Laos revisited

De komende dagen zijn bekend terrein. In december 2017 fietsten we ditzelfde stuk, dus we weten wat we kunnen verwachten. Als we na de laatste kilometers Thailand bij de grens aankomen, zijn we dan ook niet verrast als we niet de grens over mogen fietsen. Alles en iedereen moet gemotoriseerd Friendship Bridge nummer 4 over, en wij dus ook. Dat betekent dat wij, onze bagage én onze fietsen een plekje in de bus krijgen. Voor ons en onze bagage kost dat 20 baht pp, en per fiets mogen we 100 baht overhandigen. Maar daarvoor krijgen ze wel de volledige achterbank.

Aan de chauffeur van de bus is duidelijk te merken dat dit niet de eerste fietsen zijn. De nooduitgang ter hoogte van de achterste rij banken wordt geopend, en zo worden onze fietsen naar binnen getild. De mevrouw van de buskaartjes heeft dit nog niet al te vaak aan de hand gehad. Een collega mag ‘bicycle’ spellen, zodat dat goed op het briefje terecht komt. En aan de spelling van Steenbakkers beginnen we niet eens. F A L A N G spellen we. Pas als ze het heeft opgeschreven dringt tot haar door dat ze het Thaise woord voor buitenlander heeft opgetekend. Ze moet er zelf wel om lachen.

Onze eerste stop is aan de overkant van de Mekong, in Huay Xai. Hier kunnen we de Fransen weer waarderen, die zelf uit Laos zijn vertrokken maar het recept voor de baguette hebben achtergelaten. Eindelijk weer brood dat niet enorm zoet is, heerlijk! En de bakker heeft ook nog ergens een recept voor appeltaart bemachtigd.

De cijfertjes over Laos kun je zoals gewoonlijk hier vinden. Minpuntje: het land is 12 punten gezakt op de corruptie-index te opzichte van ons vorige bezoek. Het bruto binnenlands product is daarentegen fors gestegen. Een causaal verband?

In de ochtend staan we weer vroeg op, ontbijten we en laten we twee baguettes klaarmaken voor onderweg. De eerste 35 km zijn fijn fietsen. We rijden door redelijk wat dorpjes waar al volop leven is, en net zoals de vorige keer roepen alle kinderen ‘sabaidee’, ‘hello’ of ‘bye bye’. Af en toe wisselen we een high five uit, en een paar keer krijgen we van een kleuter een kushandje toegeblazen. Enorm schattig.

Na dat eerste stuk begint het zwaardere deel van de route. Er zitten nog maar weinig dorpjes, en we mogen fors omhoog. Goed te doen, maar helaas zitten we niet meer in de koelte van de ochtend. Het wegdek is eigenlijk heel behoorlijk, tot klim nummer twee. Dan zitten er soms gaten in de weg die een hele vrachtwagen kunnen doen verdwijnen. Met de fiets kun je er gemakkelijk langsaf, maar is het opletten geblazen wat de andere weggebruikers doen om die potholes te ontwijken. Gelukkig rijdt iedereen op één auto na erg netjes. En die ene hoor je al van verre aankomen als hij met piepende banden de bochten neemt, dus dan gaan we maar alvast van de weg af. We zijn nog steeds verbaasd dat we hem niet ergens in de kreukels hebben zien liggen.

Onze stop zit in Donchai. Hier liggen een aantal basic kamers, die in onze herinnering meer basic waren dan ze daadwerkelijk zijn. Ja, er is alleen een hurktoilet en een bak met koud water voor de douche, maar alles is schoon en dat is uiteindelijk het voornaamste. Waar we de vorige keer tegen vijven arriveerden, zijn we er nu al rond half twee. We besluiten een noedelsoepje te eten bij het enige restaurantje in de buurt, en onze baguettes te bewaren voor vanavond. Je weet nooit hoe laat alles dicht gaat.

Op dag twee zijn de verschillen tussen een leven in Thailand en Laos nog duidelijker zichtbaar. De huizen in noord-Laos zijn veelal van hout, af en toe moet je op de rem voor een oversteken varkentje, in de ochtend worden er veel vuurtjes gestookt waar mensen zich aan warmen, alles en iedereen is arm en een brommer kan best drie volwassenen en een kind dragen maar heeft dan wel moeite om bergop te komen. Oh, en als je een kind hebt van een jaar of drie kan dat, net zoals in Thailand, mooi op de brommer mee door op het voetenplankje tussen stuur en berijder te staan, maar anders dan in Thailand kun je hier wel gewoon je kind met twee handen vasthouden. Wie stuurt er dan, vraag je je misschien af? Nou, die peuter dus.

