Flying Cutting

Padang ligt aan zee, dus lopen we op onze rustdag ook even over de boulevard. Dat is de weg die langs zee loopt, met aan landzijde met name restaurantjes en cafeetjes. Aan zeezijde staan keetjes waar je wat te eten en drinken kunt krijgen met plastic stoeltjes ernaast, afgewisseld met een paar kraampjes waar je verse vis kunt kopen. Hier zien we ook marlijn liggen, een grote vis met een speervormige snuit. De bootjes waar de vis mee gevangen is liggen ook op de kade.

Natuurlijk gaan we ook nog even de markten van Padan op. Op de centrale markt is de afdeling verse vis al uitverkocht, maar er valt nog genoeg te ruiken en zien. 



Om de hoek zit een soort dunkun’ donuts. Ze zijn hier sowieso goed met namaakketens. Met name de KFC moet het ontgelden. Zo zien we de JFC, PFC, TFC en CFC. Achtereenvolgens Jakarta, Phia, Texas en iets wat we niet meer weten Fried Chicken. 

Vanuit Padang gaat het weer omhoog. Eerst nog even vlak, dan een klein beetje en uiteindelijk, voorbij de waterval, fors. Een paar kilometer lang minimaal 9%. Regelmatig denk ik dat we er zijn en dat het minder steil wordt, maar dan gaan we de bocht om en zie ik dat het nog even door gaat. Maar we komen boven, nat van het zweet. En zijn dan ook meteen op het eindpunt van die dag in Padang Panjang. 

De volgende ochtend komt de beloning, we hoeven 20 km zo goed als niet te trappen. Het is prachtig weer en temidden van felgroene rijstvelden dalen we af naar het Singkarak meer. 

Terwijl we aan de oever ergens een theetje zitten te drinken, zie ik iets in het meer zwemmen. We denken nog aan een grote rat of beverachtige, maar als hij richting oever zwemt zien we dat het een varaan is! En geen kleintje ook! We gokken dat hij in totaal en meter of anderhalf is. Als we al van plan waren geweest een duik te nemen zijn we nu van gedachten veranderd.

We waren het alleen al niet van plan. De omgeving is prachtig, maar hier, en trouwens ook in veel andere landen, is het principe ‘geen afval op straat gooien’ nog niet helemaal ingeburgerd. Plastic verpakkingen worden op straat gedropt zodra wat erin zat uit de verpakking is gehaald, en bij alles wat je koopt, maar dan ook echt bij alles, krijg je een plastic tasje als je niet oplet. En als het dan even een beetje waait, belandt een deel van dat afval ook in het meer. Vandaar de afwezigheid van zwemplannen.

We hoeven trouwens geen duik te nemen als we persé nat willen worden, want ondanks het fantastisch mooie weer aan het begin van de ochtend krijgen we toch nog wat buien te verduren vandaag. Maar niet getreurd, even schuilen en wat drinken en als we daarna weer op de fiets zitten oppassen voor opspattend water van passerende auto’s.

In Solok houden we het na een eenvoudig fietsdagje van 20 km omlaag en 33 km zo goed als vlak voor gezien. We hebben vandaag een doel als we de straat op gaan, want het is weer eens tijd voor de kapper. Naast het gevoel de tijd aan jezelf te hebben en iedere dag opnieuw te kunnen beslissen wat je gaat doen, is de kapper iets wat onze vakanties onderscheidt van onze reis nu. Op vakantie hoeven we ons haar niet te laten knippen, maar nu is het weer echt tijd.

De eerste kapper die we tegenkomen is er een voor heren, dus Wilchard is aan de beurt. De zij- en achterkant gebeurt met een tondeuse, voor de bovenkant wordt de schaar gepakt en als laatste komt er nog een scheermesje aan te pas voor de overgebleven donshaartjes in de nek. Voor 15.000 rupia (om en nabij een euro) is Wilchard klaar. Het is heel kort, dus voorlopig hoeft hij niet meer terug.

