Rustige weggetjes waar veel te zien valt

De oplettende lezers (in dit specifieke geval Frank S. en Peter vdV.) is waarschijnlijk opgevallen dat er een omissie was in de vorige blog. Een nieuw land zonder een linkje naar de landensheet kan natuurlijk niet, dus bij deze. En nu verder met het verhaal.

Hinthada blijkt een leuk klein stadje. We hebben een prima hotel waar we het voor elkaar krijgen dat we koffie, witbrood en een eitje geserveerd krijgen als ontbijt, er zijn genoeg plekjes om ’s middags en ’s avonds lekker te lunchen en tussendoor een kopje koffie te drinken, het stadje zwemt in de tempels (zoals ieder gehucht met meer dan 10 inwoners hier) en de mensen zijn supervriendelijk en -behulpzaam. Dat zijn ze trouwens tot nu toe overal in Myanmar. We doen kalm aan om onze spieren wat rust te gunnen, en aan het einde van de dag voelen we ze inderdaad niet meer.

We klimmen dus weer enthousiast op de fiets. Zo vroeg in de ochtend is de temperatuur heerlijk (een graad of 18) en de eerste 3-4 uur maken we dan ook goede vooruitgang. Daarna zakt het tempo langzaam. Als ik tegen twaalven op mijn kilometerteller kijk, die ook de temperatuur meet, zegt die dat het 38,7 graden in de zon is. Prima te hebben, maar het tempo komt dan wel wat lager te liggen en de drinkstops wisselen elkaar wat sneller af. Ook vandaag hebben we weer een mooie route. Het is heel groen, met regelmatig een dorpje en behoorlijk goed wegdek. Her en der zijn ze bezig om de laatste stukken weg te verbreden. Geen overbodige luxe. Het is niet druk, maar als er dan een keer een grote bus passeert past het net. Wegwerken is hier trouwens niet het meest gezonde beroep eruit. Steentjes moeten met het handje klein worden gehakt en de teer wordt in grote vaten langs de kant van de weg verwarmd. Geen pretje.

De route is een voortzetting van de voorgaande dagen: rustige weggetjes, voldoende medeweggebruikers om de rit gezellig te maken en een bruggetje dat gedeeld wordt met al het overige verkeer, inclusief trein, en waarvan de planken vast ooit recht gelegen hebben.

De selfie en foto is ook hier populair. Met als extraatje een fotootje van ons met baby’s en peuters. De ouders vinden het enorm leuk, de kids meestal ook wel als ze door hebben dat we niet bijten. Vandaag maak ik maar één kindje aan het huilen, maar dat kan ik me prima voorstellen als je opeens vastgehouden wordt door een blanke die je nog nooit gezien hebt. Het kan ook zijn dat ze aanleg heeft voor hoogtevrees, ik ben al snel 40 cm langer dan haar moeder.

Een tweede fietsdag brengt ons naar Pyay. Uit te spreken als Pi. Of zoiets. Naarmate we dichter in de buurt komen hoeven we de plaatsnaam nog maar drie keer te herhalen, als ze vragen waar we heen rijden. In hun ‘oh, je bedoelt Pi’ hoor ik toch echt geen enkel verschil met onze uitspraak, maar het zal er toch wel zijn. De laatste 12 km zorgen nog voor een verrassing in de vorm van wat steile heuveltjes, maar halverwege de middag bereiken we het stadje, waar we twee dagen blijven.

De eerste dag is gewoon een fietsdag. We vertrekken vroeg om de hitte voor te blijven, want we merken dat die vanaf een uur of elf onze energie opslurpt. Onderweg drinken we een kopje coffeemix (oploskoffie, melk en suiker) en in de koelte van de ochtend rijden we Shwedaung binnen. Hier zijn we heel veel jaar geleden ook vanuit Pyay heen geweest, en nu blijkt dat onze herinneringen aan de romantische kant zijn. In het dorp staat de tempel van Edgar Davids. Of beter gezegd, een Boeddha die zijn bril op heeft. Hier komen mensen met oogproblemen naartoe in de hoop dat ze na wat gebeden van hun problemen af zijn. Maar ook na mijn bezoek moet ik nog steeds mijn bril af doen als ik iets wil lezen op mijn telefoon. Het zal wel komen omdat ik niet gebeden heb. Of omdat Edgar, op zijn hoofd na, vanwege restauratiewerkzaamheden in een soort canvas gewikkeld is.

