Gelukkig nieuwjaar, Varken!

Onze tocht de Ayerwaddy delta in begint over een klein, rustig weggetje. De mist hangt nog over de rijstvelden, Myanmar wordt langzaam wakker. Alhoewel, langzaam. De middelbare-schooljeugd is al in grote getalen op weg naar school. Op de fiets, niet heel anders dan in Nederland wat dat betreft.

Als we de helft van de kilometers van vandaag erop hebben zitten draaien we de Yangon-Pathein highway op. Het is gemakkelijk fietsen, maar niet heel interessant. We zien nog maar weinig dorpjes en daarmee plekken om te drinken, en dat laatste is broodnodig. Het waait zo goed als niet, en dat betekent dat het bloedheet is. Gelukkig bereiken we toch nog een dorpje, dat zelfs een werkende koelkast heeft, en dan is de dorst weer snel gelest.

In Pathein nemen we een dagje vrij. Het is in Myanmar ’s middags, als we uitgefietst zijn, zodanig heet dat we dan niet meer zonodig een tempel hoeven te bezoeken of een rondje over de markt hoeven te doen, dus daarvoor gebruiken we de ochtend van de rustdag. Pathein ligt in de delta van de Ayerwaddy, een enorm vruchtbaar gebied dat vergeven is van de kanaaltje en riviertjes. En dat betekent dus ook een druk komen en gaan aan het water. Passagiersveertjes, maar ook boten voor goederenvervoer, varen af en aan, een leuk gezicht.

Het is de bedoeling om via de delta in vier dagen terug naar Yangon te fietsen, met onderweg nog een extra rustdag. Het is nog even de vraag of we dat gaan halen, want googlemaps kent niet overal bruggetjes dan wel veerpontjes. Ach, we gaan het zien. De eerste dag, naar Wakema, gaat in ieder geval goed. We volgen rustige weggetjes tussen rijstvelden door, en alleen net voor Wakema ontbreekt de brug. Nou ja, hij is er wel, en een grote ook, maar in reparatie. Gelukkig gaat er wel een veer. We komen net aanrijden als het eerste vrachtwagentje aan boord gaat, dus we denken snel weg te zijn. Het duurt uiteindelijk wat langer, aangezien ze de boot zo vol mogelijk willen hebben. De auto’s, trekkers en vrachtwagens worden als puzzelstukje behandeld. En moeten er achterstevoren op. Dat laatste is vooral een probleem voor de vrachtauto’s die te zwaar beladen zijn, die komen nauwelijks de oprijplank op. Uiteindelijk mogen wij ook, en zo tuffen we naar de overkant, waar we een prima hotel vinden. Die hotels gaat een stuk gemakkelijker dan oorspronkelijk gedacht. Tot nu toe zijn ze prima, goedkoper dan verwacht en we zijn nog nergens weggestuurd.

Wakema heeft net als Pathein een levendige waterkant. En een soort braderie. Als we aan komen fietsen lijken het marktstalletjes langs de weg, maar tegen de avond zijn er heel veel eetkraampjes bij gekomen en is het een drukte van belang. Je kunt blikgooien, ringwerpen en pijltjes gooien op ballonnen. En ietsje verderop kun je pijltjes gooien op ballonnen, ringwerpen en blikgooien. Wilchard doet een poging maar helaas. Met blikgooien wint hij nog een pakje zakdoekjes als troostprijs, maar bij het ringwerpen blijft geen van de zes ringen om een blikje energiedrank liggen.

Voor degenen met trek zijn er ondefinieerbare stukken vlees te krijgen, bbq-stokjes, suikerspinnen en heel veel zoets en/of gefrituurds. En de shopaholics kunnen zich tegoed doen aan kraampjes met gordijnen, voetbalshirtjes en heel veel plastic speelgoed uit buurland China.

Wij amuseren ons prima bij de draaimolen en het mini-reuzenrad. Beide hebben geen last van eventuele stroomuitval, want ze worden gewoon door menskracht aangedreven. Vooral bij het reuzenrad is dat spectaculair. Jongemannen klimmen naar boven en brengen het rad al lopend op het skelet in beweging. Daarna gaan ze, al draaiend, aan de bakjes hangen zodat het nog wat harder gaat en de bakjes lekker zwieren. De Python is er niks bij, aan het geschreeuw te horen.

