonnummer gekregen dat ik gemakkelijk kan onthouden: 900181071. Heeft het laten zien van mijn paspoort toch nog een voordeel.

Klik hier trouwens voor wat kerndata over Tajikistan en je kunt concluderen dat het land 10 plekken lager op de corruptie-index staat dan in 2017. En lager is corrupter. De agent die we op weg naar Istaravshan langs de weg zagen staan doet daar niet aan mee.

7 thoughts on “Op naar Tajikistan?”

  1. Wat een heerlijk verhaal. Wat een stuk taart, ongelooflijk. Die tunnels zou ik ook niet fijn vinden. Heerlijk zoals jullie vertellen over het eten en waar je naar uitkijkt. Wat onwijs gaaf om de mensen weer te zien en de foto’s van 2 jaar geleden te laten zien.
    Wat een land en wat een indrukken. Genieten dus ook voor ons als lezer/kijker. Dank jullie hiervoor.

  2. Wat ontmoeten jullie veel mensen! En dat jullie dan ook na jaren nog die gezichten terug herkennen. Wat is het leuk om via jullie blog elke week een kijkje te kunnen nemen in een wereld waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Ben nu alweer benieuwd wat jullie komende dagen gaan beleven!

  3. Eindelijk kan ik weer eens een reactie schrijven. Genieten van je verhaal Wendy en ook zeker van de afgelopen verslagen de prachtige foto’s.
    Fiets ze en ik blijf jullie volgen met veel plezier.
    Groetjes uit DB.

  4. Ja, die tunnels zijn wel wat. We zijn 3x door de Anzob gegaan! Leuk verhaal weer. In Bishkek is het nu 40 graden (en dan fietsen we nog niet eens). Veel plezier in Tadzjikistan, een topland.

  5. Heerlijk om te lezen weer, die avonturen van jullie. En prachtige foto’s natuurlijk weer. Grappig dat jullie je al die mensen nog kunnen herinneren, en dat zij jullie nog herkennen.
    Veel fietsplezier en rustig aan he met die warmte!

  6. Weer volop genoten van het verhaal zoals jullie van de koffie genoten!!
    En wat heerlijk dat jullie die mensen zo blij maken met de foto’s uit 2017!!
    En een hotelkamer voor 2 personen en 2 fietsen met ontbijt, voor 12,50, geweldig!! Blij dat je weer goed op temperatuur komt na zo’n temperatuur! Weer heel veel plezier samen. Groetjes Tien!!

  7. Wat veel belevenissen en heel fijn dat ze jullie nog kennen.
    De taarten zien er ook dit keer weer geweldig uit.
    Inderdaad wel grote stukken.
    Te hopen dat jullie aan de hitte wennen,dat wordt aanpassen. Fiets ze nog

Comments are closed.