Vakantie

In Windhoek hebben we een relaxte airbnb met een geweldige buitenruimte en doen we eigenlijk bitter weinig, zoals op de meeste van onze rustdagen. En zo hoort het ook.

Vanuit Windhoek hebben we een bijzonder korte dag. 24 km naar de Trans Kalahari Inn. Daar aangekomen zetten we onze tent op en bestellen een biertje. Opeens ruiken we een lichte brandlucht en zien we verschillende personeelsleden druk rondrennen. Paniek. De lodge heeft een rieten dak en ze vermoeden dat ergens in het riet een kabel is doorgebrand. Gelukkig blijkt iemand een open haard schoongemaakt te hebben, maar de resten smeulden nog. De emmer met asresten wordt als de wiedeweerga naar buiten verplaatst, en het leed is weer geleden. Tijd voor een Jägermeister, verzucht de eigenaresse.

In de ochtend gaat Wilchard naar het vliegveld om onze huurauto op te halen. Daarna pikt hij mij en de bagage op en rijden we noordwaarts. We brengen eerst een bezoek aan Otjikandero Himba Village. De himba zijn van oorsprong rondtrekkende veehouders, maar in de loop van de tijd hebben ze zich gevestigd. Hun manier van leven sterft langzaam uit, zoals die van veel stammen, maar voorlopig zijn er nog redelijke aantallen die niet meer op de traditionele wijze rondtrekken maar wel nog leven van veeteelt. Met name de vrouwen kleden zich nog traditioneel. Dat betekent een soort geitenleren rokje, en wat versierende ringen rond de enkels en hals. That’s it. Oh, en ze smeren zich van top tot teen in met een mengsel van een soort boter en kruiden, wat hen beschermt tegen de zon. Geef mij dan maar Nivea.

In het dorp wonen 7 mannen, 29 vrouwen en 49 kinderen. De oplettende lezer heeft al kunnen afleiden dat een man meerdere vrouwen mag hebben. Ze wonen in ronde hutjes met een rieten dak, die waarschijnlijk niet winddicht zijn want in verschillende hutten staat een moderne tweepersoonstent opgesteld. De vrouwen zijn thuis met de kinderen, de mannen de hort op met hun geiten. Eén man is thuis, die geeft als rolmodel het goede voorbeeld door lekker te hangen in een tent. Waarschijnlijk een papadag. Ik denk dat hij ons voor gek verklaart als we dat concept zouden proberen uit te leggen.

Tussen alle himba’s zit één Herero vrouw.

Leuk detail: de autocorrect maakt van himba homo en van herero hetero.

We rijden nog wat verder en aan het einde van de middag rijden we Etosha National Park binnen, hét wildpark van Namibië. Nog voordat we onze campingplek opzoeken, zien we al zebra’s, oryxen, gnoes en een supermooie olifant.

Onze eerste kampeerplek is in Okaukuejo. Snel eten, en dan naar de waterhole waar dit kamp bekend om staat. Dit is de hele nacht verlicht, en je kunt zo lang blijven zitten als je wilt. We zijn net te laat voor een setje leeuwen, maar al snel dienen de eerste neushoorns zich aan. Uiteindelijk zijn er verspreid over de avond een stuk of 15, die zich in twee-of drietallen melden. Het is het leukst als er meerdere groepjes tegelijk zijn. Meestal moet er dan even gekeken worden wie de baas is, maar in één geval is dat wat lastig. Het ene groepje bestaat uit twee mannetjes, het andere uit een moeder met tiener. De tiener wil zijn krachten wel meten met de mannetjes, en neuzen slaan tegen elkaar. Geen idee hoe zo’n neushoornopleiding werkt, maar het lijkt erop dat de twee mannetjes het jonge gastje laten winnen.

Iets later blijkt pas echt wie de baas is. Er komt een eenzame olifant langs, en de neushoorns maken zich snel uit de voeten met de olifant op hun hielen.

