We krijgen het weer wat warmer

Toktogul is weer eens een echt plaatsje, met winkeltjes, een marktje en restaurants. Geen internationale cuisine of zo, maar wel weer een menu waar salat olivier op staat, een soort huzarensalade. En niet te vergeten de beste ijszaak van Kirgizië. Je proeft de melk. Het is er steeds loeidruk, maar we vinden toch iedere keer een plaatsje. Iedere keer? Ja, we lopen op een dag minimaal twee keer binnen. En soms nemen we dan nog een tweede ijsje, gewoon, omdat het kan.

Als we via het park naar het stadion lopen zien we opeens verschillende meiden in mooie jurken die kant op gaan. Er blijkt vandaag nog niets te doen te zijn, maar morgen start een regionaal voetbaltoernooi. Mét openingsceremonie, vandaar de mooie jurken. Hoe laat? Om negen uur.

Dus we blijven nog een dagje en zijn om negen uur in het stadion. Het regionale toernooi blijkt teams uit heel Kirgizië te trekken. Dus dan kan het zijn dat er om negen uur nog niet al te veel clubs aanwezig zijn. Om precies te zijn twee, en Toktogul is er één van. Tussen 9 en 10 druppelt de rest binnen, maar er zijn dan ook teams bij die dik 600 km moeten rijden voor dit evenement. Enkele reis. Tegen half tien begint de openingsceremonie. Het lijkt een combi van de Olympische spelen en een Champions League finale. Voorafgegaan door een dame in klederdracht met bordje lopen de teams het stadion half rond. Sommige teams zijn er nog niet, maar dat mag de pret niet drukken. Na nog een half uurtje gewacht te hebben langs de rand van het veld is iedereen aanwezig. Er is maar één voetbalveld dat is opgesplitst in twee kleinere veldjes, dus het zijn geen volle elftallen. Er is één team van drie spelers, maar er zijn er ook van tien. Sommige teams hebben allemaal hetzelfde tenue aan, anderen hebben gewoon een shirt uit de kast getrokken.

Nu iedereen er is kan de ceremonie worden afgerond. Ieder team heeft minimaal één klein jongetje in voetbalkleren aan de hand, Messi is zwaar oververtegenwoordigd. De omroeper kondigt de teams aan, die achter elkaar lopend het rondje afmaken, al dan niet onderwijl selfies makend. Als ze te dicht achter elkaar lopen, wordt de omroeper boos. Wij vormen toch zeker 5% van het publiek, druk is het niet.

Van de toespraken verstaan we alleen de woorden “Fair Play”, de man van de muziek heeft slechts twee verschillende nummers die hij tot in den treure herhaalt, en bij het volkslied gaan we ook maar staan, net als de rest. Zelfs de vierjarigen staan serieus met hun hand op hun hart voor zich uit te kijken.

Het sluitstuk van de ceremonie is een dans door jongedames in fraaie kleren met een hoge puntmuts op. We liepen al achter ze aan op weg naar het stadion, en in de tussentijd hebben ze nog flink staan oefenen.Het optreden gaat dan ook foutloos.

En dan is het tijd voor het echte werk. De teams moeten zelf nog even de doelen het veld op dragen, maar dan kan het evenement echt beginnen. Op basis van het postuur van de meeste spelers schatten we het niveau niet al te hoog in, terecht zo blijkt. Als er afgefloten wordt voor de rust gaan we een ijsje eten.

Het evenement duurt twee dagen, dus de hotels in Toktogul doen goede zaken. Halverwege de middag landt het team van Cholpon Ata in ons hotel voor de derde helft: wodka, brood en sigaretten. Als we terug komen van ons avondeten, zijn ze nergens meer te bekennen, tot een uur of één. Dan horen we ze lallend binnenkomen. De vrouw des huizes hoort het ook en heeft duidelijk al vaker met dit bijltje gehakt. Binnen no time is het stil.

Wij stappen in de ochtend weer op de fiets. Hemelsbreed schuiven we maar een kilometer of 15 op, maar op die route ligt een groot en waarschijnlijk diep meer. Bij gebrek aan waterfietsen moeten we er omheen. Er liggen maar drie klimmetjes op onze route, maar we gaan uiteindelijk toch in totaal zo’n 750 meter omhoog. En ook weer 750 meter omlaag. Zodra we aan de overkant van het meer zijn zien we het water ook regelmatig liggen. Het steekt felblauw af tegen het geel, rood en groen van de heuvels.

