Terug in Azië

Na een dierbare drie weken in Nederland met familie, vrienden en vriendinnen, stappen we op het vliegtuig oostwaarts. Hier maken we kennis met een voor ons nieuw fenomeen, de lange-afstandsbudgetvlucht. Maar waar bij de Ryan Airs van deze wereld iedereen zelf zijn eten en drinken moet kopen, geldt dat hier voor een deel van de passagiers. En tot onze verbazing, want we hebben een enorm goedkoop ticket, horen wij daar niet bij. Geen idee waarom wij wel en de overgrote meerderheid niet, maar onze stoelen staan op het lijstje dat wel wat geserveerd krijgt. Op het vliegveld van Bangkok stappen we met meer dan genoeg tijd over, en zo landen we op Yangon, Myanmar. In 2017 hadden we problemen met het aanschaffen van een e-visa, maar dat ging nu soepel. We zijn op maandagochtend bij Wilchards zus weggereden en via de beide ouderparen, Düsseldorf en Bangkok gereisd, maar we kunnen het toch niet laten om onze fietsen meteen in elkaar te zetten.

De eerste ochtend haal ik wat slaap in, Wilchard loopt alvast een paar uur door de stad. De buitenwijken tussen het vliegveld en het centrum leken gisteravond een forse upgrade te hebben ondergaan met nieuwbouw en duurdere winkels, maar zo bij daglicht blijken er een paar nieuwe gebouwen en de rest lijkt nog hetzelfde als 16 jaar geleden.

Bij de bekendste Chinese tempel die Yangon rijk is, is het een drukte van jewelste. Kilo’s wierook worden gebrand, het ziet blauw van de rook.

Er wordt een fotoreportage gemaakt van een vers bruidspaar. Hij strak in het pak, zij in een knalrode jurk. Geen wit hier, dat is de kleur van de dood. Als er even foto’s van haar alleen worden gemaakt, grijpt de bruidegom zijn telefoon. Zou hij tips aan het verzamelen zijn voor de huwelijksnacht? Die zal trouwens wel even op zich laten wachten, want na iedere foto wordt haar make-up bijgewerkt door een privé-visagist, en die lagen moeten er natuurlijk eerst af. De reportage wordt sowieso begeleid door een man/vrouw of zes. Naast de visagist zijn er nog een fotograaf, belichtingsman, een geluidsman, een videomeneer en iemand die het geheel in goede banen leidt.

Na Wilchards ochtendwandeling trekken we er samen op uit. Het is weer even wennen om de langste te zijn. Alle Chinezen zijn inmiddels werken, de tempel is uitgestorven. Maar in de smalle straatjes zijn nog genoeg kraampjes, pop-up restaurantjes en Birmezen om onze aandacht vast te houden. Mocht je je trouwens afvragen wat ze op hun gezicht hebben: dat is thanaka, goed voor de huid en tegen de zon.

Wat wel echt nieuw is in Yangon, is de mall. Er zijn er verschillende, en de modernste onderscheiden zich niet heel erg van die in het westen. Dure merkwinkels, fastfoodketens en tentjes met goede koffie en gebak. Dat laatste laten we ons goed smaken, Michael Kors laten we aan ons voorbij gaan.

Op de tweede dag stellen we onze fietsen verder af en monteren we de laatste dingetjes. Een hapje eten, op het heetst van de dag even op temperatuur komen in de airbnb, en rond vieren nemen we een taxi naar de Shwedagon. Dit is de belangrijkste pagode in Myanmar en zeker de grootste en met de bouw is zo’n 2.600 jaar geleden begonnen. Het middelpunt wordt gevormd door een vergulde stupa, die op dit moment helaas in de steigers zit maar niet minder indrukwekkend is. Hierin worden, naar het schijnt, 8 haren van Boeddha bewaard.

Deze stupa wordt omringd door kleinere offerplaatsen die de dagen van de week representeren. Boeddhisten offeren bij hun geboortedag. Er wordt wierook gebrand, bloemen worden neergelegd, gebeden gepreveld en kopjes water leeggegoten over Boeddha’s hoofd.

Op het enorme marmeren terras bevinden zich naast de stupa’s en offerplekken nog vele gebedshallen en paviljoenen vol boeddhabeelden. Hier is overal en altijd wat te zien. Om de gebouwen te zien moet je rondlopen, maar daarna kun je ook gewoon ergens gaan zitten en kijken naar de mensenmassa die voorbij trekt.

Toeristen zijn herkenbaar aan een blauwe sticker, en in tegenstelling tot 16 jaar geleden zijn er nu meer Aziaten (China, Japan, Korea) dan westerlingen. De overgrote meerderheid komt echter nog steeds uit Myanmar zelf. Yangonezen, maar ook pelgrims uit andere delen van het land.

