Langs de Panj

Onze rustdag doen we enorm rustig aan. Maar het kan altijd nog rustiger. De twee Basken zitten om zeven uur aan het ontbijt en rijden om iets over negenen weg. Wij hebben op een fietsdag een uur nodig vanaf dat de wekker gaat tot de eerste keer de trappers rond. Grappig om te zien hoe ieder zijn tempo en rituelen heeft.

Er staan vandaag vier zaken op het programma die moeten gebeuren, waarvan het belangrijkste is zorgen dat onze remmen het weer wat beter doen. Voor de zekerheid vervangen we bij Wilchard de achterremblokjes, maar waarschijnlijk was alleen afstellen ook al voldoende geweest. We zijn in ieder geval blij dat we weer twee goed remmende fietsen hebben.

Nummer twee en drie zijn de was en boodschappen, en die zijn zo gepiept. Komen we bij nummer vier, het publiceren van de blog. Door de trage internetverbinding hier willen de foto’s niet goed geüpload worden, en het programma waarin ik de blog schrijf lijkt niet goed met die situatie om te kunnen gaan en vernachelt de hele lay-out. Om een lang verhaal kort te maken: de vorige blog staat live, maar ik ben enigszins chagrijnig. Gelukkig heb ik wel uitgevogeld hoe ik dit, mocht het weer voorkomen, gemakkelijker kan corrigeren, dus het is ook zo weer over.

Op vrijdagochtend staat het ontbijt om 5 uur klaar en rijden we Qala’i-Kumb uit terwijl het nog redelijk koel is. Al snel weten we weer waarom we het hier zo fantastisch mooi vinden. Wij fietsen over een redelijke weg aan de ene kant van de rivier de Panj. Aan de overkant is het landschap niet anders, maar ben je in Afghanistan. Ook daar loopt een weg langs de rivier die af en toe een dorpje doorkruist, maar asfalt is daar ver te zoeken. Het landschap langs de Panj is weer compleet anders dan langs de noordelijke route. Ook hier bergen en rotsen, maar we rijden voortdurend door een kloof waar de Panj doorheen kronkelt. Aan weerszijden van de rivier gaan de rotsen de hoogte in, en op het snijvlak met de oever ligt de weg, soms letterlijk uitgehakt in de rotswand. Alhoewel we weten dat het landschap deze drie dagen niet heel anders zal worden, gaat het absoluut niet vervelen. Degene die achterop rijdt ziet voortdurend een klein mensje in die overweldigende natuur.

Redelijke weg is trouwens relatief. Niet alleen voor ons met de afdaling over de noordelijke route nog vers in het geheugen, maar ook omdat het enorm afhangt van het vervoermiddel waarmee je reist. Met de fiets laveer je gemakkelijk tussen alle gaten in de weg door, en doordat je niet zo hard gaat mis je de meeste ook. Met motor (je gaat harder) en auto (en harder en vier wielen) is het moeilijker om die gaten te ontwijken. We komen later op de dag twee Nederlanders tegen die een half jaar rondrijden met een omgebouwd busje, en zij melden dat ze net 20 km per uur halen. Iets meer dan twee keer onze snelheid. Wel een voordeel van zo’n busje is de koelkast, waaruit ze voor ieder van ons een snickers tevoorschijn halen.

Na 18 km hebben we onze eerste theestop. Een gezin met twee zonen heeft onder een paar bomen bij een waterbron een plateau neergezet waarop je kunt zitten terwijl je wat eet of drinkt. De oudste zoon sprokkelt hout voor het fornuis, de jongste is fors jonger en zit op het plateau. Al snel blijkt dat hij niet tegen kietelen kan. Wilchard is beste vriendjes, en moeders, die de wortelen voor de plov aan het snijden is, vindt het maar wat leuk.

