Witte bergtoppen en blauwe meren

We blijven lang in Karakol. Vijf dagen. Dat weten we al bij aankomst, want op zondag is de fantastische veemarkt. Alhoewel we die al twee keer eerder hebben bezocht, willen we die zeker niet missen. Onze uitvalsbasis is het guesthouse van Luba en Sergey, twee lieve, ontzettend communicatieve mensen voor wie niets te veel is. Voor een klein prijsje vullen we onze jamvoorraad weer aan met de bramenjam die we ook geserveerd krijgen voor het ontbijt, en onze was kan in de wasmachine. Die ruikt ook weer lekker, voor ons net zo belangrijk als dat hij schoon is. Luba wilde eigenlijk niet op onderstaande foto omdat ze haar ontbijtkleding nog aan heeft, maar wat kan ons dat nou schelen.

Op een paar activiteiten na, bestaat onze tijd in Karakol vooral uit minimaal één keer per dag onszelf verwennen met koffie met gebak en met lanterfanten. Karakol is een redelijk groot dorp met nog veel oud-Russische architectuur, huisjes met veelal blauwe luikjes, alhoewel je ook andere kleuren langs ziet komen.

De kinderen in ons straatje roepen enthousiast hello als ze ons zien, maar daar houdt hun kennis van het Engels op. Toch al mooi één woord meer dan de meeste Kazachse kinderen. Dacha, De kleindochter van Luba en Sergey, kent ook “what’s your name” en als wij vertrekken heeft ze haar woordenschat verrijkt met “how are you” en “I’m fine”. Door de buurkinderen wordt druk Kirgisch ge-jeu-de-bould. Kirgisch omdat in plaats van de grote bal die als doel dient een grote schijf uit de wervelkolom van vermoedelijk een schaap wordt gebruikt, en als balletjes waarmee je gooit de equivalent van waarschijnlijk een lammetje. Ziet er in onze westerse ogen toch wat vreemd uit als een vijfjarige daarmee speelt.

De markt lijkt een stuk groter dan de vorige keer. Wel zijn behoorlijk wat plekken waar we toen thee dronken nu gesloten, en ook het straatje waar je aslan-fu kun eten, een lokale specialiteit met koude noedels en een soort azijn, is een stuk minder druk. Zou dat dan toch de ramadan zijn?

Tussen het lanterfanten door stappen we ook nog even op de fiets. Een kilometer of dertig verderop ligt Djety-Oguz, waar in een vallei zeven grote rode rotsen te zien zijn. Op en neer een mooi fietstochtje. Erg warm is het niet en de lucht ziet er grijs uit, dus bij de afslag drinken we in een bushokje een theetje. Regelmatig komt er iemand die een auto aanhoudt (veel auto’s dienen hier als shared taxi), heel soms moet iemand de bus hebben, en de meesten vinden het wel leuk om even te kletsen. En nu kunnen wij ook vragen waar ze vandaan komen en waar ze naartoe gaan.

Uiteindelijk stel ik een kilometer of vijf voor het eindpunt voor om te draaien, in de hoop nog droog terug te komen in ons guesthouse. Dat lukt, en sterker nog, uiteindelijk gaat de zon zelfs nog even schijnen.

Nu we weer terug zijn in een broodland, vinden we het ook wel leuk om eens wat meer informatie over hun bakkunsten te krijgen, dus we nemen deel aan een broodbakworkshop. Het is meer een demonstratie dan een workshop (had ik al gelezen, dus geen verrassing), maar we mogen het brood wel in bolletjes en in de juiste vorm kneden. Dat is nog moeilijker dan het lijkt. Mijn twee bolletjes zijn in ieder geval een stuk minder bol dan degene die de bakker gemaakt heeft (die er ook nog eens twee tegelijk doet), en de uiteindelijke rondjes die de oven in gaan een stuk minder strak. We hadden al te horen gekregen dat hun klanten altijd klaagden als hun vaste bakker niet gebakken had, dus ik ben blij dat ik het klachtenformulier van degene die mijn brood heeft gekocht niet hoef te behandelen.