We drinken nog een kopje koffie en rijden verder. En zo komen we bij een bejaardentehuis. Het heeft 50 bewoners, en je moet minimaal 70 jaar zijn om er te mogen wonen. In het midden van het terrein staan de keuken en eetzaal. Eromheen liggen de kamers van de bewoners, de vrouwen links, de mannen rechts. Net zoals in Nederland krijgen ze ook gewoon bezoek van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. De oudste bewoonster, 101 jaar, heeft toevallig net de familie over de vloer.

De tweede dag slenteren we Pyay in. Ons hotel ligt aan de rand van het stadje, dus we mogen nog een heuveltje over. Daardoor zien we opeens, als we een bocht om draaien, de belangrijkste tempel plus, daartegenover, een enorme zittende boeddha boven het stadje uit torenen.

Na een tempelbezoek lopen we richting markt. En die is Enorm met een hoofdletter E. Verspreid over verschillende markthallen kan de liefhebber van gedroogde vis zijn hart ophalen. Want dat is verreweg de meest verkochte handelswaar. Alhoewel, verkocht? Aan de kranten waarop de koopwaar ligt uitgestald te zien is zo’n gedroogd visje lang houdbaar.

En ja, er is natuurlijk nog meer te krijgen, maar voor de verse vis zijn we al te laat, en vers vlees zien we ook nergens.

De eerste twee dagen terug volgen we dezelfde route als op de heenweg. Dat heeft als bijkomend voordeel dat we de heuveltjes nu in de vroege ochtend krijgen, als de temperatuur nog lekker is en we nog geen 90 km gefietst hebben. Het gaat dan ook een stuk gemakkelijker dan op de heenweg.

Vanaf Hinthada bevinden we ons weer op onbekend terrein. En waar we de eerste vijf fietsdagen nog behoorlijke afstanden hadden, tussen de 100 en 110 km, kunnen we ook wat rustiger aan doen. 110 km is prima te doen op een dag, maar je rijdt toch wat langer op het heetst van de dag en wilt niet té relaxed fietsen omdat je nooit weet of je nog tijd kwijt gaat zijn met lekke banden. We hebben 60 km te gaan tot de eerste plek met hotels, en mochten die niet geschikt zijn dan zitten er 30 km verder nog twee. We doen dus lekker rustig aan, en worden hierbij ondersteund door de route. Weer een lekker rustige weg, maar de dorpjesdichtheid is iets hoger wat het fietsen nog leuker maakt.

Meteen buiten de bebouwde kom rijden we langs een enorm tempelcomplex. Het ziet er verlaten uit en alle toegangswegen zitten dicht, maar het ziet er intrigerend uit.

Ietsje verderop horen we gerammel. Inmiddels een bekend geluid. Gelukkig niet omdat onze fietsen het aan het begeven zijn, maar omdat er op regelmatige afstand, bij een tempel waar renovatiewerkzaamheden nodig zijn, mensen langs de weg staan met metalen bedelnappen. En die rammelen. Wat trouwens boeiend is, want aan muntjes doen ze hier niet. Soms stopt er iemand om geld af te geven, maar meestal wordt het in het voorbijgaan op de weg gegooid. De grootste inzameldichtheid was net voor de heuveltjes bij Pyay, toen we er binnen anderhalve kilometer vier passeerden, maar dat was wel een uitzondering.

Onze eerste stop is in een theehuis zo’n 17 km na de start. Er hangt een relaxt sfeertje, en we kunnen ons bij de coffeemix te goed doen aan een soort gefrituurde broodstaafjes. Er zijn ook samosa’s, die er prima uitzien, maar die we rond acht uur in de ochtend wat minder geschikt vinden.

