Naar de Pamir Highway: de noordelijke route

Dushanbe is een relaxte stad. Er zijn niet heel veel terrasjes waar je een biertje kunt drinken, maar ze zijn er wel. Ook vinden we een goede koffieshop en, om de hoek bij ons hotel, een soort kantine met een grote keuze aan soepen en hoofdgerechten, en alles wat we proeven is even heerlijk.

Dushanbe is licht veranderd. We zagen het al toen we de stad in fietsten, maar terwijl we wat rondlopen valt het helemaal op. Het ene na het andere protserige nieuwbouwproject rijst de lucht in. Als ik wat google, blijken veel oude gebouwen hier het slachtoffer van te zijn geworden. De groene bazaar, voor ons de leukste plek in Dushanbe, wordt ook gerenoveerd. Het was een gewone markt waar ook wat toeristen kwamen, maar volgens de receptionist van ons hotel is het de bedoeling dat toeristen de belangrijkste klanten worden. We vrezen het ergste.

De eerste dag Dushanbe uit gaan we langzaam omhoog en de temperatuur stijgt met ons mee. Het is zondag en vroeg als we vertrekken, dus het is lekker rustig op de weg. De eerste 20 km volgt onze route nog een belangrijke verkeersader, maar die buigt bij Vahdat naar rechts. Ook die weg leidt naar de Pamir Highway en wordt de zuidelijke route genoemd. De weg die wij volgen, de noordelijke route, wordt smaller maar blijft van goede kwaliteit. Tegen het einde mogen we ook nog even flink naar beneden, en zo belanden we in Obigarm, waar we het niet kunnen nalaten om een foto te maken bij het I Love Tajikistan bord.

Hier zit volgens de info die ik heb kunnen vinden één hotel, een sanatorium, maar ze weten ons te vertellen dat het vol zit. Wat rondvragen leert dat er ietsje verderop nog één zit, en daar belanden we dan ook. Uiteindelijk absoluut niet erg, want we betalen twee euro meer maar krijgen er een veel betere kamer voor terug.

Obigarm uit gaat in eerste instantie verder naar beneden. Het is nog lekker koel en in de afdaling en de korte klim erna is het asfalt prima.

Ik herinner me van de vorige keer dat het traject van vandaag zo’n beetje voor de helft onverhard is en drie keer noemenswaardig omhoog en omlaag gaat. Wat ik blijkbaar verdrongen heb, en Wilchard ook, is de omleiding. We staan namelijk bij een y-splitsing waar de GPS zegt dat we rechts moeten, maar al het verkeer links aanhoudt, omhoog. Navraag leert dat dat ook de route is die wij moeten hebben, de rechterzijde blijkt niet meer berijdbaar. Die omleiding blijkt zo’n 400 extra hoogte-en dieptemeters met zich mee te brengen, enorm slechte gravel met wasbord en veel losse en vastzittende stenen en percentages van 9-11%. Ook omlaag is dat op dit wegdek absoluut niet fijn. Het is boeiend dat we ons dit allebei niet vantevoren konden herinneren, want indruk maakt het zeker.

Gelukkig blijken de Tajieken na de omleiding de gravel bijna overal vervangen te hebben door asfalt. En dan is 9% nog steeds 9%, maar het fietst toch echt heel veel fijner. Bovendien is 9% hier de uitzondering, het is eerder maximaal 7. Met andere woorden, het tweede deel van de route rijdt een stuk relaxter.