Het wordt stiller en stiller rond de waterhole, iedereen is rond half twaalf wel naar bed. Alleen ik ben nog over. Net als ik eraan denk ook mijn slaapzak op te zoeken komt er een groepje olifanten aan. Een stuk of acht volwassenen in verschillende leeftijden en twee kleintjes. Ze vermaken zich een tijdje rondom het water en lopen dan op een rijtje weg. Opeens staan ze doodstil. Alsof Tita Tovenaar met haar toverstokje gezwaaid heeft. Ik snap niet zo goed wat er aan de hand is, totdat ik naar de overkant van de waterhole kijk. Daar zit een vrouwtjesleeuw lekker te drinken. Iets achter haar komen nog drie leeuwinnen aangelopen. Als de olifanten zich omdraaien en op een drafje maken dat ze weg komen, draait een van de olifanten zijn hoofd naar me toe. Alsof hij wil zeggen “jij bent gek dat je hier blijft zitten”. En zo in je eentje voelt het toch niet heel lekker met vier leeuwen in de buurt, ook al staat er een afscheiding. Ik loop dus ook snel terug naar de tent.

De volgende ochtend ben ik weer op tijd wakker en nog voor het licht is loop ik weer naar de waterhole. Er zijn al wat meer mensen, en tegelijkertijd met mij arriveert een mannetjesleeuw om te drinken. Dat is even geluk hebben. Op de achtergrond hangen weer wat andere leeuwen. Ze komen niet dichterbij, maar we horen ze brullen en zien ze richting een groepje giraffes gaan dat op een afstandje staat te wachten. De langnekken gaan er halsoverkop vandoor en komen pas wat drinken als de leeuwen alweer een tijdje weg zijn.

We rijden vandaag van Okaukuejo naar de volgende campsite, Halali. Onderweg doen we verschillende waterholes aan, en tussen de waterpunten in zien we ook nog genoeg wild.

Bij Gemsbokvlakte worden we verrast door een enorme groep zebra’s en wat kleinere hertengroepjes. Tellen is niet te doen, maar we denken dat er in totaal wel 500 beesten staan. Dat blijken er 501 te zijn.

Terwijl we kijken en fotograferen, vragen we ons op een gegeven moment af waarom ze opeens allemaal dezelfde kant op kijken. Je zou denken dat ik iets geleerd heb van de olifanten van gisteravond, maar we laten de vraag onbeantwoord en kijken en fotograferen lekker door. Totdat we merken dat we als enige mensen zijn overgebleven. Als we rondkijken zien we ze wat verderop staan. Wij ook daarheen. En jawel, een leeuw. Ik zou denken dat met name het wild waar een leeuw wel pap van lust wat risicomitigerende maatregelen neemt en er gewoon vandoor gaat. Maar nee, blijkbaar denken ze snel genoeg te zijn om bij een aanval te kunnen ontsnappen.

Een kilometer of veertig verderop zien we wat jeeps bij elkaar staan. Als we langszij stoppen, wijzen ze op het gras een eind verderop. We zien in eerste instantie niets, totdat er een hoofdje opduikt. Een cheetah! Die ook nog eens zo vriendelijk is om richting weg te lopen en die een tijdje langszij te volgen. Supergaaf!

En dan blijkt waarom de meeste gamedrives in de ochtend dan wel eind van de middag georganiseerd worden. We zien helemaal niets meer. In plaats van ons hierbij neer te leggen, rijden we nog wat verder rond, over beroerde gravelwegen. Maar we zien echt niets, en het rijden en turen kost enorm veel energie. Iets na vieren rijden we Halali binnen. Waar de campsite in Okaukuejo vol stond, mogen we hier zelf uitzoeken waar we willen staan. Er kunnen wel tien keer zoveel mensen op. Hier zien we de vreemdste diersoort op aarde: de mens. Of beter gezegd, de Zuid-Afrikaanse kampeerder. Rustig haalt hij een matje van kunstgras tevoorschijn en stalt daar een tafeltje met twee stoeltjes op. Om vervolgens een kruimeldief te pakken en het matje schoon te zuigen. Soms hoef je niets te verzinnen en is de waarheid gek genoeg. Ik zou het tafeltje en de stoeltjes altijd pas achteraf geplaatst hebben.

