De Mae Hong Son Loop

De avond voor we Mae Sariang uit fietsen kletsen we nog even met twee andere Nederlanders die in ons hotel zitten, Wim en Jolande. Zij zijn de Nederlandse winter voor een paar weken ontvlucht en ontdekken de omgeving met een huurauto. In kilometers per uur gaan ze sneller dan wij, maar ze doen alles lekker op hun gemakje en nemen onderweg de tijd. Grote kans dus dat we ze onderweg nog tegen gaan komen.

We veranderen ons ritme hier en staan nog een half uur eerder op. Om kwart voor zes gaat de wekker en staan we op. Dan rijden we nog in het donker naar de 7-eleven voor ons ontbijtje, en als het om kwart voor zeven licht is fietsen we aan. Zo hebben we nog een extra half uurtje in de koelte van de ochtend, plus indien nodig een extra half uur om onze eindbestemming van de dag te halen. We hopen het niet nodig te hebben, maar alles wat ik gelezen heb over de Mae Hong Son loop duidt op fiks steile bergen en weinig vlak. We zijn dan ook benieuwd.

De dag Mae Sariang uit belooft in ieder geval een lange dag te worden. We krijgen bijna 100 km en een kleine 2.000 meter klimmen (en 1.500 dalen) voor de kiezen. Nu is dat niet onoverkomelijk, maar die getallen sluiten uit dat we enkel in de relatief koele ochtend fietsen. De eerste 30 km gaan lekker snel en om negen uur hebben we het eerste miniheuveltje achter de rug en ons tweede ontbijtje bij de 7-eleven alweer achter de kiezen.

In dit dorp zouden we kunnen overnachten, maar het is nog zo vroeg dat we besluiten door te fietsen. De hoogtemeters van vandaag zijn verspreid over een flinke afstand, dus echt steil wordt het niet. Tegen enen zien we twee fietsers ons tegemoet rijden. Florence en Ben komen uit Frankrijk en rijden richting Myanmar, dus we kunnen wat ervaringen uitwisselen. Terwijl we zo staan te kletsen stopt er een auto. Jolande en Wim zijn wat later vertrokken en hebben nog een grot bezocht, maar halen ons toch gemakkelijk in vandaag.

Als we een uurtje later weer op de fiets stappen kunnen we duidelijk merken dat het middag is. Het is bloedheet. We stoppen al redelijk snel voor een yoghurtsmoothie met mango waarvan de kou ons hoofdpijn bezorgt en je het gevoel geeft dat je keel verbrandt. Maar wat is hij lekker! Snel een slokje inmiddels lauwwarm water doet wonderen, en hebben we ook gewoon bij de hand want de temperatuur van het water dat we op onze fietsen meedragen stijgt mee met de buitentemperatuur.

Het laatste stuk gaat nog even wat sterker omhoog, maar tegen half vier zijn we binnen. Een relatief lange dag, maar we weten nu dat we dit aankunnen, dus dat is mooi.

De volgende dag is een eitje. 70 km maar nog niet de helft van de hoogtemeters en 200 meer meter naar beneden brengen ons in een halve dag naar Mae Hong Son. Om twaalf uur hebben we al een mooie kamer gevonden en gedoucht. Dit plaatsje is weer wat meer ingericht op toeristen, en naast Thais kun je hier ook westers eten. Wij trakteren onszelf op een sandwich met tonijn. Het brood dat eindelijk een keer niet zoet is, is meer dan ruim belegd met minimaal een blikje tonijn. We laten het ons dan ook goed smaken.

Als we aan het eind van de middag naar de avondmarkt lopen zien we daar Wim en Jolande zitten. Zij blijven hier in totaal twee hele dagen, wij één, en zo zitten we weer op hetzelfde schema. We drinken samen wat en eten een vis die in een zoutkorst geroosterd is op de avondmarkt. Deze is langs een meertje gesitueerd met aan de overkant een verlichte wat die mooi in het water reflecteert. Langs het water zijn zitjes gemaakt waar je je op de markt uitgezochte eten kunt verorberen.