We rijden de afslag naar de Pamir, die we morgen moeten hebben, voorbij. Ietsje verderop zit een dorpje met een hotel, waardoor we niet hoeven te kamperen. Wij rijden die paar kilometer nog wel door, ook al is het bergop. Morgen mogen we dat stuk weer bergaf.Bij de afslag naar het dorp vertellen twee werklui ons dat er in het dorp geen hotel zit, maar wel een kilometer verderop. Geen probleem, rijden we daar heen. Op de plaats waar we een bord met hotel zien staan staat een net groen huis, maar er is niemand. De politieagent ietsje verderop vertelt ons dat er pas 35 km verderop een hotel zit. Geen optie met de fiets, dus we rijden op goed geluk toch het dorp maar in. Het hotel waar we in 2017 verbleven en dat eruit zag als een gewoon woonhuis, is inmiddels precies dat: een gewoon woonhuis. Bij het winkeltje om de hoek vragen we of ze weten of er in de buurt een hotel is.Iemand gaat bellen, en er komt een auto aangereden. Wij mogen erachteraan. En komen uit bij het groene hotel waar eerder niemand was. Ze zijn nog niet echt open, maar we kunnen wel slapen. Als we vragen hoeveel dat kost, kijken ze elkaar eens aan. Daar hebben ze nog niet over nagedacht, lijkt het. De prijs die uiteindelijk komt is ridicuul hoog voor hier, hoger dan onze sjieke kamer inclusief uitgebreid ontbijt in Dushanbe. Uiteindelijk bieden we een prijs die we ook betaald hebben voor vergelijkbare kamers, en dat is goed. Ietsje later proberen ze daar nog van te maken dat dat per persoon is, maar dat gaat niet lukken. Gelukkig gaan ze uiteindelijk akkoord met 2 euro extra, want in kamperen hebben we niet echt veel zin.

Als we het hotel uit willen lopen op zoek naar een restaurant blijken er nog twee fietsers gearriveerd te zijn. Ik had een van hen al kort gesproken in Dushanbe. Het zijn Basken, geen Spanjaarden, en daar zijn ze erg uitgesproken over. In Nederland hoor je er eigenlijk nooit meer wat van. Het zijn twee vrienden, en een van hen is ziek. Vandaag hebben ze 50 km gefietst en daarna vervoer gezocht. Geen goed begin van hun reis. We zijn dan ook benieuwd of ze morgen uiteindelijk ook naar Tavildara zullen fietsen.

In de ochtend stappen we weer vroeg op de fiets. Eerst mogen we terug van waar we gekomen zijn, 4 km naar beneden, en daar slaan we linksaf. Officieel zitten we al op de Pamir Highway vanaf Dushanbe, maar voor ons begint het nu pas zo te voelen. De natuur wordt ruiger en de rivier waarlangs we voortdurend dalen en stijgen stroomt woest in tegengestelde richting. De weg is nog steeds wat we verwachten, niet al te best, maar wel een stuk beter dan de omleiding van gisteren. En vooral erg mooi.

Her en der loopt er een stroompje over de weg dat zich bij de rivier voegt. De meeste kunnen we gewoon per fiets oversteken, ik hoef maar bij één oversteek te stoppen en er doorheen te lopen. Niet omdat het niet fietsbaar is, maar omdat ik tussen een paar koeien door moet laveren en daardoor geen fietsbare route heb.

De route is trouwens niet alleen voor ons interessant. Er rijden ons behoorlijk wat shared taxi’s met Tajieken voorbij, die met hun telefoon het landschap filmen. Dat wij er ook op staan is toeval, want ook als ze ons voorbij zijn houden ze nog steeds de telefoon uit het raam. Het is een wonder dat er met dat gehobbel niet af en toe een mobieltje op de grond valt.

Bij de politiecontrole bij Tavildara mogen we ons weer registreren. Dit keer wil de agent ook een origineel paspoort zien, meestal is een kopietje wel genoeg. Wij mogen onze naam dan hardop voorlezen, en dat wordt fonetisch in het Tajieks opgeschreven, samen met waar we vandaan komen (Gallandia) en waar we heen gaan (Pamir). Geen idee wat ze met dat dikke boek doen, maar zij zijn tevreden, en dan zijn wij het ook. Ook Tajieken moeten zich trouwens registreren, en van eentje krijgen we wat watermeloen aangeboden die hij heeft laten snijden. Blijkbaar kan hij aan ons gezicht aflezen dat we het op prijs stellen, want we krijgen het restant van de meloen in onze handen gedrukt.

We hoeven alleen nog maar de brug over, Tavildara in, en dan zijn we bij ons oude vertrouwde hotelletje. Maar terwijl Wilchard een ijsje en wat te drinken is halen in de supermarkt, word ik aangesproken door een jonge vrouw. Zij heeft een hotel, mochten we dat zoeken. We lopen met haar mee. Het lijkt erop alsof ze een nieuw huis aan de overkant van de weg hebben gezet en nu kamers verhuren in hun oude huis. Er is maar één probleem, de deur kan niet dicht, laat staan op slot. We besluiten door te fietsen naar ons oude hotel, maar dat blijkt afgebroken en er wordt iets nieuws gebouwd. Het enige andere gebouw met hotel op de gevel blijkt toch niet open, dus we rijden maar terug. Met een spanband maken we een constructie zodat we alsnog de deur dicht kunnen houden als we binnen zijn, en we regelen brood met eieren voor ’s avonds, zodat we dan de deur niet meer uit hoeven.