Ook bij Halali bevindt zich een waterhole. We zien neushoorns, olifanten en hyena’s, maar vermoeid door de korte nacht en twee inspannende dagen duiken we op tijd ons tentje in. We slapen heerlijk.

Vanuit Halali rijden we naar de oostelijke uitgang van het park. Vandaag geen spectaculaire beesten, maar bij Kalkheuwel wel spectaculaire aantallen. En veel, en veel verschillende soorten. Op het hoogtepunt zijn er wel 300 zebra’s, 11 giraffes, 15 kudu’s en nog wat andere hertensoorten. We blijven hier dan ook een uur of anderhalf staan om te genieten van wat er komt en gaat.

Hierna rijden we het park weer uit. We overnachten in een goedkoop maar prima guesthouse in Otjiworongo, en rijden terug zuidwaarts. We passeren Windhoek en rijden van daar in een uurtje naar Rehoboth, een route waar we eerder een dag op gefietst hebben. Daar verlaten we het asfalt. Via de Spreetshoogtepas rijden we het Namib Naukluft park in. De pas is vooral steil naar beneden, en bovenaan hebben we een prachtig uitzicht.

We mogen vroeg op. De toepasselijk genaamde guestfarm Weltevrede, waar wij een kamer hebben, ligt op 40 km van Sossusvlei, de reden dat we hier zijn. Bij zonsopkomst gaat de poort open en mogen we bij opkomende zon 60 km over glad asfalt rijden. Nu is dat asfalt meer dan welkom aangezien onze Toyota Corolla nu eenmaal niet bedoeld is voor gravel, maar het is niet de reden dat we er zijn. De rode rotsen en zandduinen die nog roder kleuren bij het licht van de opkomende zon zijn dat wel. Het is geweldig mooi, en her en der stoppen we even voor een foto.

Het bekendste duin langs de asfaltweg is Dune 45. Hier stoppen de meeste mensen dan ook voor een beklimming gevolgd door een ontbijtje in een geweldige omgeving. Wij zetten onze auto wat eerder aan de kant. Geen idee wat de naam van het zandduin is, maar je mag er ook op klimmen en er is verder niemand.

Vanuit de hoogte zien we in de verte een oryx lopen. Als Wilchard langs het duin af naar beneden kijkt ziet hij er daar nog een staan. Ik zit wat lager en daal af. Voorzichtig nader ik het dier, maar hij is waarschijnlijk die toeristen wel gewend want hij is volstrekt niet bang. Tot een meter of acht mogen we naderen, als we dichterbij komen loopt hij door.

We rijden door tot het einde van het asfalt. De weg gaat nog door, maar is alleen geschikt voor vierwielaandrijving. We parkeren de auto, passeren de kiosk waar je kaartjes voor een 4×4 ritje kunt kopen en beginnen te lopen.

Al snel merken we dat we de enigen zijn die dit stuk te voet afleggen. Zelfs de jonge gasten uit de overlander laten zich rijden. De weg is goed te lopen, in onze herinnering zakten we de vorige keer veel meer weg. En net voor het einde zien we weer wat oryxen. Ook deze zijn weer niet bang. Enorm leuk om deze prachtige dieren van zo dichtbij te kunnen zien.

Aan het echte einde van de weg ligt deadvlei, een vlakte met een kalklaagje waarop enkele dode bomen staan. Om er te komen kunnen we ofwel een duin beklimmen en aan de andere kant afdalen, ofwel omlopen. Het duin heeft de bijnaam Big Daddy, en is behoorlijk hoog. Ik loop om, Wilchard loopt naar boven. Dat is het fijne van ergens al een keer eerder geweest zijn, je weet de weg en kent de mogelijkheden.

