De hoogte in

Vanaf vandaag klimmen we behoorlijk zonder bijna net zoveel te dalen, dus ergens zou de temperatuur naar beneden moeten gaan waardoor we later kunnen vertrekken. Gisteren was het echter nog fors warm, dus vandaag staan we weer eens om half vijf op.

Vanuit Khorog kun je kiezen voor een tweetal routes. De eerste volgt nog een paar dagen de Panj om in de Wakhan vallei uit te komen. Dat is een vruchtbaar gebied met veel dorpjes en aan de overkant enorm hoge besneeuwde toppen in Afghanistan. Als je de vallei uit klimt via een steile gravelweg maken die plaats voor de witte toppen van de Hindu Kush in Pakistan. Uiteindelijk voegt deze route, die bijna volledig uit gravel bestaat, zich bij de M41 oftewel Pamir Highway, het vervolg van de weg die we nu al een aantal dagen fietsen. Deze gaat veel geleidelijker omhoog en is voor het grootste deel geasfalteerd. We hebben beide routes al eens bereden, en kiezen voor de M41. Enerzijds vanwege de geleidelijker klim, maar belangrijker omdat het landschap weer heel anders wordt.

De eerste 15 kilometer tot het checkpoint gaan in ieder geval stevig omhoog. We moeten door een viertal korte tunnels, maar die zijn ook nog eens aan de zijkant voorzien van pilaren, dus licht genoeg.

Bij het checkpoint kijken we of we weer weg komen met de afgifte van een kopie paspoort. En jawel, we mogen door. Bij de aanvraag van ons visum hebben we een extra permit moeten kopen om dit gebied te mogen bezoeken, maar tot nu toe hebben we dat hele visum met permit nog niet hoeven laten zien. De eerste en vijfde keer volstond een kopietje paspoort dat ze hebben gehouden, de tweede en derde keer moesten we de originele paspoorten laten zien, en de vierde keer was het nog zo vroeg dat de dienstdoende beambte bye bye riep en niet eens van zijn bedje af kwam.

Ietsje verder is het tijd voor onze eerste theestop, en vanaf dan stoppen we grofweg iedere tien kilometer om wat te drinken. We gaan vandaag over 57 km netto 700 meter omhoog, en dat merk je. De zon schijnt nog steeds en geeft warmte af, maar lang niet zoveel als de vorige dagen. De lucht blijft nog tot vroeg in de middag relatief fris. We klimmen stroomopwaarts van een zijrivier van de Panj, in een vallei met redelijk wat dorpjes en groen. Langs de rivier is het wat vlakker, waardoor er bomen kunnen groeien en een beetje aan landbouw kan worden gedaan. Her en der probeert men met het water uit de rivier stroom op te wekken waardoor er kleine stuwmeertjes zijn ontstaan. De borden die het project dat dit mogelijk moet maken aankondigen stonden er twee jaar geleden ook, er lijkt niet veel te zijn gebeurd. Ook het stuk gravelweg van een kilometer of vier ligt er nog ongeasfalteerd bij.

Als we wat staan te drinken komt er een auto aangereden waarvan recht voor ons de motor afslaat. Een vrouw zit giebelend achter het stuur, een man zit naast haar en schakelt. Een rijles. Gas geven moet zij, maar dat is blijkbaar lastig. Na even gelachen en gezwaaid te hebben klimt ze naar de achterbank. De man stapt uit en stapt verontschuldigend kijkend achter het stuur. Hij is wel geslaagd voor de hellingproef, maar niet met vlag en wimpel. Met blazende motor rijdt hij weg.

Vandaag bereiken we een nieuwe mijlpaal. Met 40.075 km op de teller fietsen we de lengte van de evenaar, die we eerder zijn overgestoken in Kenya en Oeganda.