We hebben vandaag 20 km minder te gaan, maar wel bijna net zoveel hoogtemeters. Het belangrijkste verschil zit in de verdeling van de te klimmen meters. Gisteren begonnen die na 35 km, vandaag al na vijf. En waar ze gisteren verdeeld waren over de tweede helft, hebben we ze nu halverwege achter de rug. Sowieso een fijn vooruitzicht, maar zeker zo prettig is dat het nog lekker koel is als we omhoog moeten.

In Vieng Poukha hebben we, net zoals in Donchai trouwens, dezelfde kamer als de vorige keer.

In de blog van 2017 las ik dat we ons in Vieng Poukha na de wekker nog een keer hebben omgedraaid vanwege de niet al te hoge temperatuur. En ik weet nog goed dat het fantastisch geweldig fietsen was, met een strakblauw luchtje en laaghangende slierten wolk die het vroege ochtendlicht reflecteerden. Nu vertrekken we, ondanks de magere 10 graden, op onze normale tijd. En hebben we ons er al op voorbereid dat het echt niet net zo geweldig gaat worden als de vorige keer. Maar dat wordt het wel. Compleet anders, maar weer geweldig mooi. Ook in Laos worden, net zoals in Thailand maar in mindere mate, de stoppels op de veldjes in brand gestoken. Dat zorgt voor een rode zonsopkomst en magische tinten.

We genieten vandaag intens. We hebben wat hoogtemeters en ook af en toe fors maar allemaal prima te doen, genoeg dorpjes voor de afwisseling en veel, heel veel groen (zoals eigenlijk het hele stuk in Laos).

Net voor de belangrijkste en eigenlijk ook enige klim van vandaag stoppen we nog even in een dorpje. Er is een school, en Wilchard gaat op onderzoek uit. In één klas waar hij binnen stapt is een combinatie van yoga en gymnastiek aan de gang. De kids moeten op één been staan met de voet van het andere been tegen hun knie gevouwen. Wilchard demonstreert, met overdreven gewiebel, ook wel even hoe het moet. Tot grote hilariteit van de hele klas. Al snel is de school uit of is het pauze, dat is wat onduidelijk, maar vanaf een afstandje kan ik dan goed zien waar Wilchard is: in het lokaal waar de kinderen uit de andere klassen zich bij de deur staan te verdringen.

Net voor Luang Namtha lunchen we nog met de lekkerste fried rice tot nu toe. En in Luang Namtha zelf kunnen we rechtstreeks naar hetzelfde hotel als de vorige keer. Dit keer geen Ruth (oud-collega) en Bart, en het relaxte ontbijtshopje waar we ze toen toevallig zagen is opgedoekt, maar het is nog steeds een relaxed plekje, waar we een dagje blijven alvorens richting Chinese grens te gaan.

We hebben enorm veel geluk gehad met het weer toen we naar Luang Namtha fietsten. Voor hetzelfde geld was het mistig en grijs geweest, zoals op de dag dat we Luang Martha uit fietsen. Er is zelfs 0,7 mm regen voorspeld vandaag, alhoewel het enige vocht dat ik op de grond zie druppen afkomstig is van mijzelf. Het mag dan wel mistig en grijs zijn, maar het is ook warm en benauwd, dus ik zweet wat af.

In Nateuy sloegen we in 2017 rechtsaf, naar Oudomxai en Luang Prabang, dit keer gaan we naar links, richting Chinese grens. Alhoewel we een Chinees visum van twee maanden hebben dat we ook nog eens met een maand kunnen verlengen, slapen we vandaag nog een nachtje in Laos. Drie maanden is niks voor een enorm land als China, en zouden we nu al oversteken en aan de andere kant van de grens overnachten, dan gaat deze dag meteen van ons Chinese visum af. Zonde, dus we maken ons laatste geld op in Laos. De Chinezen zijn druk bezig met de aanleg van een hogesnelheidslijn naar Vientiane, dus het en der (meer her dan der) voelt het wel alsof we in een enorm Chinees bouwproject beland zijn.