Onze rustdag brengen Wilchard en ik allebei anders door. Wilchard brengt een bezoek aan de Padaung, een substam van de Birmese Karen die ook wel ‘longnecks’ genoemd worden. Ze zijn uit Myanmar gevlucht en verdienen hun geld nu met hun belangrijkste kenmerk: hun lange nekken. Of beter gezegd, hun neergedrukte schouderbladen en ribben, waardoor hun nek langer lijkt. Om dit te bereiken worden al op vijfjarige leeftijd ringen rond hun nek geplaatst, en naarmate ze ouder worden komen er ringen bij. De vrouw met de meeste ringen, die door de Padaung zelf als de mooiste vrouw ooit gezien wordt, droeg er maar liefst 37! Ik kan me er niet echt een voorstelling van maken.

Om er te komen fietst Wilchard heuveltje op en af, en door een paar rivierbeddingen. In het regenseizoen zal dit dorp waarschijnlijk niet bereikbaar zijn. Het is een flinke tegenstelling met de dorpen in Mae Sariang die we bezochten. Daar ging het om gewone dorpen, waar mensen hun dagelijks leven leidden en wij als toerist toevallig kwamen. Hier is toerisme big business en moeten ze het hebben van de toegangsprijzen, verkoop van souvenirs en deelname aan activiteiten zoals het voeren van een olifant, boogschieten en zelf eens kijken hoe dat nu voelt, zo’n ringen rond je nek. Als Wilchard aan een vrouw vraagt of hij een foto van haar mag maken terwijl ze aan het werk is in de keuken is dat geen probleem maar moet dat wel een beetje snel. In de verte komt een groepje Thaise toeristen aangelopen en die willen misschien wel wat kopen…

Ik doe in de tussentijd niets. Of tenminste, zo goed als niets. Rustig op gang komen en een uitgebreid ontbijt op de tonijnsandwich plek.

Vanaf Mae Hong Son beginnen de 1864 bochten. En die blijken er niet voor niets te zitten. Holy moly wat is het steil. Hele stukken van 10-12% komen regelmatig voor. Het bizarre is, dat als je net een stukje 12% gehad hebt 10% mee lijkt te vallen. Wel steil natuurlijk, maar prima te hebben. De echte haarspeldbochten pakken we aan de buitenkant, desnoods rijden we maar even aan de verkeerde kant van de weg. Geen idee waar de percentages in de binnenbochten heen gaan, maar die zijn niet meer te fietsen. Gelukkig rijdt er weinig verkeer.

We hebben vandaag twee klimmen en twee afdalingen te gaan. 1800 meter omhoog en 1500 omlaag in een kilometer of 70, waarvan de eerste 20 relatief vlak. Tussen afdaling één en klim twee halen Wim en Jolande ons in. En bieden aan om onze bagage mee te nemen naar Pang Mapha. Dat laten we ons geen twee keer zeggen. Het is inmiddels fors warmer, en die kilo’s minder fietst dan toch net wat gemakkelijker.

Tijdens de klim en afdaling is er helaas zelden iets te zien. Zelfs het viewpoint valt tegen. Enerzijds omdat je zelden echt weg kunt kijken, anderzijds omdat in deze tijd van het jaar de landbouwveldjes klaargemaakt worden voor een nieuw seizoen, en dat betekent hier de fik erin. ’s Nachts steken ze de resten op de velden in brand, en ’s ochtends is dus alles heiïg. Langs de kant van de weg staan regelmatig borden die waarschuwen voor branden. Eentje heeft zelfs ter illustratie een groepje wegsprintende zebra’s. Wij vermoeden ofwel een creatieve ziel, ofwel een tweedehands bordje uit Afrika.

Ik wil toch graag een foto van het uitzichtspunt, zodat jullie ook mee kunnen genieten. Als we na de top weer 200 meter zijn gedaald, wat met deze percentages trouwens niet echt een pretje is, zet Wilchard zijn fiets stil. Ben ik genietend van het koude drankje uit de enige koelkast die het viewpoint rijk is toch helemaal vergeten een foto te maken. Hij stelt nog even voor dat ik terug fiets, maar hier moeten jullie jullie verbeelding maar gebruiken. Denk bergtoppen in een grijzige lucht.