Onderweg passeren we af en toe een dorpje en nog minder vaak een winkel of restaurant. Dus als we de kans hebben drinken we thee en slaan we nieuw drinken in. Dat laatste is fors nodig. We gaan steeds iets omhoog en dan weer wat minder omlaag, dus netto stijgen we wel, maar niet zodanig dat we er al iets van merken in de temperatuur. Tussen half zes en half tien is het nog prima te doen, maar daarna wordt het langzaam bloedheet. Als we al drinken op onze fiets hebben kun je daar prima thee van zetten, maar de voorraden slinken natuurlijk ook steeds. Langs de weg zijn behoorlijk wat plekken waar je ijskoud(!) water uit een bron kunt halen. Wellicht prima te drinken zonder gevolgen voor je maag, maar wij nemen het zekere voor het onzekere. Het waterfilter waarmee we water kunnen zuiveren en dat nu goed van pas zou komen lijkt verstopt te zijn, dus we hebben wel een fles gevuld met dat water maar gebruiken het alleen als we verder niks meer hebben. Zover komt het niet, op het laatste moment zien we een dorpje waar zowaar een winkeltje zit. Een dorpje herken je trouwens gemakkelijk. Alhoewel we langs een rivier rijden zien we vaak geen enkel stukje groen. Maar als er dan wat groeit, gaat dat altijd vergezeld van huizen.

Na 62 km is het half twee en passeren we een plek met behoorlijk wat schaduw. Tijd voor lunch. In Qala’i-Kumb hebben we een brood gekocht waarmee we het deze drie dagen moeten doen. Samen met tomaten en mayo gaat dat gemakkelijk lukken.

Net als we tegen elkaar gezegd hebben dat de weg enorm veel beter is dan verwacht, krijgen we het wegdek from hell. Die noordelijke route was zo slecht nog niet. We gaan slechts langzaam vooruit, bij iedere trap trillen botten en kiezen los. Ik krijg last van mijn rechterbovenbeen en rechterarm, wat het geheel ook niet relaxter maakt.

De laatste 15 km spelen we haasje-over met vier wegwerkers. Nou ja, strikt genomen met twee wegwerkers, want maar de helft zien we daadwerkelijk wat doen. Ze hebben de wonderschone taak om de verkeersborden te fatsoeneren. De een heeft een sjabloon dat vooral als liniaal dient, de ander een spuitbus zwarte verf. Het gaat vooral om borden van het type ‘de weg gaat omhoog / omlaag’. De een houdt het sjabloon langs de schuine lijn, de ander spuit wat verse zwarte verf, en het bord kan er weer eventjes tegen. Zij doen over het verven van een bord zo’n beetje net zo lang als dat wij naar het volgende bord fietsen, en dus komen ze ons geregeld voorbij getufd in hun lada.

Tegen vijven, zo’n 90 km verder en 12 uur later dan we vertrokken zijn, bereiken we het beoogde eindpunt van vandaag: een restaurant waar ze ook heel basic kamers verhuren en waar vrachtwagenchauffeurs op de parkeerplaats de nacht kunnen doorbrengen. We eten wat en zoeken vermoeid ons bed op. De fietsen passen maar net op de kamer, er is geen ventilatie en het wil niet afkoelen. Zwetend liggen we naar het plafond te staren. Met name mijn arm speelt me parten, ik weet van de pijn niet hoe ik moet gaan liggen. Gelukkig brengt een pijnstiller wat verlichting en val ik uiteindelijk in slaap. Wilchard slaapt altijd een stuk slechter dan ik en doet zijn ogen hooguit een uurtje of twee dicht.

In de ochtend gaat het beter met mijn arm, mijn been doet gelukkig geen pijn meer. Wellicht heeft er ergens een spiertje klem gezeten. Wat het dan ook geweest is, er gaat een nieuwe pijnstiller in en we zitten om kwart over vijf op de fiets. Het wegdek is een stuk beter dan de laatste dertig kilometer van gisteren, en wat zeker ook helpt is de temperatuur. Net als gisteren kunnen we behoorlijk lang in de schaduw rijden en wordt het pas tegen half tien warm. Tot mijn grote vreugde verdwijnt de pijn in mijn arm al snel, dus het is weer prima fietsen.

Bij de truckstop was nog niemand wakker, maar tien kilometer verderop kunnen we brood met eieren en thee krijgen in een tuin. Een prima begin van de dag.