Hun bakker bakt eigenlijk altijd, behalve als hij bijvoorbeeld een bruiloft of vakantie heeft. Dan kopen ze hun brood elders en verkopen ze het wel zelf. Het is trouwens geen Kirgisch maar Oezbeeks brood. Een aantal jaren geleden was deze bakkerij de eerste die dit type brood bakte, maar het sloeg zo aan dat er nu een stuk of zes bakkerijen zijn. Wij snappen dat wel, het brood is inderdaad heerlijk.

Zodra het deeg gerezen is gaat het de oven in. Dit is een tandoor, een lemen ronde oven waar je het brood aan de binnenkant tegenaan plakt. Dat vergt nogal wat oefening, dus dat laten we aan de vakman over. Die oven droogt in de loop van het jaar uit, dus moet ieder jaar vervangen worden. Deze specifieke ovens komen uit Bishkek, de hoofdstad, omdat het leem daar van een betere kwaliteit is.

De bakkers zijn trouwens redelijk wars van verandering. De eigenaresse en tevens onze gids, Madina, vertelt dat het vak relatief goed verdient, maar dat ze het niet heel lang volhouden omdat het zwaar werk is. Alles gaat met de hand. Toen Madina voorstelde om een kneedmachine te kopen, was het huis te klein, want dat zou de smaak en textuur niet ten goede komen. En een beschermende bril voor degene die boven de oven hangt werd ook afgewezen, alhoewel daar nooit een reden voor is gegeven. Trotse lui, die Oezbeken. Want Madina heeft het wel ooit geprobeerd met Kirgiezen, maar toen gingen hun klanten klagen dat het brood minder lekker was.

Tijdens de ramadan worden trouwens een stuk minder broden gebakken. Waar dat er normaal 800 zijn, wordt nu net de 600 gehaald. Het grootste deel wordt voor 17 som (22 cent) per stuk geleverd aan winkels, die het voor 20 som doorverkopen. Auto’s komen leeg aan en gaan volgeladen met dozen en zakken brood weer weg. Af en toe komt er ook een losse klant, die voor de winkelprijs een brood meeneemt en zeker weet dat het vers is.

Na afsluiting van de uitleg en nog wat extra informatie over de Kirgiezen in zijn algemeenheid, mogen we proeven. In het ernaast gelegen hotel wordt een tafel volgezet met zelfgemaakte jam, zure room, boter en kruidenboter, en we laten ons het superverse nog warme brood goed smaken.

En dan is het zondag. De veemarkt begint extreem vroeg, als het nog donker is. Dan komen de grote handelaren uit de rest van Kirgizië en uit Kazachstan, die hun vrachtwagens volladen. Dat hebben we van horen zeggen, want wij zijn pas tegen zevenen op de markt en dan is het al eventjes licht. We lopen eerst door een lange erehaag van schaaphandelaren. Aan weerszijden staan mensen met een paar schapen, en als je erdoorheen loopt kun je je ogen goed de kost geven, op zoek naar het soort schaap dat je zoekt. Zo heb je de fokschapen, de wolschapen en de shashliek-schapen. Die laatste kenmerken zich door de enorme homp vet die op hun achterste zit, want dat vet geeft smaak af en zorgt ervoor dat je shashliek niet te droog wordt.

Net als ik me afvraag of de opzet van de markt is gewijzigd, zie ik in de verte de poort die naar het daadwerkelijke veeterrein leidt. Een voetbalveld of twee is gevuld met schapen, koeien en paarden, met kopers, verkopers, kletsers en een toerist of vijftig, en aan de rand kun je je paard laten beslaan, wat eten en drinken en teugels kopen. Al met al voor iedereen wat wils.