In Pang Mapha ligt onze bagage op ons te wachten. Ons onderkomen is oké maar basic, maar we schijnen hier een tourtje te kunnen regelen naar vijf dorpjes die allemaal bewoond worden door een andere stam. Gedoucht en wel blijkt de zoon het guesthouse inmiddels over te hebben genomen van zijn vader, en nog wat achterstallig onderhoud te hebben op de website. De tourtjes moeten aangepast worden, want juist datgene dat we willen doen zit niet meer in het programma. Wel kunnen we gemakkelijk zelf naar twee van de vijf dorpjes toe, geeft hij aan. Wim en Jolande willen ons wel meenemen in hun auto, dus we besluiten om er morgen zelf op uit te trekken.

In Pang Mapha zelf is niet veel te doen, het toeristenseizoen loopt op zijn eind waardoor de restaurantjes bij de hotels grotendeels gesloten zijn en na zessen is verder bijna alles dicht. We vinden wel nog een plekje om te eten, maar daarna lopen we al snel weer terug richting hotel.

In het huisje naast ons brandt inmiddels ook licht. Hier blijkt een Russisch stel neergestreken te zijn dat drie weken door Thailand aan het fietsen is. We willen alle vier graag communiceren, maar hun Engels is slechts marginaal beter dan ons Russisch.

Na een bijzonder goed ontbijt stappen we bij Wim en Jolande in de auto. Om een meter of 200 verderop alweer te stoppen. Er trekt een processie door het dorp, waarin op een soort gongen wordt geslagen en gedanst. Iedereen is in opperbeste stemming, en er worden geldboompjes (jawel, ze bestaan) meegedragen. Ze blijken op weg te zijn naar een tempel en geven tegen Jolande aan dat we uitgenodigd zijn. Dat laten we ons geen twee keer zeggen.

Bij de tempel maakt de stoet een paar rondjes rond het hoofdgebouw. Onder een prieeltje zitten al wat mensen te wachten, en de geldboompjes worden afgegeven bij een monnik. Langs de kant staan allerlei standjes met eten, en de een na de ander komt ons wat brengen of wenkt dat we toch echt wat moeten pakken. Een oude mevrouw komt haar blinde kleindochter aan ons voorstellen. Op het terrein zijn kinderen aan het spelen, en er vinden optredens plaats. Kortom, genoeg te zien.

We rijden door naar de dorpjes, die helaas tegenvallen. Het landschap is wel wat indrukwekkender en Wim mag op sommige weggetjes alle zeilen bijzetten, maar het is allemaal wat levenloos en we zijn dan ook al snel weer terug bij het hotel. Nog een gelukje dat we hier niet met vier man betaald hebben voor een tourtje.

En we rijden weer verder, één berg op en diezelfde berg weer af, naar Pai. Dit schijnt de verzamelplaats te zijn van zo’n beetje alle backpackers die het noorden van Thailand aandoen en we lezen gemengde verhalen. We gaan het zien, eerst die berg maar eens op. Het is nog steeds een behoorlijke klim die zelfs ergens de 14% aantikt, maar de echt steile stukken zijn minder frequent en minder lang. Bovendien zijn we al om half tien, dus ver voordat het heet wordt, op de top. Al met al vinden we het eigenlijk best meevallen. Of zou het toch ook een beetje gewenning zijn?

Hoe dan ook, Wim en Jolande halen ons pas in als we al een behoorlijk eind van de afdaling achter de rug hebben. En dat is meteen de laatste keer dat we ze zien, want zij rijden Pai een eindje voorbij.

Het uitzicht is vandaag een stuk interessanter. Heiïger dan de eerdere dagen, lijkt het, maar zowel tijdens de klim als in de afdaling kun je vaak een beetje wegkijken en is het uitzicht wat gelaagd.