Ietsje later stoppen we bij het tankstation van Vush waar we genieten van een echte bomba (vanille-ijsje met chocola), 700 meter verder drinken we wat limonade bij een winkel, en nog eens 100 meter verderop zijn we op onze bestemming aangeland. Twee jaar geleden zijn we hier van de weg geplukt en vertroeteld door Dalei en zijn familie, dit keer gaan we kijken of ze ons nog herkennen. Op het erf zijn oma, opa, drie kinderen en een jonge vrouw aanwezig. De laatste en het meisje herkennen we niet, maar de twee zoontjes en oma en opa wel. Ze zijn respectievelijk gegroeid en oud geworden. Opa is ziek en kan niet veel meer, maar oma is enorm actief en lijkt het huishouden te runnen. Ik krijg een zoen van haar, Dalei is er nog even niet maar we kunnen de fietsen binnen neer zetten en onze spullen neerleggen in het kamertje waar we de vorige keer ook geslapen hebben. Er liggen al twee matrassen en een deken, dus daar mogen we een middagdutje op gaan doen. Maar eerst moet er gegeten worden. Er komt soep met brood op tafel, de lekkerste abrikozenjam ooit, thee en een schaal koekjes en snoepjes. Iedereen valt aan, en wij dus ook. Er komen nog twee oudere vrouwen bij, en ook die krijgen natuurlijk te eten. De enorme pan die toen we kwamen gevuld was met soep is aan het einde leeg. Ik heb toen we aankwamen een foto uit 2017 op mijn telefoon laten zien, en aangezien ‘foto’ in het Tajieks en Arabisch hetzelfde is begrijp ik dat ze het erover hebben. Ik pak mijn telefoon en tot vreugde van oma kunnen haar vriendinnen de foto ook even bewonderen.

We weten niet wat het is, maar op veel plekken waar we in Kirgizië en Tajikistan ’s middags zijn worden we naar bed gestuurd voor een hazenslaapje. En zo ook hier. Nu komt dat niet heel slecht uit, want we hebben vannacht allebei om onverklaarbare reden amper geslapen, dus we doen onze ogen graag even dicht. Als ik naar buiten loop om het toilet achter in de tuin op te zoeken is er niemand, wel staat er een nieuwe pan soep te pruttelen op het fornuis. Het toilet is luxe: twéé gaten in de grond van verschillende vorm. Een dames en een heren? Een voor de kleine en een voor de grote boodschap? Geen idee. In Nederland heb je dan een gewoon toilet en een urinoir en daar betaal je extra voor.

De doorwaakte nacht is bij Wilchard slecht gevallen, hij voelt zich niet 100% en komt alleen even tevoorschijn als Dalei thuis komt van zijn werk. Wat een energie zit er opeens in het huis nu hij erbij is. Hij kan niet stil zitten, rent van de ene plek naar de andere en regelt eten en thee. Wilchard krijgt een dikke omhelzing, ik een hand. Of er echt geen dokter hoeft te komen. Nee, dat hoeft niet, een goede nachtrust is hopelijk genoeg. Echt niet? Nee, echt niet. En hoeft hij dan niks te eten? Nee, dat hoeft niet. Thee misschien? Nee ook niet. Echt niks te eten? Of thee?

‘Dalei regelt eten en thee’ betekent trouwens dat hij de kussens om op te zitten en het tafelkleed klaarlegt en tegen oma zegt dat er gegeten kan worden. Oma maakt voor mij een soepkom klaar waar ik stukjes brood in kan soppen zodat die lekker zacht worden. De rest eet uit een grote kom. Op de bodem liggen stukken brood, daaroverheen wordt soep gegoten. Dit alles wordt bedekt met een paar stukken geit. De soep is niet alleen door oma gemaakt, ze heeft de geit ook geslacht. En speciaal voor mij een paar stukjes uitgezocht die ze in mijn kommetje heeft gedaan.

Steeds als ik mijn kommetje half leeg heb verschijnt oma aan mijn zij om het aan te vullen met nieuwe bouillon. Waar ik dan weer brood bij kan doen. Hetzelfde gebeurt met de thee. Ik heb inmiddels een jasje aangetrokken omdat het zowaar een beetje fris geworden is, maar dat lijkt oma niet genoeg. Er wordt een vest aangedragen en over mijn blote voeten wordt een dekentje gelegd. Lekker warm, gebaart ze. En zelfs als ik voor het naar bed gaan het toilet weer op zoek loopt ze met me mee. Ik denk nog dat het is om me de weg te wijzen in het schemerdonk en te voorkomen dat ik in een van de kanaaltjes stap die de tuin doorkruisen, maar het is voor de gezelligheid. Gezusterlijk komt ze naast me zitten, en ik hoef meteen niet meer. Gelukkig is zij eraan gewend en snel weer weg, dus nu kan ook ik dit bezoek succesvol afsluiten. Het kanaaltje waar je bijna in stapt als je naar het toilet loopt blijkt dienst te doen als wasbak. Super praktisch allemaal.