We maken een paar rondjes, en ieder rondje sluiten we af met een theetje, vergezeld van een gekookt eitje en een piroshka (ronde 1) en een gebakje (ronde twee). Een piroshka is een met aardappel gevulde deegflapje, dat lekkerder is dan dat hij klinkt, helemaal als hij vers gebakken is. En ronde twee mogen we niet betalen, want de man aan de tafel voor ons wil persé voor ons afrekenen. Wat opvallend aan hem is, is dat hij niet over voetballers begint, maar over Bruce Lee en zijn collega’s.

En dan is het maandag, en mogen we weer fietsen. Heerlijk! Maar we zijn nog geen twee meter weg, of Wilchard roept dat hij een slappe voorband heeft. Toch maar even voor de zekerheid vervangen door een nieuwe en later repareren. Maar die tweede zit waarschijnlijk klem tussen het wiel en de buitenband, want met een luide knal laat hij weten het er niet mee eens te zijn. Dan nog maar een keer vervangen, door nummer drie, die al een keer eerder is gerepareerd toen er in China een spijker in zat. Gelukkig gaat dat wel goed, dus we vertrekken, ietsje later dan gepland. Nog even een stop bij de demonstratiebakker om een vers brood voor onderweg te halen, dan de 15 kilometer tot de afslag naar Djety-Oguz, en we zitten op voor dit keer nieuw terrein. We volgen de zuidkant van het Issyk-kul meer, dat aan alle kanten omringd is door witte toppen. Alleen, we zien er bitter weinig van. Het is grijs en er valt zelfs heel af en toe een druppel.

Maar gelukkig wordt het redelijk snel blauw. In de bergen blijft het bewolkt, maar boven het meer klaart het snel op. Het is heerlijk fietsen vandaag, en die bewolkte toppen geven nog wat extra’s. In het gras groeien vooral gele bloemetjes, af en toe ruiken we wilde thijm, en we zien twee enorme velden met klaprozen.

Bij een theestop blijkt ook mijn voorband wat slapper dan gewenst, dus die pompen we bij. En de pomp is nog niet opgeruimd, of we horen een sissend geluid. Wilchards voorband blijkt leeg te lopen. Oppompen lukt echt niet, dus we vervangen hem maar weer. In een dorpje iets verderop gaan we naar de fietsenmaker, die ons door wijst naar de bandenspecialist 100 meter verderop. Hij is weliswaar specialist autobanden, maar kan ons ook helpen. Een van de twee reparaties die ik heb uitgevoerd op de spijkergaten blijkt ietsje los te laten, vandaar het sissende geluid. Met de andere band lijkt niets mis, dus die laten we later elders voor de zekerheid nog een keer controleren, samen met mijn voorband.

We eindigen in Tamga en rijden linea recta naar Flora’s guesthouse, dat inmiddels een andere naam heeft gekregen. Als we de poort open doen zegt een jongen van een jaar of 16 dat ze nog geen gasten ontvangen omdat het seizoen nog niet begonnen is. Maar als Wilchard naar Flora vraagt blijkt er geen enkel probleem. Flora vindt het ook erg leuk om de foto van zichzelf en mij, die we in 2017 gemaakt hebben, terug te zien. Natuurlijk maken we nu een nieuwe. Zoek de verschillen.

In de tuin blijkt niets veranderd. Er is een rijtje kamers, achterdoor staan twee toiletten van het type gat in grond onder houten vlonder en een douche kunnen we ’s avonds nemen als haar man het water warm heeft gestookt op een houtvuur. Onze fietsen kunnen mooi in de schaduw naast de blauwe lada, en we genieten van de door Flora zelfgemaakte pelmeni, de beste ooit. En laat ik vooral het fantastische uitzicht niet vergeten te noemen.

