We krijgen weer wat meer lucht

Met het aanpassen van de route hebben we tijd genoeg op ons visum, dus we besluiten twee dagen in Murghab te blijven. Die we natuurlijk deels op de markt doorbrengen. Die bestaat voor 96% uit containers waar ze winkeltjes en restaurantjes in gemaakt hebben, voor 2% uit stenen nep-yurts waar vlees en zuivel verkocht wordt, voor 1% uit een softijszaak met yak-ijs en voor de overige 1% uit een restaurantje gemaakt van het chassis van een oud busje.

Wij vinden een leuk restaurantje waar ze thee, koffie, piroshka’s (soort gefrituurd brood gevuld met een beetje aardappelpuree), samsa’s (gebakken deeg gevuld met vlees en ui) en gebakken aardappeltjes met vlees serveren. Wilchard gaat voor de piroshka’s, ik voor de aardappelen maar dan zonder vlees. Dat vlees is nogal taai dus ik mis er niks aan, maar de aardappelen zijn wel samen met die yak gebakken dus zitten vol smaak. Heerlijk.

De tafel naast ons bestelt, net als Wilchard, piroshka’s. Maar waar Wilchard het bij eentje houdt, liggen er daar voor twee personen acht op een schaaltje. En ze gaan allemaal op.

Als toetje trakteren we onszelf op een yak-ijsje, en in de avond eten we bij het Pamir Hotel, het enige echte hotel in het dorp. De vorige keer overnachtten we daar, en als we binnen lopen zegt de receptioniste ‘welcome back’ tegen Wilchard. Het blijft ons verbazen.

We hebben nog drie dagen te gaan in Tajikistan, en dat zijn niet de lichtste. We vertrekken dus weer op tijd, in de hoop dat we op de eerste dag tot net na ak-Baital, de hoogste pas van de Pamir Highway, kunnen geraken. Mocht dat niet lukken dan eindigen we er waarschijnlijk net voor, en in de ochtend met nog koude spieren meteen omhoog lijkt ons geen feest.

Na 15 km licht omhoog met wat tegenwind beslissen we echter om om te draaien en in Murghab vervoer te zoeken naar de top. Ik kom maar niet vooruit. In 2017 was de dag na Murghab al niet mijn dag en zijn we vroegtijdig gestopt bij het gezin van Dinara, waar we konden slapen. Erik en Ellen, die ons op dag twee met hun busje passeerden, hebben mij en mijn fiets toen de pas over geholpen waarna Wilchard en ik samen naar Karakul gefietst zijn, het enige andere dorpje dat nog voor de grens ligt.

Nu vinden we na wat onderhandelen al snel een jeep. Op weg naar de pas kun je goed zien dat het, in tegenstelling tot twee jaar geleden, hoogseizoen is. Naast het huis van Dinara, haar buren (twee onder één kap) en het wegwerkershuis net voor de pas, is er ook een yurt gekomen waar je kunt slapen en eten. Toegegeven, nog steeds niet veel op 75 km, maar beter dan niks.

Naarmate we de pas naderen wordt het landschap zo mogelijk nog fraaier. De rotsen krijgen veel verschillende kleuren en het wordt wat steiler. Pas de laatste drie kilometer voor de pas verdwijnt het asfalt, maar dan gaat het ook fors omhoog. Op een meter of 150 na niet steiler dan de pas na Jelondy, maar we zitten zo’n 400 meter hoger en dat merk je. Petje af voor degenen die wel omhoog fietsen, zoals Wilchard in 2017.

Op de pas laden we de fietsen uit en stappen we weer op. Het eerste stuk na de pas is bloedmooi. Ook hier zie je weer rotsen in allerlei tinten, en wij fietsen er tussendoor. In de diepte loopt het hekwerk waar we vandaag al een tijdje langs rijden en dat de grens met China vormt. Heras zou blij zijn geweest met deze opdracht, want tot de grens met Kirgizië, nog eens 53 km na Karakul, blijven we de hekken zien. Geen muur, vooruit, maar hij staat dan ook in de middle of nowhere dus er zullen weinig mensen illegaal oversteken.

Net na de pas komt een fraai stukje wasbord. En fraai wasbord betekent geen fraai wegdek. Soms kun je er langs af, maar vaak genoeg beslaat het de volle breedte van de weg en wordt alles en iedereen flink door elkaar gerammeld. Terwijl we de bobbels zoveel mogelijk proberen te ontwijken nadert vanaf de andere kant een tandem met Carol en Hugo, twee Brazilianen die, naar blijkt, morgen precies een jaar onderweg zijn. Het is lunchtijd en we besluiten samen te eten. Zij halen hun brander tevoorschijn en maken een noedelsoepje, wij pakken onze thermosfles met heet water voor thee en brood met toebehoren. En zo is er in no time een uur voorbij en nemen we afscheid.