De herenkapper wijst door naar de dameskapper, 50 meter verderop. Ze heeft een soort discotent op de markt. Knipperende meerkleurige lichtjes, snelle housemuziek en spiegels. Die spiegels zijn functioneel, de overige twee voor de sfeer. Op de toonbank staan enkele bewijzen van deelname aan workshops. De trends, three colour styling en Korean Wave heeft ze zo te zien op haar eigen kapsel geoefend. Bij mij wordt de techniek Flying Cutting toegepast. Vliegensvlug, op de maat van de muziek die toch ook functioneel blijkt, haalt ze de kam door mijn haren en knipt ze stukjes af. Kleine stukjes, maar ze blijft maar doorgaan. Dus ook ik hoef voorlopig even geen kapperszaak van binnen te zien. Nadat ze een halve bus talkpoeder in mijn nek heeft leeggeklopt mag ik 20.000 rupia afrekenen. 

En ach, de kapper zit op de markt, dus daar lopen we ook maar even overheen.

De volgende ochtend begint zonnig en we moeten omhoog. Behoorlijk fors omhoog. We eindigen zo’n 1200 meter hoger, maar die zijn natuurlijk niet mooi gelijkmatig verdeeld over de afstand van vandaag. Gelukkig verdwijnt de zon al op tijd vandaag, om af en toe tevoorschijn te komen maar de meeste tijd niet. De eerste 25 km gaan door bebouwde kom, daarna slaan we linksaf en zitten we opeens in een heel ander landschap. Veel minder bebouwing, en allerhande landbouw. En thee. Heel veel thee.

Naarmate we vorderen komen de wolken steeds dichterbij. De heuveltoppen om ons heen zijn al in grijs gehuld. Gelukkig komen we nog net droog aan in het hotel.

De volgende dag is het offerfeeest. Dat is een islamitische feestdag. De moslims gedenken dat Abraham bereid was zijn zoon aan Allah te offeren, maar dat die op het laatste moment tussenbeide kwam en genoegen nam met een ram. Het ging hem er alleen om om Abrahams geloof op de proef te stellen. Vervang Allah door God en ram door lam, en dan kun je het ook in de bijbel teruglezen. Op veel plaatsen ter wereld worden tijdens het offerfeest geiten en schapen geofferd, hier zien we met name koeien aan de zijkant van de weg staan wachten op hun lot. Aan het eind van de dag zijn ze geslacht en is het vlees verdeeld: 1/3 voor de armen en zieken, 1/3 voor familie en vrienden en 1/3 voor je eigen gezin. Tenminste, zo hoort het. Of dat echt overal gebeurt weet ik natuurlijk niet.

We hebben een relaxdag op deze feestdag. We gaan zo’n beetje alles wat we gisteren gestegen zijn naar beneden. De weg is van wat mindere kwaliteit, maar Tajikistan zou er nog steeds blij mee zijn.

We eindigen in Muara Labuh. Aan het begin van het dorp zit een hotel, en een paar kilometer erna zitten er twee. Omdat vandaag relaxed fietsen is en we hierna weer omhoog gaan, besluiten we om door te fietsen naar die laatste twee. Dom dom dom. Het eerste zit vol, het tweede is gesloten. Het volgende hotel is 26 km verderop en omhoog, maar als we daar niets vinden moeten we weer een eind verder. We fietsen dus maar 6 km terug, en kennen in ieder geval het begin van de route voor morgen al.

Althans, dat was de bedoeling. Niet alleen regent het aan eind van de dag, maar ook ’s ochtends komt het met bakken naar beneden. We doen dus rustig aan en blijven een dagje, waarop ik het lekkerste avocadosapje ooit proef. 

De volgende ochtend rond 7 uur begint het weer te regenen, maar rond negen uur is het droog, dus we rijden verder. Het is een relaxed dagje. 20 km omhoog, gevolgd door 13 km omlaag. Dit alles grotendeels met een hellingpercentage van 3 tot 4 procent, waardoor je wel echt het gevoel hebt dat je omhoog gaat maar niet aan de bak moet. Tijdens de afdaling komen we weer door een theeplantage. De actieve Kerinci vulkaan ligt op de achtergrond. Actief is trouwens een relatief begrip, de laatste keer dat hij is uitgebarsten was in 1934.