Tijdens het eten is er kort iemand die wat Engels spreekt. Wilchard wordt steevast aangeduid met wife, maar ik weet wat hij bedoelt. Echt geen dokter / eten / thee? Nee, echt niet. Misschien iets te eten dan? Nee, echt niet. Of moeten ze een dokter bellen, die woont in de buurt en hij kan vertalen als het nodig is. Nee, echt niet, het is morgen vast over.

Dit is wel mijn kans om te vragen of ze de foto’s uit 2017 ontvangen hebben. Die hebben wij toen naar Pascal van Tropical Cyclist gemaild die hier ietsje later een fietsreis verzorgde, met het verzoek ze uit te printen en af te geven. Er wordt druk nee geknikt en afwerend gebaard terwijl de vraag wordt vertaald. Nee, we zijn zijn vrienden en gasten en mogen echt niet betalen, krijg ik terug. Er is in de vertaling blijkbaar iets mis gegaan. Nog een poging. Ja, hij heeft ze ontvangen, een maand of twee nadat we bij hem waren. Dat hij dat allemaal nog weet! Bedankt Pascal!

We liggen op tijd in bed. Wat extra uurtjes slaap kan geen kwaad. Eerst worden er nog wat matrasjes bij gestapeld zodat we wat zachter liggen, daarna gaat het licht uit. In de ochtend is Wilchard weer de oude, en na een lekker ontbijt met van die lekkere jam stappen we weer op de fiets.

Vandaag mogen we iets meer omhoog en iets minder omlaag over iets meer kilometers, dus dat betekent lagere stijgingspercentages. En dat klopt ook. Steil is het nergens en het wegdek is prima. Wel merken we dat we hoger zijn. Enerzijds omdat de temperatuur prettig aangenaam blijft, anderzijds omdat we bij die lagere percentages af en toe flink hijgen.

De dorpjes worden spaarzamer, de hoeveelheid verkeer, die gisteren al niet hoog was, is te verwaarlozen. Af en toe passeert er een vrachtwagen of busje met altijd een zwaaiende chauffeur en soms een kindje dat al wuivend uit het raam hangt. Het groen neemt af, de omgeving wordt ruiger. En wij genieten. Wat een voorrecht om hier te mogen en kunnen fietsen.

Aan het begin van de middag arriveren we in Jelondy. Hier zijn warmwaterbronnen en dus ook een sanatorium. Je kunt hier slapen, en wij verzekeren ons van een kamer en staan voor het eerst sinds Qala’i-Kumb onder een warme douche. Het bad van vijf bij vijf meter dat erbij zit is zelfs nog warmer, we kunnen het allebei net hebben. De dames- en herenbaden zijn strict gescheiden, maar één ding hebben ze gemeen, ze zien er allebei uit als fabriekshallen die in de jaren dertig zijn verlaten, met een betonnen plafond en tegeltjes die hun beste tijd hebben gehad. Volgens Wilchard zit er overal roest, maar zonder bril gaat dat aan mij voorbij.

We hebben besloten onze route aan te passen. We waren van plan om de Pamir Highway op en neer te fietsen, maar met de drie dagen die we door de late afgifte van ons visum kwijt zijn betekent dat net te weinig rustdagen voor zo’n zware route. We draaien dus net voor de grens met Kirgizië niet om maar rijden door, en daarmee hebben we een stuk meer rust.

’s Nachts regent het en de volgende ochtend is het donker en grijs. Geen goed nieuws voor de vijf Belgische fietsers die ook in het sanatorium overnachten en die vandaag door willen. Gelukkig klaart het tegen negenen op. Met onze gewijzigde plannen pakken wij een rustdag. De komende dag is zwaar en zo kunnen we even wennen aan de hoogte. We zitten inmiddels op 3.500 meter en komen in Tajikistan alleen nog maar hoger.