Als ontbijt krijgen we gebakken aardappels met vlees. Alhoewel het prima smaakt, is dit toch niet echt ons idee van een ochtendmaaltijd, en waar ik mijn aardappeltjes en een paar stukjes vlees nog op krijg, beperkt Wilchard zich tot het meegeleverde brood met jam uit Karakol. Als we terug zijn op onze kamer komt Flora langs met Wilchards bord, zichtbaar aangeslagen. Vonden we het niet njam njam, vonden we het blѐh? We weten haar gelukkig duidelijk te maken dat het prima smaakt maar dat we in de ochtend liever brood eten, maar ze blijft een beetje triest. Had ze zo haar best voor ons gedaan…

Vandaag wordt een fietsdagje weg van het meer, de bergen met de witte toppen in tot bij een drietal watervallen. Ietsje verderop ligt een mijn en verder dan de watervallen mag je niet komen, maar dit is een mooi tochtje voor een niet-fietsdag. We merken meteen weer het verschil tussen fietsen met en zonder bagage. Het is grappig hoe snel je weer aan de bagagevariant gewend bent, en hoe verrassend licht het dan opeens weer fietst als de tassen in de kamer achter kunnen blijven.

Op de heenweg gaan we voortdurend omhoog, af en toe best wel stevig, maar met zo’n fantastische omgeving heb je andere dingen om je aandacht aan te besteden. Het voordeel van de mijn verderop is dat de gravelweg waar we het gros van de tijd over rijden van uitstekende kwaliteit is, beter zelfs dan grote stukken asfalt die we gehad hebben. Hij wordt door een sproeiwagen regelmatig een beetje natgesproeid, zodat hij ook stevig blijft. Dat is ook nodig, want het is de enige aanvoerroute naar de mijn, en er passeren af en toe vrachtwagens (één keer een kolonne) en een paar keer een kamache, een 4×4 truck voor personenvervoer waarmee het personeel van en naar de mijn gaat.

We zijn niet zo’n enorme fan van watervallen, en ook nu kunnen ze ons niet echt bekoren. Gelukkig ging het ons om de tocht, niet om de bestemming. Alhoewel daar opeens het hoofd van Gagarin, ietsje groter dan levensgroot, uit een rots is gehakt. Dat komt goed uit, want het is inmiddels flink beginnen te waaien en op deze hoogte voelt de wind fris aan, maar Joeris hoofd houdt ons mooi uit de wind terwijl we onze lunch oppeuzelen. Terug naar beneden gaat, niet onverwacht, een stuk sneller.

In de middag hangen we wat. Tamga is nu niet bepaald het meest sprankelende dorp in Kirgizië, alhoewel het wel leuk is om even door de straatjes te lopen en te constateren dat het paard nog steeds een belangrijk vervoermiddel is.

Na een ontbijtje van versgeraapte eieren stappen we weer op de fiets, nu met bagage. We hebben een kort dagje voor de boeg, en ook nog eens veelal vlak, dus we doen lekker rustig aan. Het is maar goed ook dat we tijd genoeg hebben, want de omgeving is prachtig. Het felblauw van het meer, de rode rotsen en de witte bergtoppen steken fraai tegen elkaar af.

In het guesthouse waar we in Bokonbaevo verblijven horen we opeens het ons bekende geluidje dat Duolingo laat horen als je een vraag goed hebt. Ik ben ooit met deze app begonnen zodat ik wat basis woordjes Russisch zou kunnen brabbelen, maar omdat mijn doelstelling niet was om foutloos Russisch te spreken ben ik afgehaakt bij de meervouden en vervoegingen. De jongen die het guesthouse beheert leert met Duolingo Engels. Hij zegt een jaar bezig te zijn, en kan inmiddels redelijk een gesprek voeren. Prettig dat deze mogelijkheden er zijn.

Nadat we zo’n beetje alle supermarktjes in het stadje hebben bezocht in onze jacht op la-vache-qui-rit, en zowaar een variant hebben gevonden, is het weer eens tijd voor de kapper. In Karakol struikelde je erover, hier kost het wat zoekwerk, maar we vinden er weer een. Voor 100 som (€1,30) kan ik er weer een tijdje tegen.

