Ruig, ruiger, ruigst

Om half acht zijn we op het busstation van Shangri-la voor onze bus naar Xiangcheng. Nog voor de beveiligingsmedewerkster. Die komt wat later en zet de scanner aan. De bagage die vanaf dat moment wordt aangedragen moet erdoor, maar wat al binnen is is binnen. En als je door het poortje loopt en dat poortje gaat af? Dan is dat een leuk achtergrondgeluid. En ik kan haar geen ongelijk geven, met die tig lagen kleren die ze hier aan hebben tegen de kou.

Om stipt acht uur vertrekken we. De bus zit nog niet half vol. Maar wacht eens? Gaan we nu linksaf? We moeten toch rechts? Ach, we hebben het aan de eerste chauffeur, de tweede chauffeur en een medereiziger gevraagd, en die knikten allemaal ‘ja’. En mochten we toch ergens anders terecht komen, dan zien we wel weer. Het is hier overal mooi. En we gaan inmiddels in ieder geval noordwaarts, dus niet terug naar Lijiang.

Al snel zien we dat we op de weg naar Benzilan en Diqin zitten. Via de GPS kunnen we op de kaart zien waar we zitten, want de sporadische Engelse ondertiteling van de wegbewijzering is inmiddels vervangen door een sporadisch (vermoedelijk) Tibetaanse ondertiteling.

Het is donker weer en het regent zelfs af en toe, maar wij zitten lekker droog en het landschap is er niet minder fraai om. We volgen een kloof waar in de diepte een rivier stroomt. Naarmate we vorderen, komen we lager en dus dichter bij de rivier, die we bijna tot Xiangcheng zullen blijven volgen.

Bij Benzilan slaan we rechtsaf. Na een tunnel schittert er aan onze rechterhand niet langer een rivier, maar een stuwmeer dat de ruimte tussen de rotswanden opvult. De weg kronkelt tegen de rotswand aan verder.

Hier blijkt dat we niet alleen personen vervoeren, maar ook goederen. Bij het restaurant waar we stoppen voor lunch worden twee zakken groenten afgeladen, bij een auto met pech laten we wat onderdelen achter en een vrouw staat langs de kant van de weg te wachten op haar twee kistjes pluimvee.

Op een gegeven moment gaat de weg rechtdoor, maar staat er op onze kaart niets meer aangegeven. Hebben die Chinezen toch stiekem een nieuwe weg gemaakt! En een kilometer of 20 later dropt die ons op de route die we gevolgd zouden hebben als we aan het begin rechtsaf geslagen waren.

We rijden een soort vallei binnen met behoorlijk wat dorpen. De meeste huizen zijn enorm groot en vierkanterig, en vaak met een erf dat door een muur van de buitenwereld gescheiden is. Het lijken wel een soort vriendelijke forten. Vriendelijk ook vanwege de gedecoreerde ramen en deuren.

Net voordat we er zijn komen we bij een splitsing waar een andere bus klaar staat. Degenen die naar rechts willen moeten overstappen, de rest mag blijven zitten. De rest, dat zijn er vijf, plus de chauffeur. Van die vijf woonden er in maart 2017 nog twee in Den Bosch.

Tegen drieën zijn we ter plekke. We regelen onze bustickets naar Litang voor morgen en zoeken een hotel. Hotels genoeg, maar niet zoveel hotels waar buitenlanders mogen verblijven. En die zijn zich bewust van hun positie, zo’n hoge vraagprijs zijn we nog niet eerder tegen gekomen. En het is vraagprijs en niet vraagprijzen, want ze vragen allemaal hetzelfde. Gelukkig krijgt Wilchard die heel gemakkelijk naar een acceptabeler niveau.

Ik besluit rustig aan te doen, Wilchard loopt nog even naar het klooster. Als hij op straat vraagt welke richting hij uit moet, wijst de één hem naar links en de ander stuurt hem rechtdoor. Hij luistert naar de ander, maar stuit na een tijdje op een muurtje. Daar kan hij gemakkelijk overheen. Hij belandt echter op een kerkhof met aan de andere kant een muur die te hoog is om overheen te klimmen, dus hij mag terug. Uiteindelijk leiden enkele geitenpaadjes hem tot de deur van het klooster.

Daar is niet veel te doen. Het is erg fraai, maar rustig. Een paar vrouwen doen hun ronde, een paar monniken prosterneren. Dat betekent dat ze zich op de grond werpen, weer opstaan, en de beweging herhalen. Dit kun je ook je al voortbewegend doen, hele bedevaarten worden zo afgelegd.

Terug in het stadje belandt Wilchard op het centrale plein. Hier verzamelen zich hele volksstammen om te kletsen en te kaarten. Kaarten vindt meestal plaats door groepjes van vier personen, omringd door setjes toeschouwers en commentatoren. Als je denkt dat je gaat winnen, gooi je je kaart met zoveel mogelijk geweld op. Sommige spelers denken altijd dat ze gaan winnen…

Tijdelijk stoppen met fietsen betekent geenszins dat we mogen uitslapen. Onze bus vertrekt al om zes uur. Het is nog donker als we weg rijden. En niet alleen vanwege de wolken, maar ook omdat er gewoon nog geen zon is opgekomen. Het is gelukkig wel behaaglijk in de bus, want buiten is het niks warm. En wordt het met de minuut kouder, want we stijgen. We gaan vandaag twee hoge passen over en eindigen uiteindelijk op iets meer dan 4 km hoogte.

Langzaam wordt het licht. En weer donkerder vanwege de wolken die zich samentrekken. En al snel weer lichter als die veranderen in schapenwolkjes in een blauwe lucht. Loofbomen hebben we al een tijdje niet meer gezien, maar ook de met sneeuw bepoederde naaldbomen verdwijnen als we de boomgrens passeren. We hadden al gehoord dat de passen een paar dagen geleden tijdelijk dicht zaten vanwege zware sneeuwval, en de resten daarvan bekleden de bergtoppen.

Na de eerste afdaling komen we in een soort besneeuwd maanlandschap terecht. Overal liggen grote stenen, her en der een klein meertje. Heel bijzonder.

We stijgen langzaam naar pas nummer twee en passeren daarbij af en toe een wolk. Deze pas is compleet anders dan de vorige, minder streng lijkt het, maar daarmee niet minder mooi.

Langzaam dalen we af en zien we alleen nog sneeuw op de toppen om ons heen. We rijden een soort vallei in, alhoewel dat een beetje vreemd klinkt op deze hoogte. Maar overal om ons heen steken nog hogere reuzen de lucht in. Er verschijnen dorpen, kloosters, yaks en mensen. En dat alles in een dor landschap. Later in het jaar zijn de graslanden groen, maar daar is het nu nog te vroeg voor. We denken trouwens allebei dat we de bruintinten van nu mooier vinden.

In de verte kunnen we Litang zien liggen. Waar dit in 2010 nog een klein dorpje was met alleen een oude dorpskern en oude huizen, is het oorspronkelijke dorp nu omringd door nieuwbouw van een verdieping of vijf hoog.

Als we van ons hotel naar de markt en het oude centrum lopen, zien we dat weliswaar het aantal Han-Chinezen is toegenomen, maar dat het gros van de bewoners en bezoekers nog steeds uit de streek komt. Rond de markt en in de restaurants lopen en zitten monniken van verschillende boeddhistische ordes. Tashi delek!

Vanuit de weide omstreken brengen nomaden en hun families een bezoek aan de stad om inkopen te doen. Verweerde gezichten, lange haren, grote sieraden, talrijke lagen kleding en allerhande soorten hoofddeksels. Tashi delek!

De stadsbewoners hebben ook enorm veel lagen kleren, maar zijn iets minder creatief in hun combinaties. Bovendien zijn hun gezichten wat minder verweerd, alhoewel je ook bij hen de gevolgen van zon, kou, hoogte en wind goed kunt zien, zelfs al op jonge leeftijd. Tashi Delek!

Ook aan de restaurants en winkels in Litang kun je zien dat we in een andere wereld zijn beland. Naast de telefoonwinkel kun je kralen kopen voor je sieraden. Ietsje voorbij de zilversmeden moet je zijn voor zadels en yurtbenodigdheden. Op regelmatige afstand, zodat je niet ver hoeft te lopen, kun je een verse voorraad yakboter kopen. Samen met thee en zout kun je daarvan yakboterthee maken, wat ze hier heerlijk vinden maar wat ik alleen kokhalzend naar binnen krijg.

En naast de standaard Chinese restaurants die we al kennen, zijn er veel restaurantjes met verschillende soorten noedelsoep en dumplings. Met yakvlees natuurlijk. Leuk weetje: hier geen koelkasten met groenten en vlees meer, het is buiten de koelkast koud genoeg.

Dat Tashi Delek is in de plaats gekomen van Ni hao. We zijn dan wel niet in Tibet, maar Sichuan wordt voor een groot deel bewoond door dezelfde mensen als Tibet, die taal en godsdienst delen. Het lijkt erop alsof veel mensen blij verrast zijn ons te zien. En dan niet specifiek ons tweeën, alhoewel dat niet uit te sluiten valt, maar ons westerlingen. Met een brede glimlach wordt ons vaak al van verre tashi delek toegeroepen. Nog een leuk weetje: mijn autocorrect maakt van ‘tashi delek’ ‘tasje delen’.

We lopen naar het enorme klooster aan de noordkant van het dorp. Net voor we er zijn stuiten we op een rijtje gebedsmolens en mani stenen die gegroepeerd zijn rond kleine witte chortens (zo noemen ze in het Tibetaans een stoepa).

Af en toe lopen er mensen langs de gebedsmolens die eraan draaien. In de molens zijn gebeden gekerfd, en als je eraan draait stuur je ze mee met de wind. Dat laatste gebeurt ook als je zelf een gebedsmolen op een stokje hebt die je ronddraait.

Mani stenen zijn stenen waarin een boeddhistische tekst gekerfd is. Van oorsprong was dit altijd de tekst Om Mani Padme Hum (vandaar de naam mani steen), maar tegenwoordig kan het ook een andere boeddhistische tekst zijn, of een beeltenis. Ook deze stenen moet je zien als gebeden.

De gebedsmolens en chortens maken deel uit van de kora rond het klooster, een soort pelgrimstocht rond een heilig object. We besluiten de kora te volgen, maar stoppen al snel als we geprevel horen komen uit een soort bijgebouw. Binnen zitten een stuk of veertig meest ouden van dagen op versleten banken te bidden en gebedsmolentjes rond te draaien, terwijl her en der een gebedssnoer door de handen gaat. Waarschijnlijk zitten ze er de hele week.

We lopen verder, en komen bij de muur van het klooster uit.

Er staat een poort open waardoor we naar binnen kunnen. Ietsje verderop horen we een hoop geschreeuw. Het blijken monniken te zijn die de opdracht hebben een stapel hout omver te trekken. Het wil niet helemaal lukken. Net als er een paar extra zijn toegevoegd om aan het touw te trekken, breekt dat doormidden en buitelen ze, tot hilariteit van de kijkers die geen trek hadden te helpen, over elkaar.

Twee monniken hebben sowieso wel wat beters te doen dan een stapel hout omver trekken, want niks zo interessant als een westerling in je wechat (het Chinese whatsapp). Helaas werkt dat alleen als je data hebt, en dat heb ik niet, maar ze zijn niet voor één gat te vangen. Er wordt een hotspot gecreëerd waar ik gebruik van kan maken, maar als we er bijna zijn klinkt er een enorm kabaal van omvallend hout en worden ze naar beneden geroepen. Helaas.

In één van de hoofdgebouwen zit een groepje monniken samen te studeren, maar het is meer een ieder voor zich. Ze hebben allemaal een tekst voor zich die ze reciteren, maar ofwel het is niet allemaal dezelfde tekst ofwel ze zijn niet op hetzelfde moment begonnen, want alles gaat door en langs elkaar heen.

We blijven een extra dag in Litang. Op maandag, woensdag en vrijdag zijn hier zogenaamde luchtbegrafenissen, en laat het nu toevallig woensdag zijn. In het boeddhisme is het lichaam na de dood eigenlijk alleen maar vlees, de ‘ziel’ is alweer verder gegaan. Bij een luchtbegrafenis wordt het lichaam aan de gieren gegeven, wat gezien wordt als een daad van vrijgevigheid omdat zo andere levende wezens gevoed worden. Daarnaast is het ook praktisch. De grond is door de kou het gros van de tijd te hard om een graf in te graven en crematies zijn door de spaarzame aanwezigheid van hout voorbehouden aan hoge geestelijken.

Wilchard gaat kijken hoe zo’n luchtbegrafenis in zijn werk gaat. Om zeven uur is hij al ter plekke. Als iemand uit de stad is overleden begint het namelijk al vroeg, maar is het iemand uit de omringende dorpen dan kan het wat langer duren eer ze er zijn. Helaas voor Wilchard is het vandaag niet iemand uit de stad. En het is bewolkt, koud en winderig. Kortom, geen prettige omstandigheden om op een open veld te staan.

Na een uur of anderhalf komt er een auto. Er stappen twee mannen uit die een vuur aanmaken en een gebedsvlag van wel 40 meter ophangen.

Weer ietsje later komt er een aantal SUVs aangereden. De inzittenden stappen uit en maken het zich gemakkelijk met een kopje zelf meegebrachte yakboterthee.

Een auto scheurt met zo’n snelheid de heuvel op dat Wilchard bang is dat hij uit elkaar valt. Dit blijkt degene te zijn die het ritueel voorgaat in gebed en muziek.

Nog een uur later komt er een wat minder welvarend groepje aan in kleine personenautootjes. Er blijken twee mensen overleden te zijn.

Dan gaat het snel. De groepen lopen verder de heuvel op, sommigen zijn gehuld in plastic. Twee lichamen worden uit zakken gehaald en degenen met plastic bescherming bereiden de lichamen voor. De rest van de familie houdt de gieren met stokken op afstand. Dat is nog een hele opgave, want inmiddels hebben zich zo’n 200 tot 300 van die beesten verzameld. Die weten precies wat ze waar kunnen verwachten.

Op een gegeven moment doet de familie een stapje naar achteren, en nog geen 5 seconden later slaan de gieren hun slag.

Kortom, een indrukwekkend ritueel.