Het landschap is vandaag niet heel anders dan gisteren, dus het is weer genieten. En ook vandaag krijgen we de meeste hoogtemeters en het slechtste wegdek op het heetst van de dag. En weer terwijl we net tegen elkaar gezegd hebben dat de weg vandaag eigenlijk wel prima is.

Maar ach, wij kiezen ervoor, je zou hier vrachtwagenchauffeur zijn. Dit is de enige weg vanuit Dushanbe naar de Pamir en Khorog, de grootste stad in het oosten. En daarmee ook naar China. Hij is aangelegd door de Russen en was primair bedoeld voor de aanvoer van troepen en militair materieel naar Afghanistan, waardoor hij gelukkig zelden echt heel steil is en dan slechts een klein stukje. In de winter en bij slecht weer zijn er regelmatig aardverschuivingen, waardoor de weg dan helemaal is afgesloten. Je kunt alleen al aan het wegdek goed zien waar ze regelmatig voorkomen, want daar is het asfalt weg of, nog erger, verbrokkeld. Mocht je hier gaan kamperen en niet in een homestay of bij een truckstop overnachten, dan is dat zeker iets om rekening mee te houden bij het uitzoeken van je kampeerplek.

Als Wilchard bij wat huizen langs de kant van de weg op me staat te wachten, komt er een meisje aangerend. Hello, hello, what’s your name! Om vervolgens achter het huis te verdwijnen omdat moeders roept. Ietsje later komt ze terug met een klein emmertje met daarin een stuk of 15 verse abrikozen. Haar broertje is wat jonger en durft de weg niet over. Dat is niet vanwege het verkeer, maar vanwege die enge buitenlanders.

Na haar, moeders en oma bedankt te hebben, rijden we weer verder. Om tien kilometer later weer te stoppen. Hier zijn drie vrouwen en een man druk bezig met de abrikozenoogst. Manlief klimt in de boom en schudt aan wat takken, en als de grond oranje kleurt gaan de dames rapen. Ons wordt gebaard dat we er ook wat van moeten eten, dus we offeren ons weer op. Maar blijkbaar eten we niet genoeg, want een van de vriendelijke dames vult een fikse emmer (ja, die op de foto) met een kilo of zes aan abrikozen. Of we die maar mee willen nemen. Gelukkig kunnen we duidelijk maken dat we dat heel vriendelijk vinden, maar niet zo handig.

Vandaag zijn de laatste 30 kilometer een stuk beter te doen. De vallei wordt iets breder, en we hoeven amper nog omhoog. Ik krijg nu last van mijn linkeronderarm, maar dat blijkt een velletje te zijn dat klem is gaan zitten bij mijn horlogebandje. Geen probleem op vlak wegdek, maar erg vervelend als je op en neer gehusseld wordt. Gelukkig is dat dus snel verholpen zodra ik weet wat de oorzaak is.

Ook vandaag doen we zo’n 12 uur over 90 km, en we eindigen bij een homestay in Rushan. De vorige keer hebben we hier ook geslapen, maar de eigenaar heeft fors uitgebreid. Dit keer krijgen we geen kamer in hun huis aangeboden maar in een volledig nieuw gebouw. Hier zijn meerdere kamers, een badkamer, toilet en keuken. De prijs is ook verviervoudigd, maar daar komen we gelukkig uit. Met de eigenaar hebben we afgesproken dat we de fietsen op de kamer mogen zetten, maar dat had hij vermoedelijk even af moeten stemmen met de vrouw des huizes, die hier duidelijk minder blij mee is, maar dan staan ze al binnen. Nou ja, dan weet hij dat voor een volgende keer.

We hebben net alles in onze kamer geplaatst als er een groepje van vier Duitse motorrijders aankomt. En ietsje later een busje met twee Zwitsers. Een van de Duitsers loopt het dorp in om bier te halen, en we plaatsen meteen maar een bestelling. Een half uur later arriveren er twee ijskoude sim-sims. Als in: twee keer anderhalve liter. Ontzettend lekker, maar net iets te veel van het goede. Al kletsend en later etend brengen we een paar leuke uurtjes door, maar je merkt dat de weg bij iedereen zijn tol eist. Om negen uur is het huis in duisternis gehuld.