Om precies zeven voor elf parkeren we onze fietsen bij de eerste 7-eleven in de bebouwde kom van Pai. Ik heb wat hotelletjes uitgezocht die niet in het centrum liggen, en we besluiten die af te fietsen. Het is nog vroeg, en we blijven hier een extra dag zodat ik een kookcursus kan doen dus wat extra tijd besteden aan de zoektocht naar een hotelkamer is de moeite waard. Wat zelden gebeurt, gebeurt nu. Alledrie de hotelletjes vallen enorm tegen. Onderweg komen we wel nog de twee Russen tegen. Wat een leuke lui, jammer dat dat communiceren zo lastig is.

Een hotel vinden in Pai is echter geen enkel probleem, want het is inderdaad een groot backpackerscentrum met overnachtingsplekken, restaurants en barretjes. We vinden uiteindelijk een geweldige kamer voor weinig in een rustig straatje, met meer dan genoeg plek voor de fietsen.

Als we het dorp inlopen moeten we even schakelen. Het is vast onze leeftijd, maar het publiek hier lijkt voor een groot deel te bestaan uit mensen die met bijzonder weinig kleren op reis zijn gegaan. Of misschien wel veel kleren, maar weinig stof. En dan zijn het ook nog eens kleren die Tatjana in Flodder waarschijnlijk afgewezen zou hebben omdat ze te trashy voor woorden zijn. Combineer dat met heel veel tattoo’s (als in, veel personen met veel tattoo’s) en je hebt een beeld. Mocht je hier trouwens rondlopen en beseffen dat je er met je 18 plaatjes toch nog niet helemaal bij hoort, dan kun je altijd nog een paar nieuwe laten zetten bij een van de vele tattooshops die het dorp rijk is. Of een tattoocursus volgen. Ennieweej, niet echt onze plaats, maar we besluiten toch een dagje te blijven. We kunnen weer iets niet-Thais eten en ik kan een kookworkshop doen.

Het Pai-publiek blijkt niet helemaal het publiek voor de kookworkshop die ik had uitgezocht. Veel value for money, enorm goede reviews maar 12 uur lang waarin je 20 gerechten bereidt en daarmee ook wat duurder en alleen interessant als je echt van koken houdt. Ik blijk de enige deelnemer, en daarmee gaat hij helaas niet door. Aan een van de straten met nog meer barretjes en restaurants zit Savoei, waar ze ook kookworkshops doen. Die hebben wat meer aanloop en kortere cursussen met de meer standaard gerechten, dus ook meer inschrijvingen. Ik besluit daar mee te doen.

Als ik ’s morgens vijf minuten voor aanvang arriveer ben ik de eerste. Ietsje later arriveren drie Zuid-Koreaanse meiden van in de twintig (Lin, Pin en Win, je verzint het niet), en verspreid over het half uur erna vijf Israeliërs. En ja, vijf minuten voor tijd plus een half uur erna is niet meer echt op tijd. Maar daar is al rekening mee gehouden, want we krijgen eerst koffie en rijstpannekoekjes met kokosmelk, om pas om tien uur aan de meest bizarre kookworkshop uit mijn leven te beginnen. En dat ligt geenszins aan Mei of haar medewerkers. Ik kook de door mij uitgekozen gerechten (chicken sweet en sour, groene papayasalade (som tam thai), gele kipcurry (gang garee gai) en heet-zure garnalensoep (tom yam kung)) en ze zijn allemaal supersimpel om te maken en heerlijk. De begeleiding is prima en alle vragen die ik heb worden beantwoord. Nee, het bizarre zit hem in de medekokers. Drie hebben er een kater (of we niet al te hard naar de markt kunnen rijden, want hoofdpijn), iedereen is alleen maar bezig met zijn/haar telefoon of aan het roken en terwijl ik mijn zelfgemaakte eten nog op zit te peuzelen vertrekt iedereen van tafel om ofwel te gaan videochatten ofwel een peuk op te steken. Op open vragen komen enkelwoordige antwoorden, en enige interesse in ofwel de medecursisten ofwel het eten lijkt afwezig. Stink ik? Dit heb ik echt nog nooit meegemaakt, terwijl ik toch al meer kookworkshops met anderen gevolgd heb, waar iedereen, ook al hebben ze als groepje geboekt, met iedereen kletst en geïnteresseerd is in de ander. Inmiddels is het een uurtje of drie geleden dat de kookworkshop is afgelopen, en ik kan er nog niet over uit.