Aangezien hier niet veel te doen is anders dan badderen en een keer naar het dorpje lopen, beslissen we hier onze foto’s weer een keer te backuppen. Degenen die geïnteresseerd zijn in hoe wij onderweg omgaan met onze foto’s kunnen gewoon doorlezen. Mocht je dat niet zo nodig hoeven weten, dan kun je de komende alinea overslaan.

We kunnen behoorlijk wat foto’s kwijt op de kaartjes die in onze camera gaan, maar lang niet genoeg. En dan zijn er drie opties: ofwel je koopt nog meer kaartjes, ofwel je hebt een laptop en eventueel een externe harde schijf, ofwel je hebt externe harde schijven die zelfstandig kunnen werken. Een laptop is gewicht en valt af en als we voor kaartjes zouden kiezen zouden dat wel heel veel kaartjes zijn. Die kun je natuurlijk ook met veel opslagcapaciteit kopen, maar ze zijn wat kwetsbaarder omdat je natuurlijk tijdens het fotograferen constant naar het kaartje wegschrijft. Vandaar dat we het risico liever spreiden en geen kaartjes met enorme hoeveelheden gigabyte hebben. Wij hebben dus twee externe harde schijven van 2 terrabyte waar we onze kaartjes in kunnen stoppen. Die worden dan automatisch naar de harde schijf gekopieerd, en met een app kunnen we controleren of dat goed is gegaan. Als dat het geval is kunnen we de kaartjes formatteren en opnieuw gebruiken. De schijven zijn ook nog eens een kopie van elkaar met precies dezelfde foto’s, dus het kan nog steeds mis gaan maar die kans is nu wel heel klein. Liefst zouden we ze onderweg ook nog wegschrijven naar de cloud, maar met de internetsnelheid hier is dat geen optie. Bovendien hebben we zoveel foto’s, en van iedere foto een jpeg en een raw formaat, dat we daar zelfs in Nederland niet aan gaan beginnen. De cloud is de back-up van de back-up en krijgt alleen de jpegs.

In de nacht is de lucht, de keren dat ik een bezoek breng aan het toilet, helder en het waait niet. En onze plannen om sokken, beenstukken en een jasje aan te trekken kunnen in de kast want het is zelfs redelijk warm als we vertrekken. De eerste 20 km, tot de pas, gaan langzaam omhoog. Het landschap is weer prachtig, het wegdek prima.

Aan de voet van de pas krijgen we thee aangeboden van de mensen die daar wonen. We vragen ons regelmatig af hoe dat moet zijn als we een huis zien staan, om zo in het grote niets te wonen, met alleen je familie om je heen. Meestal wonen er drie generaties, en ze zijn volledig op elkaar aangewezen. Niemand anders om mee te kletsen. Ze hebben vaak wel een mobiel, maar meestal is er alleen bereik in de buurt van een dorpje. Iedere week boodschappen doen zit er niet in, en op deze hoogte groeit niks. Water komt uit een stroompje, electriciteit is er hooguit van een zonnepaneel. We kunnen ons niet voorstellen hoe dat moet zijn, en andersom geldt natuurlijk dat zij zich niks bij ons leven voor kunnen stellen.

We doen een poging om de foto’s die we gemaakt hebben en waarmee ze erg in hun sas zijn met Bluetooth over te zetten naar de telefoon van mams, maar met de Tajiekse display kunnen we niets. Ze kan de bluetooth wel aanzetten, maar ik zie hem op mijn telefoon niet terug komen. Uiteindelijk krijg ik haar telefoonnummer en zal ik, zodra ik fatsoenlijk bereik heb, de foto’s over zetten. Zij krijgt ze dan binnen zodra ze ergens is waar ze bereik heeft. Bijkomend voordeel is dat ik dan de foto’s die we in 2017 gemaakt hebben ook kan sturen.

Na de thee begint de uitdaging van vandaag. Het zijn maar 4 km, maar daarin mogen we dik 300 meter omhoog naar 4.270 meter. Het ongeasfalteerde wegdek is gelukkig redelijk, en we gaan in de helft van de tijd van twee jaar geleden naar boven. Toen moest ik echt om de zoveel tijd bijkomen, heb ik stukjes geduwd en heeft Wilchard zelfs twee keer mijn fiets een stukje overgepakt. Dit keer fiets ik alles, en als ik stop om mijn adem op orde te krijgen ben ik snel hersteld. Hijgen doe ik wel nog.