Zo heb ik een leuk gesprek met een monnik die al vanaf zijn tiende in het klooster zit. De lagere en middelbare school worden in Myanmar inmiddels door de overheid gefinancierd, maar dit was nog niet het geval toen hij jong was. Toen zijn school te duur werd, hebben zijn ouders hem naar een klooster op een paar uur lopen van zijn dorp gebracht, waar hij monnik werd en wel onderwijs kon volgen. Een paar jaar geleden is hij daar met Engels begonnen en hierin geeft hij nu les in het klooster. Één van zijn beweegredenen om de Shwedagon te bezoeken is dat hij dan zijn Engels kan oefenen met westerlingen.

Ook buiten het klooster geeft hij onderwijs, maar dan aan leerlingen van de lagere school. Hij zit een beetje in een dilemma, want zijn ouders hebben hem gevraagd om terug naar huis te komen om bij te dragen in hun levensonderhoud en dat van zijn twee jongere zusjes. Maar hij twijfelt, want hij heeft nog geen diploma en vreest bij thuiskomst geen werk te kunnen vinden.

Terwijl we zitten te kletsen breekt opeens een vrouw met blauwe sticker in in ons gesprek. Of ze met hem op de foto mag. Geen probleem, de selfiestick wordt tevoorschijn gehaald en er komt een selfie uitrollen. Ze beantwoordt nog net zijn vraag waar ze vandaan komt (Zuid-Korea) en weg is ze weer. Ik vraag hem wat hij er nu van vindt, van die foto’s die van hem gemaakt worden. Hij geeft aan het geen enkel probleem te vinden, maar dat het wel typisch is dat er zelden foto’s van hem alleen gemaakt worden. Als er een of twee andere monniken in de buurt zijn, zoals nu, (hij heeft een leerling Engels bij zich) is hij heel populair. Hij reageert inderdaad alsof hij er geen enkel probleem mee heeft, en geeft aan het eerder als een mogelijkheid te zien om zijn Engels te oefenen.

Ietsje later voegt zich een Chinese in het gesprek. Ze is erg geïnteresseerd in de politieke situatie in Myanmar en de rol van de godsdienst hierin, maar de monnik ontwijkt een antwoord met de melding dat politiek hem niet interesseert. Ik vermoed dat het eerder het geval is dat hij het niet zo’n handig onderwerp vindt in de openbaarheid. Het is grappig om met de Chinese, die erg open is en goed Engels spreekt, te praten. Zij heeft de indruk dat een visum voor China een kwestie is van even vragen (niet dus) en ze vermoedt dat de aanwezigheid van Chinezen in alle uithoeken van de wereld te danken is aan het feit dat er in China te veel Chinezen zijn, en die moeten toch ergens wonen.

Terwijl ik zit te kletsen loopt Wilchard langzaam rond.

Vier nonnetjes, in leeftijd variërend van een jaar of zes tot een jaar of dertien doen hetzelfde. Even later besluiten ze om gezamenlijk bij de tempel hardop te gaan zitten bidden. Het is een aandoenlijk en fotogeniek tafereel en naast Wilchard vinden meerdere toeristen dat, gezien de vele foto’s die van de jongedames gemaakt worden. Er worden voldoende kyatts in hun bedelnap gedaan om een nieuwe vleugel aan hun klooster te bouwen.

In een van de bijgebouwen zit een non. Hij vraagt haar of hij een foto mag maken. Dat is prima, maar ze wil eerst haar kleren nog wat fatsoeneren. Trots gaat ze op de foto. Wanneer hij later weer langskomt en zwaait, nodigt ze hem uit voor thee. De derde keer dat hij haar passeert, zit ze al ver voordat hij er is te zwaaien.

Een monnik staat met een iPad een foto te maken van drie van zijn collega’s. Wilchard mag ook een foto maken. De monnik werkt op Sri Lanka en is slechts even terug in Myanmar. Over drie dagen vertrekt hij weer en hij is nu even met wat jongere monniken op bezoek bij Swedagon.

Een meisje is met een bezem bij een kleine tempel aan het vegen. Iedereen vraagt of monniken op de foto willen, maar Wilchard vraagt het haar. Verrast poseert ze, na enige twijfel, trots, met de bezem in de hand.

Een monnik zit op de rand van een kleine tempel vol verwondering naar de immense, verlichtte Swedagon te kijken. Dan wordt duidelijk dat ook hij het fijn vindt om zich dit bezoek te herinneren. Met zijn mobieltje maakt hij een foto.

Inmiddels is het donker geworden. Overal branden lichtjes en kaarsen en de lucht is zichtbaar verzadigd van de geur van wierook. In deze bijzondere sfeer lopen we nog een laatste ronde rond de stoepa voordat we weer richting appartement gaan.