De draaimolen is niet zo spectaculair, maar een wonder van vernuft. Ze hebben een draaimolen zonder bakjes in elkaar geknutseld, en vervolgens een aantal plastic autootjes gekocht. Je kent ze wel, die Chinese speelgoedauto’s waar je je peuter in kunt zetten en voort kunt duwen. Die gebruiken ze nu bij wijze van bakje, en in het midden van de molen hangt een touw waarmee het geheel in beweging wordt getrokken. Wat sfeerverhogend gekleurde tl-buizen erbij, en hij kan los.

Over een rustig weggetje rijden we Wakema uit. Gelukkig passeert ons na een kilometer of zeven een grote bus. Gelukkig, want wij concluderen daaruit dat er wel een redelijk veer zal zijn. Op de plek waar volgens maps.me een veer moet zijn, blijkt ook inderdaad een aanlegsteiger. Geschikt voor roeiboten. Dit is zeker niet de plek waar die bus overgestoken is. Een blik op de kaart leert dat 11 km verderop een redelijke plaats is met aan de linker- en de rechteroever het uiteinde van een doorgaande weg. Met een windje in de rug hebben we die 11 km in no time afgelegd, om erachter te komen dat dit gewoon een eindstation voor bussen is. Als je naar de overkant moet, mag je in zo’n roeibootje, dit keer geholpen door een buitenboordmotor op een stokje.

In een theehuis overleggen we wat te doen. Het bootje is niet al te groot, de rivier breed. En op het restant van de route zitten nog wat oversteekjes waar maar de vraag is wat we daar aan gaan treffen. We besluiten, lafaards dat we zijn, om te keren en terug te rijden naar Wakema. Van daaruit nemen we dan wel een wat noordelijker route.

Met dat besluit hebben we opeens meer dan tijd genoeg. Wilchard brengt nog een bezoekje aan de markt en een school, terwijl ik het dorp aan me voorbij zie trekken vanuit het theehuis.

De 25 km terug gaan gemakkelijk, en zo zijn we tegen elven weer op de plaats van vertrek. De hoteleigenaar is licht verbaasd ons weer te zien. Geen idee hoe hij aan de politie uit gaat leggen dat we weer terug zijn en morgen naar Pantanaw in plaats van Bogale fietsen. Gekke lui, die buitenlanders.

We fietsen noordwaarts, en hebben dus meteen weer een veer te pakken. Deze keer kiezen we voor het brommerveer, waar we onze fietsen zo op kunnen rijden. Staand met onze fietsen aan de hand varen we op een toch best wel klein bootje naar de overkant. Het zal de leeftijd zijn, maar waar ik een aantal jaren geleden niet eens nadacht over dit soort oversteken, ben ik nu blij dat we aan de overkant zijn. Zeebenen zijn me niet gegeven.

Het waait vandaag, en fors. Dat heeft als voordeel dat de temperatuur prima te hebben is, als nadeel dat het fietsen net wat meer moeite kost. Na 30 km hebben we onze tweede oversteek. Ook hier een brug die in aanbouw dan wel reparatie is, en dus een veer. Waar ons opeens vier keer de prijs gevraagd worden. Ze zijn er hier ook niet vaag over. “For foreigner”. Na wat heen en weer gepraat betalen we uiteindelijk toch hetzelfde als de brommermeneer naast ons.

We rijden tot de snelweg Yangon-Pathein, slaan rechtsaf en eindigen uiteindelijk in Nyaungdon. Hier overnachtten we ook al na onze eerste fietsdag Yangon uit, maar dit keer kiezen we voor een hotel naast de snelweg. Dat scheelt toch weer wat kilometers. De eigenaar laat ons nog een foto zien van twee Duitse fietsers, die hier ook overnacht hebben. Tot zijn grote teleurstelling kennen we hen niet.

Een kort dagje van 36 km brengt ons naar Maubin. Hier treffen we het eerste hotel dat geen buitenlanders accepteert. Het hotel twee deuren terug wordt wel goed genoeg gevonden voor niet-Birmezen, maar is iets boven het budget dat wij willen besteden. De inpandige beauty-shop hebben wij trouwens ook helemaal niet nodig. Gelukkig is er ietsje verderop een hotelletje waar buitenlanders ook mogen overnachten en dat iets meer bij ons past. De receptionist heeft een uurtje nodig om de gegevens uit onze paspoorten op een papiertje te krijgen. Hulp heeft hij niet nodig, maar halverwege het proces klopt hij toch op onze deur. Waar het paspoortnummer staat. Want dat staat toch wel bij ieder paspoort op een andere plek. Ennieweej, met toch een beetje hulp is het formulier uiteindelijk klaar om naar de politie gebracht te worden. Mission accomplished.