Boven aangekomen mogen we over beter wegdek dan ik me herinner een stukje naar beneden. Niet dat het goed is, verre van, maar als je verwachtingen beroerd zijn valt het al snel mee. De weinige vrachtwagens die er rijden gaan stapvoets en zeker niet sneller dan wij. Zodra we de bocht om rijden zien we in de verte de tweede pas van vandaag al liggen. Hij lijkt niet al te ver weg, maar in zo’n weidse omgeving is het moeilijk om afstand goed in te schatten.

Halverwege tussen de twee passen lunchen we. We hebben er dan 38 km op zitten waar we inclusief stops 6,5 uur over hebben gedaan. Na brood met mayo en tomaat gaan we weer verder, eerst omlaag over redelijk asfalt en dan over iets minder redelijke gravel omhoog, de pas op. Ik merk dat we al wat inspanningen verricht hebben, want ik heb met deze pas, die minder hoog en minder steil is, meer moeite dan met de eerste. Op de steilste 200 meter moet ik duwen en loopt Wilchard terug om mijn fiets over te pakken.

Boven aangekomen zien we de volgende vallei alweer liggen. Met iedere pas en iedere bocht verandert het landschap, maar deze vallei is wel heel erg fraai. Dat kan helaas niet gezegd worden van de weg, die al onze aandacht opslokt. Losse stenen met aan het begin nog een afdaling zorgen niet voor enorm veel fietsgenot, maar gelukkig vlakt de afdaling uit en wordt het wegdek aan de zijkant iets beter. Af en toe stoppen blijft de enige manier om het landschap echt goed in ons op te nemen, dus dat doen we.

De beloning wacht op het einde: asfalt. We zijn van plan om naar Bulunkul te fietsen, dus die beloning duurt maar een paar kilometer vandaag, maar we genieten er niet minder van. We weten dat de weg naar Bulunkul onverhard is, dus we spreken af om bij de afslag op basis van het wegdek te beslissen wat we doen. Op de kruising staan twee van de vijf Belgische fietsers. Zij weten te vertellen dat het wegdek dramatisch wordt met veel wasbord, dus dat maakt onze beslissing gemakkelijk. We blijven het asfalt volgen en rijden nog 25 km door naar Alichur. Die 25 km staan ons bij als supereenvoudig, maar vallen uiteindelijk toch tegen. Halverwege herinneren we ons dat we de vorige keer op het einde enorm veel wind mee hadden. Dat is nu helaas niet het geval, waardoor we uiteindelijk pas om half zeven, 11 uur na vertrek, vermoeid Alichur binnen rijden.

De homestay waar we de vorige keer zaten ziet eruit alsof er al meer mensen zijn. Dat is natuurlijk geen probleem, maar er is maar één slaapvertrek en als het niet hoeft delen we onze slaapkamer liever niet. We rijden dus door en komen terecht bij een fijnere plek waar de vrouw des huizes ook nog eens goed Engels spreekt. Het eerste wat ze zegt is dat ze thee voor ons gaat zetten en dat ze yoghurt heeft. Wilchards ogen beginnen bij het horen van het woord yoghurt al te glinsteren, en het blijft tijdens ons verblijf zeker niet bij dat ene kommetje. Later horen we van de Belgen dat ze met in totaal negen personen in die ene kamer bij onze vorige homestay sliepen, dus we zijn blij dat we zijn doorgereden.

We mogen zelf zeggen wat we willen eten (gebakken aardappeltjes, salade en yoghurt) en er wordt genoeg geserveerd voor drie weeshuizen. De bedden worden opgemaakt (traditionele matrassen op een plateau) en we slapen allebei goed. Als we in de nacht het toilet, een wit gebouwtje achter het huis, opzoeken horen we het geluid van de yaks die hier gehouden worden.

Achter het huis staat iets wat in Nederland benoemd zou worden als een pizza-oven. Hier is het het belangrijkste instrument in de keuken: de oven om brood in te bakken. Brood krijg je in Centraal-Azië overal bij geserveerd. Bij iedere maaltijd, maar ook bij een kopje thee. In een restaurant hoef je het niet te bestellen, het komt altijd op tafel.