We rijden verder en worden vooral ingehaald door brommertjes en af en toe wat openbaar vervoer. Dat laatste is op dit traject heel soms een grote bus, maar vaker een vrachtwagentje of trekker met een bak waarin wat bankjes zijn gemonteerd. Vooral de trekkers zijn leuk. Die rijden namelijk wat langzamer waardoor je er prima achter kunt rijden. Bij de eerste waarbij Wilchard de achtervolging inzet wordt de chauffeur op hem geattendeerd door een van de passagiers. Als hij achterom kijkt stuurt hij de trekker zo de berm in, maar hij weet gelukkig bij te sturen. Bij de volgende actie, het doorgeven van zijn telefoon aan een van de passagiers, stuurt hij de trekker bijna de andere berm in. Één van de reizigers is op een idee gebracht en druk in de weer om een geweldige selfie te maken. Verder wordt er druk gezwaaid en gelachen.

Bij een winkeltje waar we wat drinken en een ijsje kopen, weten de drie medewerkers niet hoe ze ons duidelijk kunnen maken dat ze ons bezoek erg leuk vinden. Dat begint met een schaaltje gedroogde visjes, maar alhoewel we uitermate gecharmeerd zijn van het gebaar, slaan we die over. Waarna de visjes worden opgevolgd door iets zoets met nootjes en een fles water. Als we uiteindelijk vertrekken krijgen we het restant in een tasje mee. Zo ontzettend lief!

Onderweg passeren we iedere vier kilometer wel een dorpje en tussen de dorpjes in zijn ook nog regelmatig huizen. Daardoor is er ook wat meer korte-afstandsverkeer, veelal wandelaars (al dan niet monniken die hun dagelijkse maaltijd bij elkaar aan het bedelen zijn), fietsers en brommers.

Aangekomen in Kyon Pyaw blijken de hotels die het internet kent niet geschikt. We zien de kamers niet eens, maar de trap naar boven is zo steil dat we de fietsen daar nooit over naar boven krijgen. We besluiten wat te eten en daarna door te fietsen. Om na 640 meter weer te stoppen omdat we een hotel zien dat wel geschikt is. De receptionist is het in eerste instantie niet eens met onze keuze om de fietsen op de kamer te zetten (no als Wilchard aanstalten maakt zijn fiets naar binnen te dragen), maar denkt uiteindelijk waarschijnlijk ‘vreemde lui, die westerlingen’ en laat het gaan. Tot nu toe hebben we dus, in tegenstelling tot de info die we eerder hebben gevonden, geen enkel probleem om accommodatie te vinden.

Bij het hotel zit ook een restaurant. Gegeten hebben we al, maar we vinden dat we wel een biertje hebben verdiend. Tapbiertjes hebben ze niet, wel bier op fles. Jammer voor hen, want onder iedere dop zit een prijs. Dat kan gewoon ‘thank you’ zijn, maar ook een gratis biertje of een geldbedrag. We hebben nog een gratis biertje dop, en de eerste fles die we open maken blijkt 1.000 kyat op te leveren, zo’n 60 cent. Toch goed voor 1/3 fles bier. Onze drankrekening voor 2x640ml bedraagt uiteindelijk €0,98. Als we bij het flesje bier ’s avonds ook nog eens 500 kyatt winnen, en daarmee 3 prijzen op 5 flesjes winnen, weten we zeker dat we geluksvogels zijn.

4 thoughts on “Rustige weggetjes waar veel te zien valt”

  1. Zo mooi weer, wat ziet dat er heerlijk uit. Dat ze nog steeds niet van die kinderstoeltjes af zijn overal, vreselijk vond ik dat. Wij hebben weer genoten van de prachtige foto’s! groetjes Ruth & Bart

  2. Hallo! Wat ziet het daar leuk en vooral kleurig uit! Trouwens zo’n bierdopjes hebben wij in Helden niet, jammer😁! En die tempels en boedha’s , enkele zijn zo enorm groot !! Weer heerlijk genoten van je blog en van jullie foto’s!! Die foto van die viskraam, ongelooflijk!, nog veel fietsplezier en tot de volgende blog!!

  3. Zeker zijn jullie geluks vogels alleen al om daar te mogen fietsen.
    ook dit keer weer mooie foto`s en een mooi verhaal.

Comments are closed.