We hebben weer een kort dagje voor de boeg, dat grofweg bestaat uit een klim van 300 meter en een afdaling van diezelfde diepte, verdeeld over 35 km. Kochkor, nog eens 85 km verderop, is als de wind meezit ook nog wel te halen, maar we hebben geen haast en willen voor het stuk naar Kochkor lekker de tijd nemen omdat we ons dit als erg fraai herinneren.

Die eerste 35 km zijn zoals verwacht: omhoog en daarna weer omlaag. We moeten om een heuvel heen die tussen ons en het meer ligt, dus we zien pas weer blauw in de afdaling, maar het is nog steeds een fraaie route.

Het beoogde guesthouse blijkt wel te bestaan, maar de poort zit op slot. We rammelen en roepen, en draaien ons om als dat niets oplevert. Als het andere guesthouse dat op de kaart staat aangegeven niet blijkt te bestaan zit er weinig anders op dan door te rijden naar Kochkor. Gelukkig hebben we het merendeel van de hoogtemeters al gehad en inderdaad wind mee, dus dat lijkt haalbaar.

Ons geheugen heeft ons niet in de steek gelaten. Na nog een kilometer of veertig langs het meer te hebben gereden, klimmen we heel langzaam van Issyk-kul weg. Het landschap wordt rotsachtiger, en de stenen hebben verschillende rood- en bruintinten, die opeens onderbroken worden door helderblauw. We rijden langs het Orto-Tokoy reservoir, dat zorgt voor de irrigatie van landbouwgrond in een Kirgizische provincie en een deel van Zuid-Kazachstan. De kamelen die hier in de buurt rondwandelen zien we wel, maar alleen vanuit de verte.

Aan de overkant zien we de weg naar Bishkek al afdalen uit de bergen, en zodra die zich voegt bij onze weg hebben we opeens superglad asfalt, een genot om op te rijden. En zo zoeven we na een dankzij de wind in de rug relaxte fietsdag een dag eerder dan gepland Kochkor binnen. Wilchard loopt het winkeltje binnen dat hoort bij het guesthouse waar we de vorige keer ook verbleven, en wordt meteen herkend. Een brede glimlach verschijnt op het gelaat van de eigenaresse, en de eigenaar, die behoorlijk Engels spreekt, vraagt meteen waar Wilchards vrouw is. Ze hebben inmiddels flink uitgebouwd, maar zo vroeg in het seizoen zijn we de enige gasten.

De fietsen kunnen onder de carport, en na een heerlijke douche snellen we naar het restaurant waar we de vorige keer kip met frietjes hebben gegeten. Daar worden we niet herkend, maar het gerecht staat nog op de kaart, dus we kunnen weer eens voldaan naar bed.

4 thoughts on “Witte bergtoppen en blauwe meren”

  1. Toch wel heel leuk die herkenning van jullie door de mensen daar. Jullie hebben indruk gemaakt. Wat een pràchtige luchten, schitterende vergezichten. Hopelijk geen lekke banden meer. Goede reis verder!

  2. Weer genoten van je heerlijke verhaal, zoals jullie van frietjes met kip!!
    Mooie foto’s, ook weer van die luchten!, maar dat hoofd van Gagarin spant de kroon, groter kan waarschijnlijk niet😲😲😲heerlijke schuilplaats. Geniet
    Weer lekker verder!! Gr. Tien

  3. Heerlijk hoe je zo genieten kan van kip met frietjes. Wat een prachtige landschappen. Zo puur. En wat leuk al die herkenning van aantal jaren geleden. Een warme douche, letterlijk en figuurlijk

  4. Wat weer prachtige foto`s en die geweldige luchten.Wat fijn dat ze jullie herkenden.
    Maar zo te zien hebben jullie er nog steeds zin.Voor mij ook herkenning bij de foto`s..
    Geniet er maar van.

Comments are closed.