In de ochtend kunnen we ons zelfs wassen. Ze hebben een rode container ingericht tot douchegelegenheid. Een bankje waar je op kunt zitten, een emmer met warm water en een bakje waarmee je dat water over je heen kunt gieten. Wilchard vraagt zich nog af hoe ze dat gedaan hebben met de afwatering, maar dat loopt natuurlijk gewoon aan de zijkant weg. Naast de container staat een groen huisje waar onze fietsen in staan en waar de hele familie inclusief het bezoek uit Dushanbe slaapt. Dat bezoek uit Dushanbe bestaat uit een dochter, schoondochter en een stuk of 6 kleinkinderen variërend in leeftijd van 5 tot 15 jaar. In de zomer is het in Dushanbe te heet en komen ze naar Alichur, twee dagen reizen verderop, waar met name de dochter flink meehelpt in de homestay. Yasmina, de jongste kleindochter, moet erg wennen aan die buitenlandse gasten.

Overdag is er zoals verwacht niet zoveel te doen in het dorp. Er zijn een paar winkeltjes en truckstops, en redelijk wat hello roepende kinderen. Een oude mevrouw biedt thee aan en is erg in haar sas als ze zichzelf met haar kleinkinderen terug ziet op de display van de camera. Af en toe loopt er iemand op straat, maar het dorp heeft veel weg van een stilleven.

Tegen het einde van de middag kloppen er twee Franse fietsers aan. Ze zijn vanochtend vertrokken uit Murghab, waar wij morgen heen gaan, en hebben het helemaal gehad. De laatste 30 kilometer hadden ze fors tegenwind en wat in theorie eenvoudig fietsen moest zijn werd daarmee een flink gevecht. Terwijl we smullen van een overheerlijke gevulde soep kletsen we wat, en om acht uur liggen we allemaal op bed. Om zes uur zitten we ook weer met zijn allen aan het ontbijt, en na een fotomomentje rijden we ieder een andere kant op. Je kunt trouwens op basis van de uitrusting van een van de twee Fransen wel zien waar ze vandaan komen: werkelijk alles komt van de Decathlon. Voordat we onze Santos-fietsen voor deze reis aanschaften kochten we op onze fietsvakanties voor zo’n $120 meestal een Rockrider bij de plaatselijke Decathlon die we dan op het einde weer verkochten voor zo’n beetje de helft. Daar rijden zij ook op rond, zij het op een wat betere uitvoering. Wat weer bewijst dat een betere fiets je leven wat gemakkelijker maakt, maar dat je zelfs voor de Pamir Highway geen topmodel nodig hebt.

Wij rijden vandaag de route van de Fransen in tegengestelde richting. Dik 100 km, maar niet al te moeilijk. We hebben de hele dag asfalt, gaan de eerste helft maar een beetje omhoog en dalen de tweede helft anderhalf keer zoveel af. Het waait niet al te hard, maar als het waait komt de wind zelden van voren. Wel trek ik na een paar kilometer mijn jasje nog even aan, het is sinds tijden een beetje fris. De omgeving is vandaag weer adembenemend mooi. De eerste 35 km gaan nog door een brede vallei waar behoorlijk wat water aanwezig is, dus de aardtinten worden her en der onderbroken door felgroen.

Verderop verdwijnt het water en wordt de omgeving rotsachtiger, maar daarmee niet minder fraai.

In Murghab vinden we een homestay met een zittoilet en een echte douche met warm water. We zijn er straks vast zo weer aan gewend, maar nu voelt het als een ongekende luxe. In het hotel aan de overkant van de weg eten we aardappels met kip, en zo brengen we ook deze geweldige fietsdag weer tot een goed einde. Murghab is voor Tajiekse begrippen een wat groter dorp, dus hier blijven we twee dagen. Het grootste verschil met twee jaar geleden is dat ze sindsdien electriciteit hebben gekregen die het ook nog doet.

Oh, en bij het checkpoint net voor Murghab wilden ze toch onze permit nog zien. Niet voor niks aangevraagd dus.