Maar goed, uiteindelijk heb ik weer heerlijk gekookt, heb ik de recepten meegekregen en ben ik een bijzondere ervaring rijker.

Wilchard heeft terwijl ik aan het koken was het dorp verkend en had het snel gezien. Dit keer dus een rustig dagje voor hem.

Hij heeft wel nog een mooi voorbeeld van waarom het bloedlink is om hier rond te rijden. Tegenover de plek waar hij een noedelsoepje gegeten heeft zit een brommerverhuurbedrijf. Daar komen een vrouw met twee kinderen (11 en 16) twee brommers huren. Ze hebben overduidelijk nog nooit op zo’n ding gereden en krijgen uitgebreide instructie. Daarna rijden ze stotterend en pruttelend weg. Maar goed dat wij morgenvroeg om kwart voor zeven al het dorp uit fietsen. Ik hoop dat degenen die echt niet kunnen rijden zich beperken tot de omgeving van Pai, en die zijn zo vroeg nog niet wakker.

Pai uit gaat gemakkelijk. Als we een kopje koffiemix, een flesje melk en een tosti achter de kiezen hebben is het licht genoeg om te vertrekken. De eerste 12 km schommelen we nog wat, maar daarna gaat het een kilometer of vijf met 10+% omhoog. Gelukkig is het nog koel en rustig op de weg. Tijdens onze tweede adempauze worden we ingehaald door vier brommeraars. Bij mevrouw nummer twee valt haar mond letterlijk open als ze ons ziet. Verreweg de grappigste reactie van vandaag, alhoewel de vele duimpjes ook extra energie geven.

Tegen elven hebben we er dertig km op zitten en de belangrijkste klim achter de rug. Ja, we moeten nog steeds een meter of zeshonderd omhoog, maar mogen dat plus alles wat we al geklommen hebben ook nog naar beneden. Als we het geplande eindpunt van de dag bereikt hebben besluiten we nog een stukje verder te rijden. Daarmee zijn we dan definitief de bergen uit en houden we een kort vlak dagje over naar Chiang Mai.

Ook al hoeven we niet ver, we zitten toch bij zonsopkomst op de fiets. Ook hier in het dal is het heiïg, maar lang niet zo erg als in de bergen. Hier zien we ook weer groene rijstvelden, terwijl die er in de bergen verbrand dan wel bruinig bij lagen.

7 thoughts on “De Mae Hong Son Loop”

  1. Wat een prachtig reisverhaal met diverse foto’s.
    Dank jullie wel. Groetjes Marga

  2. Wendy wat zien je maaltijden er zalig uit! Ik snap je verbazing over de mede kookcursisten. Er zijn gewoon rare mensen op deze wereld. Wat een steile maar mooie wegen. En ja het gaat wennen, ik weet dat van vroeger in de alpen klimmen. Wat een gespierde armen en benen hebben jullie. Om jaloers op te zijn. Ben dus weer helemaal bij met jullie prachtige verhalen en fotos. Geniet lekker verder, dan doen wij dat middels jullie blogs ook. Enjoy!

  3. Wat een leuke drukke blog! Jullie zijn wel lekker bezig 0. Fijn als je bekenden ontmoet zover weg en dezelfde interresses hebben! Doe kookcursus ,rare medecursisten,! Maar wat ziet het er lekker uit! Recepten mischien uitwisselen??? En weer sjieke foto’s! Moet wel raar volk zijn geweest dat “naakte”volk als jullie daar zo van opkijken! Dan maar ringen om de hals!!!!👍

  4. Ik weet precies hoe het voelt, al die bijna naakte toeristen met heel veel praatjes en dan ook nog heel chagrijnig kijken. Ongelooflijk, dat ze gewoon thuisblijven. Leuk de kookcursus, inderdaad jammer van je medecursisten. Tot jullie volgend verhaal…

  5. Als ik die klimmen zie knap dat jullie die kunnen fietsen wel goed voor de kuitspieren.
    Het eten ziet er erg lekker uit,zo kun je als jullie ooit terug zijn nog wat Thai`s koken.

Comments are closed.