Halverwege de middag komen we aan bij een hotel aan het meer. Aan de overkant kunnen we Toktogul zien liggen. Ze hebben nog een kamer, en dat komt goed uit, want ietsje verder zit een restaurant waar ze verse forel verkopen. Gefrituurd, dat dan wel, maar hij smaakt ons prima. Als we terug zijn bij het hotel blijkt dat het maar goed is dat we er op tijd waren. Een groep Thaise motorrijders heeft namelijk wat minder geluk dan wij en moet maar uitzoeken hoe ze zich verdelen over de weinige kamers die nog vrij zijn.

De volgende ochtend beginnen we, na een ontzettend uitgebreid ontbijt, aan de klim van de dag. Halverwege worden we ingehaald door de Thai. “I still think you are crazy”, roept er eentje in het voorbijgaan. Ietsje later passeert een jeep of acht. Boven op de pas staan ze geparkeerd. Hier hebben wij onze theestop gepland, maar we krijgen koffie aangeboden. En kletsen wat. Het is een groep uit Nieuw-Zeeland die in 81 dagen van Vladiwostok naar Londen reist. Als duidelijk is dat we uit Nederland komen worden we meteen voorgesteld aan Bob en André, beide zijn in hun jeugd met hun ouders naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd en spreken nog een paar woorden Nederlands. Als het aan André ligt blijven we nog een tijdje kletsen, maar ze moeten door. Saillant detail: ze hebben een Kirgiez bij zich, die als belangrijkste taak heeft om de corrupte agenten en douanebeambten in toom te houden. Als fietser heb je daar geen last van, maar als groep buitenlanders in jeeps blijkbaar des te meer.

We mogen nog naar beneden, en dan zit het er alweer op voor vandaag. Het eerste hotel heeft wel een kamer, maar geen plek voor de fietsen. Ja, buiten, bijna op straat, onder toeziend oog van een camera, maar dat gaat ons iets te ver. Dus dan maar verder naar het andere hotel, aan de andere kant van het dorp. Helaas heeft dat niet de prijs voor meest hulpvaardige receptioniste ooit gekregen. Opties genoeg om de fiets weg te zetten, maar overal is het njet. Dan maar terug naar het eerste hotel, waar één van de opties een warm hok onder een plat dak was, met toilet buiten in de tuin. Niet onze keuze (vooral vanwege de warmte) als er meerdere opties zijn, maar goed genoeg. Ze hebben inmiddels ook wat meer tijd gehad om na te denken over een fietsparkeerplaats en komen met een prima oplossing. De kamer binnen is inmiddels vergeven, dus we komen toch in het warme kamertje terecht. Maar goed ook, want het wordt druk in de loop van de middag en de plek waar onze fietsen staan wordt ook omgetoverd tot slaapplek. De fietsen komen dan ook alsnog tussen ons in te staan.

We hebben een mooie dag voor de boeg. Het nadeel van een route nog een keer fietsen is dat er minder verrassingen zijn, het voordeel dat je je al kunt verheugen op stukken die nog gaan komen. Zo heb ik het al twee dagen over de blini’s 10 km verderop, een lekker ontbijt voordat de weg een langgerekt stuwmeer gaat volgen. De ontbijttent zit er nog en ze hebben nog steeds blini’s, dus de dag begint goed.

En de route is ook net zo fraai als we ons herinneren. We weten ook nog dat de weg omhoog en omlaag gaat en dat in de herhaling, maar eigenlijk valt dat hartstikke mee. We zijn vroeg vertrokken en hebben het geluk om de meeste klimmetjes nog in de schaduw van de rotsen te kunnen doen. Wat we vergeten zijn, zijn de tunnels. Het zijn er niet veel, drie in totaal, maar de eerste twee zijn onverlicht. We denken dat we ze wel kunnen doorkruisen met enkel ons achterlicht aan, maar er zit een bocht in waardoor het pikkedonker is. We zijn blij als we er aan de andere kant uit komen, al is hij maar 300 meter lang, en duikelen voor de volgende tunnel toch maar even onze voorlichten tevoorschijn. Dat vindt het tegemoetkomend verkeer ook een stuk prettiger.