Ook de volgende ochtend zitten we om vijf uur aan het ontbijt. We hebben een stuk minder kilometers te gaan over iets betere weg en met veel minder hoogtemeters, maar willen toch zoveel mogelijk in de koelte fietsen. Uiteindelijk is het goed dat we op tijd op de fiets zitten. In de bergen om ons heen lijkt het te sneeuwen, achter ons ziet het erg donker en we hebben de wind in de rug. Dat betekent dus doorfietsen, als we niet door slecht weer willen worden ingehaald. Later komen we de twee Zwitsers nog tegen die bevestigen dat het inderdaad wat geregend heeft.

We zijn al tegen elven in Khorog. We vinden een homestay waar de eigenaresse zelf al aanbiedt om de fietsen in het halletje te plaatsen. We douchen en doen de was, maar de waterdruk hier blijkt erg laag en overdag is er regelmatig geen water. Wat een luxe is het dan in Nederland, waar je naar wens koud of warm water uit de kraan krijgt. Rechtstreeks van de fiets af is het in dit hete weer trouwens geen ramp om alleen koud water te hebben. Het gezin is allerliefst en hulpvaardig en de Wi-Fi voor Tajiekse begrippen enorm snel. De volgende dag weten we ook dat het na tienen superstil is en dat de bedden heerlijk slapen, dus we zijn erg blij met onze keuze.

Als Wilchard onder de douche staat en de was doet haal ik mijn appjes op. Ik heb ook bericht van de Basken. Zij zijn gisteren einde dag in Khorog aangekomen, en we spreken af samen wat te eten voordat zij vandaag nog wat verder fietsen. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is zondag, en ons was toen we de stad binnen reden al opgevallen dat er niet veel te doen was op straat, maar naar nu blijkt is zo’n beetje alles gesloten. We vinden gelukkig nog een lokaal restaurantje dat open is. Vanwege de zondag is het menu wat beperkt. Ze hebben plov, een wijdverbreid gerecht hier in Centraal-Azië. Rijst met ui, wortel en wat vlees. Ik zie ook een treetje eieren staan, dus het wordt plov voor de Basken en mij, en gebakken eieren voor Wilchard. We kletsen nog wat, en dan is het tijd voor de Basken om door te rijden. Wij blijven nog een dag in Khorog om uit te rusten en bij te eten.

In de avond lopen we naar het park. Daar zit, aan het water, een wat toeristischer terras dat wel open is en waar we wat kunnen eten. Even geen shorpo (soep), plov, manti (soort ravioli gevuld met vlees en ui), gebakken eieren of ander lokaal gerecht, maar voor Wilchard tomatensoep en een kipwrap en voor mij linzensoep en pasta met tomatensaus. Fijn dat we zware fietsdagen kunnen afwisselen met af en toe een relatief luxe dag.

We slapen heerlijk en na een verrukkelijk ontbijt met supervers brood en eieren, pompt Wilchard mijn achterband weer op. Dat moet zo’n beetje sinds Karakol, dik anderhalve maand geleden, iedere dag een beetje, maar de laatste twee dagen lijkt hij wat verder leeg te lopen. En je raadt het al, als we tien minuten later naar buiten lopen staat hij alweer plat. Een van de staaldraadjes die ervoor zorgen dat de buitenband extra stevig is en minder lek rijdt, steekt vanuit de buitenband naar binnen, met als gevolg een gat in de binnenband. Niet fijn, maar wel een aanwijsbare oorzaak die te verhelpen is. Met een pincet haal ik het stukje staaldraad eruit, de band laten we plakken door de bandenspecialist. Het kost dit keer even tijd om het kastje van onze Rohlofnaaf er goed op te krijgen, maar ook dat lukt, dus hopelijk zijn we nu van de bandenproblematiek af.