Nu we niet omhoog gefietst zijn willen we kijken of we vandaag Karakul kunnen halen, een kilometer of 68 na de pas. In theorie moet dat mogelijk zijn, maar inmiddels is er een forse wind opgestoken. En alhoewel je overal leest dat je de Pamir Highway het beste in onze richting kunt fietsen omdat je de wind dan mee hebt, komt hij vandaag van voren.

Het tempo gaat er, ondanks het verschijnen van asfalt, uit. We gaan volgens mijn fietscomputer met zo’n half procent naar beneden, maar daar merk je niets van. Die wind, niet normaal. Bovendien hebben ze het asfalt op veel plaatsen opgelapt, wat niet zo erg zou zijn als de kwaliteit van die tweede laag maar een beetje goed was. En je raadt het al, dat is geenszins het geval. Het is hier namelijk overdag nog steeds best warm en die tweede laag blijft gewoon aan je banden kleven als je niet hard genoeg gaat. En als je wel hard genoeg gaat blijft het niet kleven maar probeert het je tegen te houden.

Uiteindelijk rijden we tegen vijven Karakul binnen. Bij de homestay waar we het eerst gaan kijken staan een stuk of tien fietsdozen en fietsen op de binnenplaats. Ze zitten dan ook vol. We gaan naar de homestay om de hoek, die net nieuw lijkt, en waar we de enigen zijn. De banya wordt opgestookt zodat we later kunnen genieten van een hete ‘douche’ en tot die tijd rusten we uit en dineren we. Na een bezoek aan de banya slapen we allebei als een roos, ondanks het feit dat dit het hoogste punt is waar we tijdens deze reis slapen.

Vanuit Karakul rijden we in de vroege ochtend zo’n 20 km vlak langs het meer. Daarna mogen we omhoog. In zijn algemeenheid prima te hebben, maar er zitten een paar steile stukjes tussen. Terwijl ik op een van die stukken mijn fiets al hijgend naar boven duw, word ik ingehaald door twee fietsers zonder bagage. Ze maken deel uit van de groep Duitse fietsers die in de eerste homestay zaten. Boven aangekomen kletsen we even, maar zij moeten op de rest van de groep wachten en wij rijden dan ook verder.

Nog een wateroversteek en een steil stukje, en dan mogen we naar beneden. Ook hier hebben de rotsen weer prachtige kleuren, zij het wat minder uitgesproken dan rond ak-Baital. Het is een genot om hier te fietsen. Tenminste, tot het asfalt ophoudt en de niet al te goede gravel begint. Dit is ook het moment dat de afdaling verandert in een, nu nog, lichte stijging en dat de tegenwind van gisteren weer in alle hevigheid opsteekt.

We worden weer ingehaald door de groep Duitsers en ze nodigen ons uit om ietsje verderop samen met hen te lunchen. Dat vinden we een prima idee, en zo kan Wilchard (ik kom als laatste binnen) concluderen dat het echt Duitsers zijn. Vooroordelen zijn er om bevestigd te worden, maar bij de lunch zitten ze allemaal aan het bier. Ik moet er niet aan denken. Enerzijds omdat we op hoogte zitten, anderzijds omdat meteen na de lunchplek de klim naar de grens begint en we allemaal nog dik 40 km te gaan hebben tot het eindpunt. Wij houden het dus bij thee, ondanks aandringen van hun kant.

Na de lunch klimmen we naar boven. Wilchard kan concluderen dat hij met bagage sneller gaat dan één van de Duitsers, ik dat ik het laatste stuk echt niet kan fietsen en moet duwen. Uiteindelijk maakt het tempo van de Duitsers op dit stuk weinig uit. Ze moeten wachten achter iemand die met zijn auto de grens over wil en wij kunnen achter hen aan sluiten.

De grens gaat uitzonderlijk soepel. Zowel wat betreft de formaliteiten als het doorploegen van het terrein. Dit keer heeft het al een tijdje niet geregend dus de laag blubber die we de vorige keer door moesten is nu gewoon harde ondergrond. Ook de eerste kilometers niemandsland tussen de Tajiekse en Kirgizische grenscontrole is nu hard, en wel een stuk beter fietsbaar maar nog steeds geen pretje. De weg is volledig stuk gereden door auto’s in de periode dat het wegdek nog niet was uitgehard, en hij gaat eerst nog erg steil naar beneden.