De lucht is vandaag de eerste paar uur strak blauw, en dat zie je terug in het stuwmeer. Hard turquoise is het water, het steekt mooi af tegen de rotsen. De tweede helft is de omgeving wat lieflijker. Nog steeds stuwmeer, maar de heuvels zijn lager en ronder, er is wat meer groen.

In Tashkumir kloppen we aan bij een huis dat in de buurt van een homestay zou moeten zijn. De eigenaar vertelt dat we bij de buren moeten zijn, maar de buurman weet meteen dat we dat op internet gezien moeten hebben. We zijn duidelijk niet de eersten die hem benaderen, en ook niet de eersten die hij door moet sturen. Zijn huis zit vol, hij heeft veel kinderen, weet hij duidelijk te maken, alvorens ons naar een homestay een kilometer of vier verderop te verwijzen. Daar gaan we dan ook maar heen, het is hetzelfde guesthouse waar we twee jaar geleden verbleven, en via hun wi-fi laat ik Openstreetmap weten dat ze de homestay van hun kaart kunnen verwijderen.

Inmiddels zijn we echt de bergen uit. De komende tijd krijgen we wel nog hoogtemeters voor onze kiezen, maar veel minder en minder steil. We zijn in de Fergana belandt, het landbouwgebied waar de grens tussen Oezbekistan en Kirgizië doorheen loopt. We merken het meteen. Als we op onze fiets stappen, passeren we kraam na kraam met groenten en fruit. De zoete geur van meloenen overheerst.

Na een kilometer of 20 stoppen we bij een restaurantje voor brood, eieren en thee. Over het binnenplaatsje loopt een kanaaltje, er wordt vers brood gebakken, en we zitten heerlijk. Er zijn wat andere mensen, maar het is niet druk. Opeens lopen twee mannen de binnenplaats op, en krijgen we ieder een samsa overhandigd. Dat zijn een soort worstenbroodjes die gebakken worden in de tandoor (oven). Meestal slaan we ze over omdat ze behoorlijk vet waren de keren dat we ze hadden, maar dat kunnen we nu niet maken. En dat is maar goed ook, want deze zijn heerlijk. Als we zwaaien ten teken dat we weggaan, loopt hij ons nog even achterna en krijgen we zijn telefoonnummer. Voor als we problemen hebben, dan mogen we hem altijd bellen. Wat ontzettend lief!

De eerste dertig kilometer van vandaag zijn redelijk vlak op fatsoenlijke weg met wind in de rug, dus die vliegen voorbij. Daarna mogen we ietsje omhoog, maar onze snelheid gaat vooral omlaag door de wegkwaliteit. Het hobbelt en bobbelt, her en der afgewisseld met een gat. We komen ook in bewoonder gebied, waardoor het drukker wordt en we niet zomaar uit kunnen wijken wanneer we willen. Die toename in verkeer zal meteen de oorzaak zijn van de verminderde wegkwaliteit.

Maar ach, we hoeven niet ver vandaag en het is mooi weer, dus als we in Kochkor-Ata aankomen rijden we linea recta naar een ons welbekend hotel. Er moet even gebeld worden om de prijs, die fors gestegen is sinds de vorige keer, naar een acceptabeler niveau te krijgen, en dan kunnen we op weg naar wat te eten en de markt. Als we een кафе zien lopen we naar binnen. We lijken de populairste tent van Kochkor-Ata gevonden te hebben, want het zit hutjemutje vol. Er wordt wat meer haast gemaakt met het afrekenen bij de tafels die klaar zijn, zodat we kunnen constateren dat het eten er inderdaad prima smaakt.

De markt is nog net zo heerlijk als de vorige keer. Een grote keuze in fruit doet ons beslissen om vanavond van een fruitdiner te genieten, aangevuld met een tegen die tijd te halen vers brood. De broden hier zien er trouwens rijker versierd uit dan in de plaatsen waar we tot nu toe geweest zijn.

Terwijl we van een ijsje staan te smikkelen komt een oude mevrouw die pruimen verkoopt vragen of we vader en zoon zijn. Ze heeft ons al een tijdje staan bekijken en moet de familieverhoudingen duidelijk hebben. “Nee, getrouwd”, zeg ik met een zo hoog mogelijke stem, terwijl ik mijn twee wijsvingers in elkaar haak. Oh, dat is ook goed, lijkt ze te zeggen. Terwijl ik ietsje later een meloen koop overhandigt ze me twee pruimen.