En dan is het zover, na een maandje zonder stappen we weer op de fiets. De eerste dertig kilometer rijden we door de bebouwde kom Yangon uit. Naarmate het later wordt, wordt het ook drukker, en we vinden het bepaald geen straf als we een afslag nemen en de route ons over een smal paadje door de rijstvelden leidt. Het verkeer is, op wat brommers en een enkele fietser na, opeens verdwenen en we genieten van de omgeving. Tenminste, op die momenten dat onze aandacht niet voor 100% bij het wegdek hoeft te zijn, want dat is bij tijd en wijle erg beroerd. Gelukkig is er ook een groot stuk prima van kwaliteit, en alhoewel we midden tussen de weilanden zitten zijn er genoeg winkeltjes en plekjes om wat te drinken. Er komen hier niet al te veel toeristen, want bij één van de winkeltjes snelt de eigenaresse naar huis om even later terug te komen met dochter en kleinzoon. Die laatste is zodanig jong dat zelfs zwaaien nog niet lukt, maar dat mag de pret niet drukken.

De laatste 20 km zijn we weer terug op de snelweg. Het overgrote deel van het verkeer is in de buitenwijken van Yangon achtergebleven, want er passeert nog maar een fractie van de hoeveelheid verkeer van vanochtend. De route eindigt eigenlijk in Pantanaw, nog een eind verderop, maar ons zitvlees moet weer wennen en het geschud op het stuk binnendoor kostte ook behoorlijk wat extra energie, dus we breien er voor vandaag een eind aan. Tenminste, dat hopen we, want in Myanmar zijn, net zoals in China, buitenlanders enkel welkom in hotels met een buitenlandersvergunning, Maar gelukkig zijn we in het eerste hotel waar we aankloppen al welkom. Het Osaka Guesthouse is niet, zoals de naam doet vermoeden, van een Japanner, maar van iemand die Osaka een mooie stad vindt. Tenminste, dat denkt hij, want hij is er nog nooit geweest. Dit weten we omdat hij een van de weinige mensen die we vandaag zijn tegengekomen is, die goed Engels spreekt. En ik klaag niet, had ik maar Birmees moeten leren, maar het is wel gemakkelijk. We krijgen meteen zijn visitekaartje, als we ergens in Myanmar hulp nodig hebben mogen we altijd bellen.

In de ochtend worden we uitgezwaaid, en na een kilometer of acht, waarin we 4 kloosters passeren, stoppen we weer. Ontbijten is hier namelijk een redelijke uitdaging. Hét ontbijtgerecht van Myanmar is namelijk mohinga. Een vissoep. Vast heel lekker, maar voor ons komt hij niet in de ontbijt-top-2000. Ook alle andere ontbijtgerechten hier zijn gewoon warme maaltijden, maar bij een wegrestaurant kunnen we ook een soort wentelteefjes krijgen. Met gecondenseerde melk als zoetmiddel. Deze komt wel in de top-2000, maar niet hoog. Ontbijten in het niet-toeristische deel van Myanmar is daarmee één van de uitdagingen van ons nomadische bestaan. Om lunch en avondeten wat afwisselende te maken, maak ik nog snel een fotootje van een paar pagina’s van hun kaart dat we kunnen gebruiken naast het lijstje Burmese gerechten dat ik van internet heb geplukt. Hier staat nl naast de Birmese tekens ook de Engelse vertaling. En om je een idee te geven van de prijzen hier: €1,00 = 1.730 kyatt.

We volgen nog een paar kilometer de snelweg, steken via een enorm lange brug de rivier de Irrawaddy over en slaan rechtsaf, weg van de snelweg. Het wegdek is meteen een stuk egaler en links en rechts van de weg staan bomen die ons regelmatig voorzien van welkome schaduw. Er rijden wat bussen en vrachtwagens, maar die hebben allemaal verkeersles gehad van een fietser want ze gedragen zich buitengewoon netjes. Verder bestaan onze medeweggebruikers voornamelijk uit brommerrijders en fietsers.

In Hinthada hebben we 106 km afgelegd en vinden we een hotel. Omdat we behoorlijke dagafstanden hebben, zeker na een periode niet fietsen, besluiten we hier een dagje te blijven.

14 thoughts on “Terug in Azië”

  1. Wat een mooi verhaal en wat een mooie foto’s. Nu ze zoveel groter zijn zie ik er nog veel meer van.
    Veel succes en plezier samen.
    Groetjes Marga

  2. Lieve Wendy en Wilchard,
    Inderdaad weer genieten van jullie blog en ook de warmte komt ons tegemoet. In Nederland is het intussen lekker aan het vriezen 😉 Heel veel fietsplezier gewenst en veel liefs van ons 4!! X

  3. Heerlijk weer jouw blog te lezen! Wat sjiek die tempel! Het is daar toch weer anders. Ik hoop dat jullie genoeg lekker eten tegenkomen wat wel hoog in de top 2000 past. En weer bedankt voor de prachtige foto’s! Geniet weer volop en veel fietsplezier!!

Comments are closed.