Khorog lijkt vandaag wel een andere stad. Het is druk op straat en alle winkels en restaurants zijn open. Eerst maar eens pinnen. Er zijn meerdere banken, en ook meerdere met een pinautomaat, maar geen van alle accepteren ze onze pinpas. Nu zijn we daar op voorbereid, want twee jaar geleden was het nog een probleem omdat toen én de pinautomaten alleen werkten voor visakaarten én de banken dicht zaten. Nu kunnen we zonder probleem wat euro’s wisselen. De gordijnenzaak die ons toen uit de brand geholpen heeft zit er trouwens nog.

Verder staan vandaag boodschappen op het programma voor de komende vier dagen en, als de verbinding goed genoeg is, de blog live zetten. Dat eerste lukt, het tweede niet. Ook weten we het waterfilter weer aan de praat te krijgen, waardoor we de komende tijd wat minder afhankelijk zijn van winkeltjes en minder plastic flessen hoeven te kopen.

De rest van de tijd besteden we aan koffie drinken en eten. Langs de hoofdweg zit, in een tuin, een restaurant waar ze plov en kurutob serveren. Dat laatste is een gerecht dat je buiten Tajikistan niet vindt en waarmee we onze allereerste keer in dit land dankzij Theo van de Laar kennis hebben gemaakt. Het bestaat uit kurut (die kaasballetjes) opgelost in water waardoor je een soort halfwarme zoute zurige yoghurt krijgt. Daarin wordt brood gedrenkt, en dat alles wordt afgetopt met tomaat en komkommer. Die opgeloste kurut klinkt niet heel lekker, maar is het wel. We delen een gerecht, want het is nogal een portie. Een liter kompot erbij en we hebben voor €2,30 weer heerlijk gegeten.

8 thoughts on “Langs de Panj”

  1. Genoten van de blog. Wederom de super foto’s en de de heerlijk geschreven blog.
    Ik zie het voor me en geniet ervan als een goed reisboek. Ik ga steeds meer van jullie gewoonten leren kennen. Grappig is dat. Het is hier nu bloedheet! 4 dagen tussen 32 en 37 graden. Krijg altijd water in mijn mond over al het lekkere eten dat jullie nuttigen.

  2. Tour de France op de t.v. en de tablet op schoot met je leuk verhaal en mooie foto’s, heerlijk toch.Wat is de natuur toch mooi,vanmorgen nog een fijne wandeling met wat “torendames” gedaan.Groetjes,hou je goed.

  3. Weer een heerlijk verhaal om te lezen, en van te genieten!! En daar leer je nog van aparte recepten te geniete.! En die wegdekken waar jullie soms over moeten echt wel vermoeiend zeg, zeker met pijnlijke ledenmaten!!
    Maar het uitzicht is geweldig zeg! Geniet lekker verder! Gr. Tien

  4. Ja wat een gedoe om met een haperende internetverbinding een verhaal inclusief foto’s de lucht in te krijgen. Knap Wendy, dat je daar toch steeds weer de energie voor vindt, na dagen vol ontberingen! Vanuit het luxe Nederland met koud en warm stromend water dat je ook nog eens direct uit de kraan kunt drinken wil ik jullie even laten weten dat we dit elke keer weer waarderen!

  5. Wat weer een verhaal Wendy,mooi om te lezen.
    De foto`s blijven ook heel erg mooi zo met die kleuren.
    Wat vriendelijke mensen ontmoeten jullie.Het eten is niet zo gevarieerd maar zo te zien fietsen jullie er goed op .Nog veel fiets plezier.

  6. Jammer dat jullie niet op zaterdag in Khorog waren. Dan is er een Afghaanse markt. een prachtige belevenis.

  7. Hallo Wendy en Wilchard,
    Prachtige foto’s en herkenbaar. Ik heb in 2016 gefietst van Dushabe naar Osh gefietst. Een fantastische reis in een overweldigend mooi landschap en aardige mensen.
    Prettig geschreven en ben benieuwd naar jullie verdere reis ervaringen en foto’s.
    Een goede reis.
    Hartelijke groeten,
    Jan Willem Lagerweij

Comments are closed.