De fruitmaaltijd bevalt goed, en vol goede moed stappen we in de ochtend op de fiets. Die goede moed zeggen we na een kilometer of twee al vaarwel. Een enorm slecht wegdek, een niet al te brede weg en vooral heel veel verkeer dat weinig rekening houdt met fietsers vormen geen ideale combinatie. Het is gelukkig niet al te ver vandaag, maar deze dag zit toch zeker in de top één van minst fijne fietsdagen. Na 24 km zit een restaurant waar we eerder ontbeten hebben, dus dat gaat in de herhaling. Ter voorbereiding heb ik een foto van de kok en één van een klant gedownload uit een eerdere blog. Daarvan gaan we er minimaal één kunnen laten zien, de kans dat diezelfde klant er is terwijl wij er zijn is niet al te groot. Wat schetst dan ook onze verbazing als we de meneer van de foto aan een tafeltje zien zitten. Zowel de kok als de oude baas vinden het leuk om zichzelf terug te zien, en beiden kan ik via whatsapp verblijden met hun portret.

Na het ontbijt wordt de weg wat beter en breder, maar het verkeer drukker. Inhalen zonder rekening te houden met anderen is eerder regel dan uitzondering, en ik vind het dan ook beslist niet erg als tijdens de klim de helft van de weg is afgesloten in verband met wegwerkzaamheden. Dat betekent namelijk dat wij mooi op de afgesloten weg kunnen rijden, apart van het overige verkeer. Naar beneden gaat wat relaxter omdat het verschil in tempo tussen ons en de rest wat minder groot is. In Jalalabad is het weer gezellig druk. We besluiten een dagje te blijven. Jalalabad is een levendig stadje, en er is genoeg te doen.

De markt blijkt zowaar nog groter dan we ons herinneren. Met veel, heel veel fruit, dat in het geval van kersen, frambozen en abrikozen veelal per emmer wordt verkocht. Gewoon, door mensen die een stukje land hebben en zelf al genoeg jam hebben ingemaakt. Ook hier zien we dat het brood weer rijkelijk versierd is. De maat bepaalt slechts deels de prijs, een belangrijkere invloed heeft de mate waarin het brood is bewerkt.

De weg van Jalalabad naar Osh is van aanzienlijk betere kwaliteit dan het stuk ervoor, en ook flink breder. Wel nog steeds veel verkeer, maar het rijdt toch een stuk relaxter als dat geen onverwachte uitwijkpogingen maakt voor potholes. Bovendien lijkt er een stuk minder ingehaald te worden. We trappen de kilometers dan ook vlot weg. Wat zeker helpt is de donkere hemel die zich dan weer links, dan weer rechts en soms achter ons bevindt. Soms horen we donder, soms zien we bliksem, maar uiteindelijk voelen we maar twee keer een paar druppels. Het grote voordeel is de temperatuur, die vandaag zeker tien graden lager is dan gisteren. Alhoewel we voorlopig de bergen uit zijn, stijgen we vandaag toch zo’n 900 meter, en een iets lagere temperatuur komt dan goed van pas.

Osh is de laatste grote plaats in Kirgizië voordat we na nog een paar dagen fietsen de grens met Tajikistan over gaan. Hier blijven we dan ook twee dagen.

5 thoughts on “We krijgen het weer wat warmer”

  1. Dat versierde brood herinner ik me nog goed. Is ook erg lekker.
    Rijkdom aan fruit, maar vooral aan mooie vergezichten en prachtige landschappen. Naast lieve mensen. Tenminste dat interpreteer ik uit jullie foto’s en verhalen.

  2. Dank voor het leuke verhaal en de prachtige foto’s! Een schitterende wereld, wat zullen jullie je af en toe nietig voelen in die overweldigende landschappen. Ik ben nu alweer benieuwd naar de volgende etappe.

  3. Sjieke blog en weer prachtige foto’s , heb weer volop genoten! Je schrijft het ook zo leuk op! En ijs hebben ze schijnbaar ook heeeeeel lekker, en eten ook.geniet nog lekker door zou ik zeggen, doe ik ook van jouw blogs!!

  4. Net als jullie krijgen wij het ook warmer.
    Wel gemakkelijk dat jullie de hotels nog weten.
    Wat fijn om naar die prachtige foto`s te kijken.
    Ik wist niet dat jij Wendy zo`n lage stem hebt.

Comments are closed.