Dat bouwproject begint pas echt zo’n kilometer na onze overnachtingsplek. De weg is niet meer verhard, want hij wordt klaargestoomd voor een fikse verbreding. En weer ietsje verderop, net voor de grensplaats Boten, zijn ze volgens mij de grond aan het effenen voor een forse uitbreiding van Boten. Dat officieel wel in Laos ligt, maar in niks op Laos lijkt. Het is hoogbouw wat de klok slaat, en doet enorm surreëel aan. Daarnaast is het ook nog eens niet af, er wordt nog druk gebouwd en overal klinken bouwgeluiden.

Onze laatste 20.000 kip gaat op aan Chinese gefrituurde broodstengels en frisdrank voor onderweg. Net voordat we willen wegfietsen wandelen er opeens een aantal olifanten met opzichter een zijstraat uit. Over surreëel gesproken.

Terwijl we ons nog afvragen wat die olifanten intussen aan het doen zijn, fietsen we de laatste paar honderd meter naar de grens. Waar de olifanten staan, terwijl de Laotianen en Thai die aan de grens stonden te wachten druk bezig zijn met het op de gevoelige sd-kaart vastleggen van die beesten. Na een tijdje lopen ze door, het bouwterrein op, waar ze waarschijnlijk worden ingezet om bomen te vellen of zo. Een mevrouw met kliko komt hen tegemoet. Ze stopt, doet een plastic zak om haar hand en raapt de olifantendrollen die her en der verspreid liggen op. Dat is nog eens andere koek dan je hond uitlaten!

Laos uit gaat gemakkelijk, en we zijn gelukkig net voor een grote bus. Als we doorrijden staat er een lange rij. China in begint goed. Net na de ingang zijn de toiletten, en die kun je van verre ruiken. Gelukkig mogen we met fiets aan de hand (hier moet hij zelfs mee naar binnen) snel door. Bij de immigratie staat ons een verrassing te wachten. De computer die onze foto’s maakt en onze vingerafdrukken afneemt vertelt ons in vlekkeloos Nederlands wat we moeten doen om dat tot een succesvol einde te brengen. We vonden het al vreemd dat ons, toen we in de rij stonden, zo dringend gevraagd werd waar we vandaan komen. De beambte bekijkt alle stempels die eerder in ons paspoort zijn gezet en kijkt verschillende keren van de paspoortfoto naar degene die voor hem staat. Zou het hem opvallen dat we flink zijn afgevallen? Hoe dan ook, we worden binnengestempeld. De tassen moeten nog even door de scanner, maar niemand doet moeilijk als we zogenaamd vergeten dat onze stuurtassen er eigenlijk ook doorheen moeten. Niet dat daar iets in zit dat China niet in mag, maar we vinden het wel zo gemakkelijk om die te laten zitten. En zo fietsen we, via de rolstoelafrit, het enorme China binnen!

Mocht je trouwens nog een of twee Instagram accounts zoeken om te volgen: @wilchard_steenbakkers post regelmatig foto’s uit het genre waarbij zijn hart ligt, mensenfoto’s dus. En bij @wendycuijpers vind je foto’s van onderweg, vanalles wat.

6 thoughts on “Laos revisited”

  1. Ik kijk uit naar de China ervaringen.
    Wat een prachtige foto’s weer in deze blog. Ik lees de blog elke keer in 1 ruk uit, heerlijk. Enjoy!

  2. Geniet nog steeds van de mooie foto’s en je leuk geschreven verhaal.groetjes van ons, veel plezier in China

  3. Die foto’s, geweldig! ik ben ook heel benieuwd naar de blogs van China!
    En wat een mens blij kan worden van een heerlijke baquette!! volgens mij is het eten daar best goed want jullie hebben een conditie die is super!!
    Heb weer volop genoten👍🤗

  4. Hi Wendy & Wilchard. Wat leuk om dit specifieke verslag te lezen, van de tocht die wij vorige week aflegden. Zo goed beschreven, precies zoals het daar is! Ja die firma Power China houdt wel erg huis in Laos. Niet alleen de hoge snelheidslijn, ook een aantal stuwdammen in Laos’ rivieren. En de opgewekte stroom gaat allemaal naar China, in ieder geval tot 2026.
    Als ik die foto’s zie ben ik sprakeloos! Ongelofelijk prachtig.
    Verheug me op het volgende verhaal. Groeten, ook van Raymond.

  5. Zoals altijd weer geweldige foto`s .
    Eindelijk China, wat jullie al zo lang wilden doen.
    Ik kijk er na uit om ook daar foto`s van te zien.
    Geniet ze maar dat zal wel lukken.

Comments are closed.