In het restaurant waar we wat willen eten werkt, net zoals in elk theehuis en veel andere restaurants, een jongen. En dan bedoel ik een jongetje van een jaar of 14. Deze heeft een roodgeverfde hanenkam en een extreem guitig gezicht. Ergens heeft hij een paar woorden Engels geleerd, en die laat hij meteen op ons los. Thank you. Two cups? Ja joh, doe maar twee tapbiertjes. Dat we de menukaart willen begrijpt hij wel, maar die heeft hij alleen in het Birmees. Een collega uit de keuken met een beetje meer kennis van het Engels weet raad. En zelfs op het handgeschreven briefje dat we krijgen overhandigd is de invloed van het digitale tijdperk zichtbaar.

Uiteindelijk hebben we nog een rekening uit een eerder restaurant waar het gewenste gerecht op staat, en hij begint helemaal te stralen als hij het onder ogen krijgt. Fluks naar de keuken, en even fluks weer terug. Chicken sweet and sour, vraagt hij ter bevestiging? We steken twee duimpjes de lucht in, en een minuut of zeven later zitten we te smullen.

Twee forse fietsdagen later zijn we in Bago. De eerste 20 km waren heel mooi, de daarop volgende 40 gewoon mooi, en daarna werd het minder. Yangon door en 5 km wegwerkzaamheden brengen ons naar een hotel net buiten Yangon. De volgende dag begint met 4 km wegwerkzaamheden, gevolgd door 15 km slechte weg en 91 km te smalle weg waardoor ik regelmatig de berm in vlucht. Het is eigenlijk helemaal niet nodig, maar ze rijden hier rechts en hebben auto’s voor een markt die links rijdt, waardoor een chauffeur die ons inhaalt veel beter zicht heeft op de afstand tussen zijn en ons vervoermiddel en dichter op ons zit dan wanneer zijn stuur links zou zitten. Combineer dit met niet al te goede weg en een enorm hoge temperatuur, en je krijgt de zwaarste dag in Myanmar tot nu toe. We eindigen in Bago, waar we even een rustdag nemen.

Nog twee dingen die opvallen.

Dat rechts rijden met stuur aan de rechterkant betekent ook dat, als je bij een bus uit- of instapt, je dat aan de straatkant moet doen. Gelukkig hebben ze ook bussen met het stuur aan de linkerkant, maar dat zijn ze niet allemaal, dus het is even uitkijken als je inhaalt.

En hier in Myanmar zijn ze zwaar verslaafd aan de betelnoot. Mijn autocorrect maakt hier borrelnoot van, maar dat is toch echt iets anders. Het meest voorkomende winkeltje is het kraampje waar je deze lekkernij kunt kopen. Te herkennen aan een stapel blaadjes van de betelpeper, een potje geblust kalk aangelengd met water, gehakte stukjes vrucht van de areca-palm en een verzameling potjes. In die laatste zitten allerhande ingrediënten waarmee je je eigen smaak kunt toevoegen. Neem een blaadje, smeer hierop een dun laagje kalk en leg er een mengsel van de genoemde ingrediënten op. Vouw het blaadje dicht, stop het in je mond en kauwen maar. Je speekselproductie wordt hierdoor enorm gestimuleerd, en dat moet je ergens kwijt. Spuwen dus. De straten in Myanmar zijn vergeven van de rode vlekken, want de combinatie met kalk kleurt je speeksel rood. De ene vlek glinstert nog in de zon en is dus nog niet al te oud, de tweede is al bijna helemaal vervaagd, en de rest zit er tussenin. Je schijnt redelijk high te worden van het spul. Nu kunnen we dat niet zien, maar wel dat het effect op je tanden desastreus is.

Tijdens onze eerste nacht in Bago is het oud-op-nieuw. Chinees oud-op-nieuw. Omdat er een grote Chinese gemeenschap in Myanmar woont, hebben we al sinds we in Yangon geland zijn de voortekenen gezien. Allerlei nieuwjaarslekkernijen, cadeautjes en versieringen zijn te koop. Het wordt het jaar van het varken, dus regelmatig zien we een schattig biggetje afgebeeld. Bij Chinees nieuwjaar hoort vuurwerk, heel veel vuurwerk. Als het er al is, missen we het volledig. Na zo’n fietsdag slapen we een diepe slaap.

GELUKKIG NIEUWJAAR!