Tegen vijven kloppen de Basken ook aan bij ons hotel. Zij zijn twee uur na ons vertrokken en hadden flink last van de warmte, terwijl wij het vandaag wel mee vonden vallen. Alhoewel er, net nadat ik dat onderweg ook een keer tegen Wilchard had gezegd, toch 32 graden op mijn fietscomputer stond. Inmiddels lijken we dus wel gewend aan de warmte.

In de ochtend slapen we uit. We moeten namelijk 2.000 meter omhoog, een pas over over redelijk steile gravel die we ons van de vorige keer herinneren als van niet al te voortreffelijke kwaliteit, dus we hebben besloten vervoer te zoeken naar de top en vanaf daar af te dalen. En dan is zeven uur ontbijt, half acht wegrijden een prima tijd om op zoek te gaan naar een pick-up. Die we uitzonderlijk snel hebben gevonden. De winkels zijn tot onze verbazing allemaal nog dicht, maar er staan wat mannen op straat. En zoals dat hier zo gaat, vraag je aan willekeurig wie of ze een taxi naar de pas weten (in dit geval taxi pereval Sagirdasht), en er is altijd wel iemand die dan gaat bellen. Zo ook hier. Maar op hetzelfde moment komt er een pick-up aanrijden. De chauffeur, een jong gastje wiens legeruniform achter in de auto aan een kleerhanger hangt, wil ons met fietsen en bagage voor €25 wel naar de pas brengen.

We laden de fietsen en tassen in, hij haalt een fles wodka uit het handschoenenvak en geeft die aan een vriend en we zijn weg. De eerste 20 km volgen we dezelfde rivier van gisteren nog, daarna komt de echte stijging. De brug die de vorige keer in de nacht voordat we er waren was ingestort is inmiddels gemaakt, en meteen daarna slaan we rechtsaf. Ook dit keer volgen we niet de doorgaande weg maar de wat steilere weg over iets minder fijn wegdek door een aantal dorpjes. We pikken nog een lifter op, een boer die bij de brug loopt en naar de hoger gelegen dorpjes moet. Hij neemt gewoon plaats op het randje van de achterbak, en zo hotsen en klotsen we naar boven. Onze militair is een prima chauffeur, hij rijdt echt goed, maar daarmee ook wat harder dan we voor de lifter en onze fietsen prettig vinden. Er blijkt trouwens nog een fles wodka in het handschoenenvakje te liggen, maar hij maakt ons duidelijk dat drinken en rijden niet samen gaan. Tenminste, dat maken wij eruit op.

Wilchard krijgt onderweg ook nog een telefoon in zijn handen gedrukt. Iemand die goed Engels spreekt en die ons vertelt dat we de chauffeur kunnen vertrouwen. Nu deden we dat al, maar toch goed om te horen. Van de rest kan Wilchard weinig verstaan vanwege het gehosseklos op de weg, dus het blijft bij een kort gesprek.

Chauffie kent blijkbaar weinig Tajieken die Engels spreken, want hij maakt ons duidelijk dat we een Afghaan aan de lijn hadden. En of we toevallig Iraans of Afghaans spreken, want dat kan hij ook verstaan. Helaas, het blijft bij af en toe wat gebarentaal.Een paar kilometer voor de top wil hij graag weten hoe ver het nog is, en hij is blij te zien (vingers in de lucht) dat het nog maar zes kilometer zijn naar de top. Hij wijst op het metertje dat het benzineniveau aangeeft, kijkt wat moeilijk en steekt zijn duim dan omhoog. Meestal begint zo’n taxirit met een bezoek aan een tankstation, maar dat was hij blijkbaar dit keer vergeten.