Zodra we bij het wegwerkershuisje onder aan het steile deel zijn aanbeland wordt de weg wat beter en sowieso minder steil, dus we zetten de afdaling verder voort. Wat bijzonder blijft is dat de rotsen die aan de Tajiekse kant roodbruin zijn, in Kirgizië bedekt zijn door een laagje gras.

Her en der verschijnt asfalt, de Kirgizische grens is ook een eitje, en daarna wordt het wegdek gewoon goed. Niet dat dat ervoor zorgt dat we hard gaan, want het waait nog steeds als een dolle.

Tegen half zes bereiken we redelijk aan het eind van ons Latijn het eerste dorp in Kirgizië, Sary-Tash. Er blijken vandaag behoorlijk wat toeristen te zijn, want we kunnen niet overal meer terecht nu we relatief laat arriveren. Maar zoals altijd is er wel nog ergens plaats, en de eerste toerist die we daar aantreffen is een Nederlander en blijkt Joost en Marijke te kennen, een oud-collega van Wilchard en zijn vrouw die op dit moment in hun Toyota Hilux in deze regio reizen. De wereld is zelfs nog kleiner, want al kletsend vertelt hij over twee Zuid-Afrikaanse vrienden die hun fietsen in Amsterdam hebben gekocht en opgehaald. Dit blijken Peter en Colleen te zijn, met wie we in Lusaka een pizza hebben gegeten op weg van Kaapstad naar Caïro.

In Sary-Tash doen we een dagje rustig aan. Na een hele tijd zonder dan wel zonder fatsoenlijk internet is het hier tijd om de aangepaste route uit te zetten, wat praktische zaken uit te zoeken en de laatste foto’s van Tajikistan te backuppen.

We kunnen de hoge bergen dan wel een kilometer of 20 verderop zien liggen, maar we zitten nog steeds hoog. Tijd om daar verandering in aan te brengen. Als we in de ochtend op de fiets stappen voor de etappe naar Gulcha is het nog bijzonder fris. Gelukkig mogen we eerst nog wat verder omhoog voordat we afdalen, dus we krijgen het vanzelf warm. Na twee passen zetten we definitief de afdaling in. Eerst nog langzaam. Niet omdat de weg langzaam naar beneden gaat, maar juist omdat hij nogal steil is en we flink moeten bijremmen. Geleidelijk wordt de hellingshoek wat minder, en kunnen we ons laten gaan. Naarmate we dalen, wordt het warmer en merken we dat het effect van de hoogte verdwijnt. Ook vandaag hebben we tegenwind, maar die beneemt ons nu eens niet de adem. Bij twee procent naar beneden mogen we meetrappen om te zorgen dat het tempo er niet uitgaat, maar dat kost toch echt fors minder energie. En uiteindelijk bereiken we aan het einde van de middag Gulcha, zo’n anderhalve kilometer lager gelegen dan waar we vanochtend vertrokken. In plaats van de acht graden van vanochtend is het er nu 37, en morgen mogen we nog verder omlaag naar Osh en zal het dus nog wat warmer worden. De vrachtwagenchauffeurs met wie Wilchard, wachtend op mij, op het hoogste punt van vandaag heeft staan kletsen, waarschuwden hem al. Het is heet in Osh.

Op onze laatste fietsdag moeten we nog een pas van 800 meter over, maar op deze hoogte (of beter gezegd laagte) gaat dat een stuk gemakkelijker. Met voldoende zuurstof trappen we de hoogtemeters weg, en daarna is het naar Osh alleen nog maar omlaag. Het waait hier ook een stuk minder dan boven op de bergen, dus het is een relaxed dagje fietsen.

6 thoughts on “We krijgen weer wat meer lucht”

  1. Wat een prachtig verhaal weer en zulke fantastische foto’s. Heel herkenbaar maar wij zijn met donker weer wel door de modder gegaan. Kom graag een workshop fotograferen bij jullie doen!

  2. Wat een prachtige foto’s en verhaal, zeker omdat we dit zelf ook gedaan hebben en dan geeft zo’n verhaal een heel ander (deja VU) gevoel. En heeel veel waardering dat je dit fietsend doet. En ja, onze Hilux heeft in de blubber meegeholpen de geulen te graven🤫🤭

  3. Tjongejonge wat een foto’s, zooooo mooi, wat zullen jullie genieten ondanks wind tegen!😜 en wat bijzonder dat de wereld zo klein is zo ver weg! Ik heb weer volop genoten!,! Groeten van mij..👌👌

  4. Ik herinner me die dag nog goed Wendy. Wij hadden zelf ook wat troubles met onze auto toen 😖. Maar door deze ontmoeting volg ik nu nog met veel plezier jullie blogs en de foto’s brengen me terug naar daar. Morgen is het precies 2 jaar geleden dat wij Nederland weer in reden….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *