De laatste kloosters

In de ochtend loopt Wilchard naar het klooster. Officieel moet je hier toegang betalen voor het kloosterterrein en het gebied erachter, maar om zeven uur is er nog geen kaartjespersoon te bekennen.

Het klooster is hier wat rommeliger dan dat in Litang of Aba. Er lopen wat stroompjes over het terrein, en alles is daar omheen gegroepeerd.

Er wordt ook gewerkt. Twee monniken vervoeren hout met een kruiwagen. De jongste monnik heeft nog een basisschoolleeftijd en mag duwen. Hij moet blijkbaar nog wat oefenen, want er valt hout op de grond. Wilchard besluit te helpen en duwt de kruiwagen met hout naar de plaats van bestemming, tot goedkeuring van de volwassen monnik en met dank van de jongere.

Als Wilchard een gebouw binnen loopt, hoort hij geprevel. In een zaal zitten een stuk of tien monniken te bidden. Hij gaat rustig aan de zijkant zitten. Er lijkt geen elektriciteit, het is een donkere bedoening. Als het gordijn dat voor de deur hangt wordt opengetrokken, zijn ze in no time door de deur verdwenen. Wilchard volgt.

Op een binnenplaatsje staan wat monniken, andere mensen en een klein altaar, en ook hier wordt gebeden. Na een tijdje pakken een paar mensen een zak vast en leggen die in een auto. Wilchard beseft dan pas dat het om de voorbereidingsrituelen van een hemelbegrafenis gaat. Hij mag mee, maar besluit ervan af te zien.

Rondom het klooster loopt een kleine kora, zonder gebedsmolens, en ietsje verderop een wat grotere. Er staan wat minder molens dan in Aba en ze zijn ook wat meer verspreid. Zo heb je een plukje van veertig molens, gevolgd door twee kilometer waarin je je aanzwengelspieren rust kunt geven, en dan staan er weer tien. Ook op de vroege ochtend zijn er al mensen rondjes aan het lopen.

Deze kora is in één opzicht luxer dan die in Aba. Er staan telramen, waarmee je bij kunt houden hoeveel rondjes je al hebt gelopen. Op een heuveltje dienen steentjes hetzelfde doel, maakt een monnik Wilchard duidelijk zodat die niet per ongeluk wat steentjes wegschopt als hij het heuveltje beklimt.

In de middag wandelen we de verharde weg af, de bergen in. Al snel wordt het gravel, met her en der een verdwaalde vangrail. We kunnen beiden wel enkele betere bestemmingen voor de gebruikte fondsen bedenken. Dat zelfde geldt trouwens voor de gedane investering in de bewegwijzering op dit pad. We kunnen ons niet voorstellen dat degene die hier rijdt de weg niet kent. En wat de onderste foto niet laat zien is dat er aan de linkerkant ook nog een bord staat, voor als je van rechts komt.

Naast yaks zien we sinds gisteren ook verrassend veel schapen, zo ook hier. De herders kunnen we lokaliseren aan de hand van hun brommer. Ze lopen hier niet verder dan noodzakelijk.

Er is hier geen busstation, dus de volgende ochtend lopen we naar de plek waarvan we denken dat die ons is aangewezen. Die is wel een stuk minder ver weg dan de 1,2 km die de receptionist op een papiertje schreef, maar lijkt logisch. Er is echter niemand anders, en als een man met een tasje voorbij loopt lopen we die maar achterna. Hij gaat de richting uit waar de bus ook heen moet, dus als hij niet naar een busstation loopt kunnen we de bus altijd nog staande houden. Opeens zijn we hem kwijt, blijkbaar moest hij toch ergens anders zijn. Na een tijdje blijven we staan, een man die met een grote zak langs de kant van de weg staat te wachten doet vermoeden dat de bus wel zal stoppen.

Dat blijkt uiteindelijk niet nodig. Net nadat we luid getoeter uit het dorp horen komen ten teken dat de bus op het punt van vertrekken staat, stopt er een shared taxi. Of we mee willen naar Xiahe. Dat willen we wel, want met de bus zouden we nog ergens over moeten stappen.

En zo zoeven we over de snelweg en kost het ons minder dan de helft van de tijd om ter plekke te geraken. We worden aan de zuidkant van het kloostercomplex waar Xiahe bekend om staat uit de auto gezet en tippelen met fietstas langs de kora. Aan het aantal koragangers kun je zien dat het een populaire bedevaartsplek is.

Na hotel en lunch lopen we een rondje kora mee. Veel van de gebouwen aan de zuidkant van het terrein lijken nieuw, maar na een halve kora herkennen we een boel van toen we hier de vorige keer waren. Zij het dat de straten toen nog niet geplaveid waren en je als belangstellende overal vrij rond kon lopen. Nu zijn veel gebouwen afgesloten voor niet-monniken. Begrijpelijk, helemaal als je het aantal hotels ziet dat inmiddels is gebouwd, maar voor ons als toeristen wel jammer. Gelukkig waren we al in Xiangcheng, Litang, Ganzi, Aba en Langmusi…

We hebben al lang geluk gehad met het weer, maar einde dag regent het dan toch. En in de ochtend is het flink koud. Iets later naar het klooster dus.

Eerst een rondje kora. Het is een stuk drukker dan gistermiddag, maar weer minder druk dan gisterochtend toen we aankwamen.

Iets verderop klinkt getoeter. Een poort staat wagenwijd open. Op het plein blazen monniken op grote en kleine hoorns. Vandaag is er niemand die erop toeziet dat toeristen op een veilige afstand worden gehouden, wat het bezoek een stuk interessanter maakt.

Nog iets verder klinkt het alsof deksels tegen elkaar worden geslagen. Nader onderzoek leidt naar een pleintje bij een klooster met een grote boom met bloesem. Onder die boom zitten 20 monniken met cimbalen, vòòr hen is een grote cirkel op de grond gemaakt waarin 4 jongetjes staan die oefeningen doen: op 1 been staan, ronddraaien op 1 been, handen omhoog. Een stuk of 5 volwassen monniken houden toezicht, aan de zijkant staan nog 20 monniken. De jongetjes maken plaats en de volwassen monniken gaan precies op de cirkel staan op gelijke afstand van elkaar. Op de maat van het klappen van de deksels, vergezeld door boeddhistisch gezang, doen de monniken dezelfde oefeningen als die die de jongetjes eerder deden. Na 1/2 uur komt een van de jongetjes met een soort pan met een hele lange steel aanlopen. Uit de pan komt rook. Daarmee gaat hij alle monniken af, één voor één ademen ze de rook in. En dat is ook meteen het einde van de ceremonie.

De volgende ochtend brengt een enorme bus ons in drie uur naar Lanzhou, waar we vervoer naar het vliegveld moeten zoeken. Dat ligt namelijk een kilometer of 70 noordelijker. We hebben gelezen dat er treinen gaan, maar besluiten eerst rond te vragen op het busstation waar we zijn aangekomen. Daar worden we doorverwezen naar een stadsbus. Die wel 1 yuan (13 cent) kost. Te betalen via een abonnement, met je telefoon of cash. Het wordt dat laatste, en als blijkt dat we maar 1 yuan klein op zak hebben, mag de tweede gratis mee. We weten vrij zeker dat de bus niet naar het vliegveld gaat, maar zijn benieuwd waar we uiteindelijk op over moeten stappen. Dat blijkt de trein waarover we eerder gelezen hebben.

Het treinstation is enorm groot en doet meer denken aan een vliegveld. Bij de aankoop van je ticket moet je je paspoort laten zien. Bagage wordt serieus gescand en aanstekers moeten ingeleverd worden. Vervolgens heb je in een enorme hal een soort Gates, waar je je kaartje door een poortje moet halen eer je door mag.

Op het perron geen chaos. Op je kaartje staat het nummer van je treinstel, en iedereen gaat netjes in een rij bij het corresponderende nummer staan. De treindeuren stoppen helaas vier meter verder, waardoor de rij op het moment dat er ingestapt moet worden volledig verdwijnt, maar het gaat om het idee. Aan boord zijn een soort stewardessen die je welkom heten, en iedereen gaat netjes zitten op de toegewezen stoel. Op het centrale display verschijnen bestemming, temperatuur (een constante 23 graden) en snelheid (max 159 km/uur).

Kortom, de treinreis verloopt zeer ordelijk. We rijden door de buitenwijken van Lanzhou, dat dik 2,5 miljoen inwoners heeft. Een half uur later lopen we het treinstation bij het vliegveld uit en naar het hotel dat zich op loopafstand bevindt.

Nog een dagje reizen, en dan zijn we weer bij onze fietsen. Dat dagje begint om vier uur, want om vijf uur worden we geacht op het vliegveld te zijn. Wij zijn er, en ook nog wat andere passagiers, maar dat was het wel. Tegen twintig over vijf beginnen security en de incheckbalies op gang te komen. Oh, en waar ik gisteren zei dat het strak geoliede busstation op een vliegveld leek? Dat was voordat ik gezien had hoe het er aan toe gaat als niet precies die incheckbalies open gaan waarachter iedereen zich heeft opgesteld. Totale chaos, ren je rot. Het baliepersoneel is ook not amused, want gaat pas aan het werk nadat zich redelijk nette rijen hebben gevormd en iedereen netjes achter het lijntje blijft staan. Bij alle andere rijen gaat dat goed, maar de groep vrouwen voor ons stamt nog uit de tijd ‘eigen volk eerst’ en is dus wat hardleers. Twee personen uit die groep hebben koffers die ze niet zelfstandig op de rolband getild krijgen, en die dus duidelijk te zwaar zijn. De vrouw voor ons is één van de twee, en maakt zich duidelijk zorgen nadat haar vriendin na luid misbaar toch door mocht. Wilchard kijkt moeilijk en maakt ‘jeetje, als het maar niet te zwaar is’ bewegingen, tot hilariteit van haar vriendin. Zelf kan ze er minder om lachen.

Met de bus rijden we naar het vliegtuig, net voor we instappen doet een peuter nog een plasje naast de landingsbaan, en twee uur later zijn we weer in Lijiang. Na twee busritten worden we weer verenigd met onze fietsen. De twee weken op hoogte waren geweldig en hadden we niet willen missen, maar we zijn blij morgen weer op eigen kracht voort te bewegen.

7 thoughts on “De laatste kloosters”

  1. Ik heb meermaals aangegeven dat jullie reisverslagen in boekvorm uitgegeven zou moeten worden. Het is eeuwig zonde als al deze verhalen maar door enkele mensen gelezen worden. Ik geniet ervan. Goede reis verder. Wim Kloonen

  2. Heel veel broeders die bidden, maar ook heel fraai getekende gezichten! Heel mooi! Ik lees wel dat jullie 2 mooie weken hebben gehad, maar ook weer blij zijn dat je weer gauw genoeg bij de fietsen zijn! Ik vond de telramen wel mooi waarvoor die dienden!😀👍heel veel groeten vanuit Helden!😘

  3. Ik kijk morgen of mijn reactie is aangekomen want die was ineens weg, mischien ergens per ongeluk op gedrukt! Ik wou nog de groeten doen! Bij deze!! Tien,

  4. Jullie komen ook overal maar binnen! En dat men zo mooi op de foto gaat verwonderd mij steeds weer. Wat een prachtig inkijkje in een bijzondere wereld. Dank weer voor het verhaal en de foto’s!

  5. wendy
    heb je een overzicht van de trip die jullie vnauit Chendu hebben gemaakt.
    hier is het snode plan ontstaan om dat volgend jaar ook te gaan doen, weliswaar met eigen auto en chauffeur en/of openbaar vervoer en dat heeft ook zijn charme.

    goede reis verder

    t en j

Comments are closed.