Wilchard gaat uiteindelijk niet helemaal tot de top maar slaat iets eerder rechtsaf, een ander duin op. Het uitzicht is boven op Big Daddy wellicht nog mooier, maar hier is het ook al bijzonder fraai. En dan te bedenken dat de zandduinen helemaal doorlopen tot aan zee, een kilometer of 80 verder naar het westen. Het is niet moeilijk je voor te stellen dat je hier gemakkelijk kunt verdwalen als je van de gebaande paden af gaat.

Deadvlei blijft een surreëel gezicht en geweldig fraai.

Op de terugweg krijgen we onderweg een lift aangeboden. Het is nog steeds prima lopen, maar die slaan we toch niet af. Even de schoenen uitkloppen, en we kunnen weer op weg.

Dankzij Wilchards onderhandelingskunsten vinden we een kamer voor anderhalf keer de prijs van de campsite. In de nacht begint het te waaien. De wind giert om ons huisje en we zijn blij dat we niet kamperen. Trouwens ook dat we al naar Sossusvlei geweest zijn, want daar word je nu gezandstraald en het zou me niet verbazen als er vandaag iemand van Big Daddy afgeblazen wordt. En ook dat we niet hoeven te fietsen, want de wind komt natuurlijk strak van voren, uit het oosten.

Bij Solitaire stoppen we. Hier bevindt zich een beroemde bakkerij. De originele bakker blijkt al een paar jaar overleden, maar de bakkerij draait nog op volle toeren en we laten ons de koffie met gebak goed smaken.

We rijden dezelfde route terug naar Windhoek. Het zal gewenning zijn, maar de gravel lijkt beter. De Spreetshoogtepas is nog steeds steil, maar nu naar boven. En in Rehoboth hebben ze nog steeds heerlijk softijs bij Yummie. We besluiten in Windhoek bij een groot winkelcentrum boodschappen te doen. De Checkers is echter gesloten, evenals 95% van de overige winkels. Er blijkt een transformatorhuisje doorgebrand te zijn. Gelukkig heeft de Super Spar wel een noodaggregaat, dus we gaan niet met lege handen terug naar de Trans Kalahari Inn. Het transformatorhuisje dat het winkelcentrum van elektriciteit voorziet blijkt ook de leverancier te zijn voor de lodge, want ook hier is geen elektriciteit, maar wel een generator.

We leveren de auto in op het vliegveld en pakken onze tassen weer wat netter in. Op de fiets komt dat toch wat nauwer dan in de kofferbak van een auto.

19 thoughts on “Vakantie”

  1. Weer geweldige foto,s in de duinen…!!, wij zijn net terug van een rondreis door Vietnam 3 weken, was geweldig mooi, vriendelijke mensen…Natuur zoals Halong Bay , Tam COC, Mekong Delta , Grotten, visersplaatsje HoI An ….vele gedenkwaardige plaatsen uit de Oorlog, Ho Chi Minh route, Tunnels Vietcong. huis van kim Phuc Napalm meisje , Mausoleum Ho Chi Min Hanoi Etc etc
    Hoe gaat het met de fietsten ??
    Veel succes verder

    Groet Marcel Stegen

  2. Geweldig die mooie foto’s vooral van en met die wilde dieren.
    Dit zien we normaal op de televisie en jullie beleven dat live. Geniet, geniet zoveel als jullie kunnen. Wij genieten hier ook van jullie geweldige foto’s en verhalen.

  3. Oh My … zo rood als die duinen zijn, zo groen zie ik. Van jaloezie. Nou, dat is het niet helemaal, want ik gun het jullie zo van harte, maar Namibie gaat heul hoog op de verlanglijst nu. Wat is het mooi!

Comments are closed.