En de zon schijnt weer!

Na Alba Iulia zijn we heuvel-op-heuvel-af naar Sibiu gereden. Een keerpunt in onze vakantie, want vanaf nu enkel nog wind mee! Sibiu is een erg fraai stadje met weer een erg mooie oude kern. Helaas wel voorzien van de nodige regenbuien.

 
 
 
 

Dus besluiten we om niet een hele dag te blijven, maar om alvast naar Cartisoara te fietsen.  Dit is een klein dorpje, aan het begin van de Transfagarasan Highway, die we over willen fietsen, van 400 naar dik 2000 m in een kleine 30 km.  Volgens Topgear is dit de mooiste weg ooit, dus we zijn benieuwd. En het ongelofelijke gebeurt: de zon gaat schijnen!

 
 
 
 

Dus vol goede moed rijden we ’s ochtends weg. Helaas begint het na een half uur behoorlijk te plenzen, dus we balen een beetje dat het net vandaag niet droog kan blijven. Verkleumd rusten we halverwege bij wat koffieshopjes uit. We halen zelfs even wat droge kleren uit de rugzak, want in die natte fietsspullen krijgen we het echt niet warm. Maar dan hebben de weergoden toch medelijden met ons en wordt het droog. Sterker nog, op het moment dat we de boomgrens passeren breekt de zon zelfs door! En dan zie je ook waarom die mannen van Topgear het zo’n mooie weg vinden. Een wirwar van haarspeldbochten leidt naar boven. Ik fiets gewoon lekker door in mijn klein verzet, en kom zowaar boven! Vòòr de vakantie was dit het spannendste onderdeel van de route, en ik heb het gehaald. Op de top, bij een meertje, zit een hotelletje dus we besluiten hier te overnachten. De rest van de middag lopen we wat rond en werpen we nog wat blikken in het dal, totdat de wolken op komen zetten en je niets meer ziet.

 
 
 
 

De volgende dag moet een peulenschil worden, want naar beneden. Maar het begin is zeker niet makkelijk. Na het passeren van een tunnel gaat het inderdaad naar beneden, maar het waait zo hard dat je je stuur stevig vast moet houden met vingers die nog net niet bevriezen. Na 7 km zien we een hotelletje waar we onze vingers ontdooien. We hebben inmiddels de boomgrens weer bereikt en zitten zo’n 500 m lager, dus koud maar zonder verder te bevriezen kunnen we verder. Er blijkt een behoorlijk groot meer op onze route te liggen waar we omheen moeten, en helaas gaat de weg nog behoorlijk op en neer. Na het meer gaat de zon schijnen en is het zo’n beetje voortdurend bergaf tot we de bergen uit zijn. Ook daarna gaat het zeker niet omhoog, het landschap is heuvelachtig met veel landbouw. Ieder derde huis is een pensionnetje, dus deze omgeving zal ook bij de Roemenen zelf in trek zijn.
We overnachten in Curtea de Arges, een niet al te groot stadje waar genoeg te beleven valt voor een paar uurtjes.

 
 
 
 

En dan rijden we naar Gaesti. Onderweg pakken we nog een stukje snelweg waar we ook weer heel snel vanaf zijn (brede vluchtstrook maar dit was toch niet echt de bedoeling), en rond 1 uur zijn we op de plaats van bestemming. Waar alle hotels vol blijken te zitten ivm bruiloftsfeesten. We besluiten nog een stukje door te rijden omdat we ook nu onderweg weer veel pensionnetjes gezien hebben, maar het laatste bleek voor Gaesti te zitten. Met als resultaat dat we, na 145 km, net buiten Boekarest in een hotelletje zitten en de laatste dag ipv 90 km nog maar 15 km hoeven te rijden. Dat is trouwens wel lekker want zo hebben we nog een hele dag Boekarest.
De laatste fietsdag begint slecht: het komt met bakken uit de lucht en tot overmaat van ramp staat een van de banden lek te wezen. Gelukkig heeft de eigenaar van het pensionnetje een busje, dus we laten ons naar het hotel in Boekarest rijden. We verkopen de fietsen aan een van de werknemers in het hotel die hier wel handel in ziet, en brengen nog een bezoek aan het paleis van Ceausescu. Wat een pracht en praal. Niet hoe wij onze inrichting zouden willen, maar superinteressant om te zien.