Aan de bak mogen we de volgende dag. We hoeven maar 50 km, maar daarin gaan we eerst zo’n 500 meter omhoog, dan 350 naar beneden en daarna weer een kleine 750 meter omhoog. Hier doen we 26 km over. De eerste stijging en daling hebben gemiddeld 5%, de tweede stijging begint ook zo maar de laatste 5 km komen gemiddeld op 9% uit. Gemiddeld, de bochten mogen af en toe de naam haarspeld hebben en zijn dan fors steiler, met name als je de binnenbocht hebt. Gelukkig is het niet druk, dus we hoeven die binnenbocht meestal niet helemaal aan de binnenkant te nemen. Wat het extra zwaar maakt is de temperatuur en luchtvochtigheid (er zit letterlijk geen droge draad meer op ons lijf) en dat er op het steile stuk en de eerste 8 km erna niets te eten of drinken zit. We hebben water genoeg bij ons en pindakoekjes en druivensuiker, maar dat kan niet op tegen een mie goreng telur (gebakken mie met een eitje) met een teh panas manis (zoete warme thee). 

Onderweg komen we trouwens weer scholen genoeg tegen. Rondom veel scholen zitten winkeltjes met snoepgoed en restaurantjes. Als die er niet zitten hoor je vaak het deuntje van de ijscoman of limonadeverkoper, die vanaf zijn brommer goede zaken doet.

Na de 26 km officiële stijging gaat het een tijdje steil omlaag afgewisseld door steil omhoog, om de laatste 15 km af te vlakken.

We eindigen bij de enorm grote Kayo Aro theeplantages, aan de voet van de Kerinci vulkaan, in Kersik Tuo. We zijn vandaag precies aan de andere kant van de vulkaan geëindigd, waarbij we een van zijn flanken op zijn geklommen. Onderweg hebben we hem niet veel gezien omdat hij in wolken was gehuld, maar aan het einde van de dag stijgt hij boven de theevelden uit, een fantastisch mooi gezicht.

De volgende ochtend is het voor het eerst in dagen redelijk helder. Dat komt goed uit, want dan kunnen we de theeplantage inlopen en wat later vertrekken omdat we toch niet ver hoeven.

In de ochtend wordt volop thee geplukt. Drie mannen lopen met een soort enorme stofzuiger over de theestruiken heen. Aan het begin van de stofzuigermond zitten mesjes, die de jonge blaadjes afknippen. Na een rij heen en een andere rij terug wordt de oogst overgeschut in een kleinere maar nog steeds grote zak, die door iemand anders naar een theeverzamelplaats wordt gebracht. Daar wordt zo te zien het kaf van het koren gescheiden. De theeblaadjes die door de keuring heen komen worden weer in een andere zak overgepakt en opgehaald door een man op brommer. Die scheurt tussen de theeplanten op en neer en legt de zakken op een breder pad neer, waar ze later door een vrachtwagen worden opgehaald, klaar voor de theefabriek. Er werken ook nog wat vrouwen op de plantage, die de banen van de stofzuiger, die wat grof te werk gaat, nog eens dunnetjes over doen.

Die theefabriek, waar we later op de dag langs fietsen, mogen we helaas niet binnen. Daarvoor hebben we namelijk een brief van de manager nodig, een formaliteit, maar die beste man is niet aanwezig. 

De theeplantage gaat trouwens maar door, merken we als we Kersik Tuo uit fietsen. Het duurt zeker 8 kilometer eer we het laatste theeplantje achter ons laten. 

Vandaag is een relaxte fietsdag, grotendeels omlaag en vlak, en maar iets meer dan 40 km. We eindigen in Sungai Penuh, de hoofdstad van deze regio en het zuidelijkste punt van onze Sumatra trip. De scholen zijn net uit als we de bebouwde kom in fietsen, en dat zullen we weten. Hordes brommertje rijdende pubers, die vaak met heel veel andere dingen bezig zijn dan opletten en een beetje lekker doorrijden. Ik ben blij als we bij het hotel zijn en verontschuldig me bij deze enigszins verlaat bij alle weggebruikers ten tijde van mijn fietstochten naar de middelbare school.

Na Solok is dit de eerste plaats die het dorp ontstijgt, en het is leuk om weer even over de markt en tussen de eetstalletjes door te lopen.

15 thoughts on “Flying Cutting”

  1. Daar wordt je sprakeloos van zo mooi het is elke keer genieten van jullie wereldreis geniet ze.

Comments are closed.