Boven aangekomen zitten er wat militairen met kogelvrije vesten in een bushokje. We laden alles uit en nemen de schade op. Met al dat gehobbel kan het bijna niet anders dan dat er ergens iets gesneuveld is. Gelukkig valt het mee, maar schadevrij zijn we niet: Wilchards bel is kaduuk, Wilchards voorspatbord staat scheef en de houders breken af als we dat recht willen buigen, en mijn achterwiel zit los. Het achterwiel is gelukkig geen probleem, kwestie van snelspanner weer vastzetten. De bel was Wilchard sowieso al een doorn in het oog, die kopen we wel een nieuwe als we er een nodig hebben, en we kunnen het spatbord gemakkelijk repareren met twee tie wraps. Geen drama dus. De tassen gaan er weer op, een militair helpt mee met opladen, en we mogen over 35 km nog 1.855 meter omlaag en 44 meter omhoog.

Dit keer ligt er nog een sporadisch hoopje sneeuw, het is vooral rotsachtig met groen en bloemetjes. We stoppen regelmatig voor een foto, want wat is het geweldig mooi. Het smeltwater van de sneeuw die er eerder lag stort zich langs onze gravelweg naar beneden.Voor fietsers trouwens niet relaxed rijden met 6-7% en veel steentjes, maar voor auto’s is het prima te doen. Niet dat het druk is, we zien één oude vrachtwagen met militairen, 4 jeeps, 1 Opel Vectra, 1 Opel Astra en een klein ladaatje. Dat betekent in ieder geval dat we ons eigen stuk weg kunnen kiezen. En om de vijf kilometer stoppen we om onze velgen wat af te laten koelen, want die worden zo gloeiend heet. Bovendien krijgen onze vingers dan meteen wat rust van het remmen.

Na een kilometer of twintig verschijnen er af en toe stukjes asfalt, en weer vijf kilometer verder is het merendeel van het wegdek asfalt. Wij zijn er erg blij mee, maar beseffen dat de ‘eisen’ die we aan asfalt stellen sinds China fors naar beneden zijn bijgesteld.

In Qala’i-Kumb rijden we linea recta naar de homestay langs het riviertje dat we vandaag naar beneden gevolgd hebben en dat inmiddels één kolkende massa is. De eigenaar komt de deur uit, en het is ontzettend grappig om zijn reactie te zien. Zo van ‘ik ken je, maar ik weet niet meer zo goed waarvan’. Daar waar de hotels in Tavildara en Chumdon inmiddels waren opgedoekt, heeft hij er nog wat kamers bijgebouwd en hij zit niet vol, dus we hebben weer een fijne overnachtingsplek.

Tot onze verrassing verschijnen tegen vijven de twee Basken. Zij lagen nog op bed toen wij vertrokken en zouden het hele stuk fietsen, maar omdat ze zich beiden niet goed voelden hebben ze, na een bezoek aan het ziekenhuis, ook besloten om vervoer naar de top te nemen. We eten samen en zij rijdende volgende ochtend verder. Wij doen nog een dagje rustig aan.

10 thoughts on “Naar de Pamir Highway: de noordelijke route”

  1. Wat een mooi landschap! Zo afwisselend en ongerept. Ook de weg past in het landschap, hoe vervelend soms ook voor jullie.
    Jullie zijn zo gewend geraakt aan leven in het moment, zoals ter plekke vervoer regelen en het zoeken en vinden van een slaapplek. Komt super ontspannen over. Super!

  2. Wat een mooie ruige omgeving! En wat mooi dat jullie weer herkend worden van de vorige keer! Wel dunbevolkt waar jullie waren??
    In ieder geval weer veel fietsplezier!!
    Gr. Tien!

  3. Ja! Blijft mooi. Overal trouwens waar we foto’s van jullie zien. Fiets, mocht je nog in Bulunkul komen kun je nog 2 minuten voetballen met de kids, daarna hangt je tong op je schoenen 😃😃 geniet ze maar weer en blijf de Basken (ziek en dan op die hoogte…🤔)voor 😉

  4. Wat een conditie hebben jullie.Weer mooi de berichten te lezen, en de prachtige foto`s.

  5. Wat een gespierde benen moeten jullie inmiddels hebben. Fijn dat het toch steeds lukt om een goede slaapplaats te vinden. Jullie zullen die Basken wel weer inhalen in de volgende aflevering. Prachtige uitzichten!

  6. Ook het fietsleven gaat niet over gebaande wegen …….Ook lastig om je heen kijken zo……

Comments are closed.