Naar de grens

Chiang Mai is de stad waar ik mijn beste kookworkshop op reis ooit heb gehad, en wel bij Trichada the cookery school. Dus die gaat in de herhaling. Oui haalt me op bij het hotel en samen met Megan, de Amerikaanse medecursiste, gaan we naar de markt. Ik ga drie gerechten maken die ik uit Ouis lijst heb uitgekozen, en twee gerechten die er niet op staan maar die typisch zijn voor noord-Thailand.

Alle vijf de gerechten zijn niet moeilijk om te maken. Het meeste werk is de currypasta, maar in Nederland zou ik gewoon één keer een grotere hoeveelheid maken en die in kleinere porties invriezen.

De kookles van vandaag krijgt een gedeelde eerste plek met die van de vorige keer. Mocht je ooit in Chiang Mai zijn (of iemand kennen die naar Chiang Mai gaat) en zelf een keer Thais willen koken, dan is Trichada zeker een aanrader.

Ik maak dit keer Nam Prik Ong (een noord-Thaise ‘dipsaus’ die je eet met kleefrijst en rauwe groenten), Khao Soi (een noord-Thaise curry), dronken noedels (roerbakgerecht, ideaal voor restjes), een heldere soep vergelijkbaar met Tom Yam en Thaise custard met pompoen. Mijn favoriet is de nam prik ong.

Wilchard vult zijn dag op dezelfde manier als twee jaar geleden toen ik deze kookworkshop deed (bezoekjes markt) en gaat op zoek naar een extra batterij voor onze GPS. De marktjes lukken, de batterij helaas niet. Maar gelukkig werkt onze navigatie ook op AA-batterijen, dus indien nodig kunnen we daar altijd op terugvallen.

Één dagje Chiang Mai vinden we wel weer genoeg, en we rijden verder noordwaarts. De eerste dag is lekker simpel. Grotendeels vlak, en wat er aan klim in zit mag geen naam hebben. Het landschap is prachtig. We rijden langs bergen af en tussen heuvels door. Hier kunnen we ook wat verder wegkijken, en omdat de steile hellingen ontbreken is het sowieso veiliger om om je heen te kijken dan tijdens de Mae Hong Son loop.

Dag twee volgen we dezelfde route als toen we de vorige keer in de regio waren. Dat betekent dat we na een kilometer of tien de 107 verlaten en een viercijferweg opdraaien. Meteen is er zo goed als geen verkeer meer. De brede vluchtstrook waar we op de 107 gebruik van maakten is ook weg, maar die hebben we hier niet meer nodig. Nog eens tien kilometer verder slaan we linksaf, een vallei met boomgaarden in.

Op deze onverharde weg rijdt alleen nog maar bestemmingsverkeer. En we genieten, het is fantastisch mooi. De gravelweg is van goede kwaliteit, dus we kunnen lekker om ons heen koekeloeren. We hebben heet water bij ons in onze thermoskan, dus een kopje koffie op de overdekte zitplaats bij het voetbalveld van een van de drie dorpjes in de vallei smaakt prima.

Aan het einde mogen we richting verharde weg. We hebben hier twee keuzes. De vorige keer kozen we rechtsaf, maar die ging toen, over inmiddels slecht wegdek, steil naar boven en weer steil naar beneden, en daarna op asfalt weer met 16% omhoog. We kiezen dus voor links. Op papier ziet die er er een stuk eenvoudiger uit. Op papier. In het echt is hij op sommige korte stukken toch nog erg steil. Te doen op asfalt, maar hier ligt een zandweg met geultjes. Kortom: duwen. Zelfs Wilchard komt niet fietsend boven. Naar beneden loop ik ook. Gelukkig duurt het niet te lang en bestaat het laatste deel van deze binnendoorroute uit betonnen platen, waarover het prima fietsen is. En zo komt onze alternatieve route op de doorgaande weg uit, net na de steile klimmetjes die we de vorige keer bedwongen hebben.

Vanaf hier gaan we wel nog wat omhoog, maar meer omlaag, en over goed asfalt met weinig verkeer. Prima fietsen dus. Als we weer bij de hoofdweg komen eten we een noedelsoepje en slaan we rechtsaf. Deze weg volgen we ook de volgende dag. Zo’n beetje halverwege de dagafstand zit een dorp waar Padaung wonen. Anderhalf jaar geleden zijn we hier ook gestopt, en nu volgen we hetzelfde scenario. Ik ga onder een afdakje zitten lezen, Wilchard bezoekt het dorp.

Net voor de plek waar de entree betaald moet worden, heeft een groepje vrouwen van de Akha stam een stalletje met souvenirs neergezet. Zo proberen ze een graantje mee te pikken van de toeristen die speciaal voor de vrouwen met ringen rond hun nek komen. Blijkbaar hebben ze al goed verkocht vandaag of heeft er iemand een leuke grap verteld, want er hangt een opperbeste stemming.

Omdat we dit keer wisten dat dit dorp op de route zat, zijn we wel iets beter voorbereid: met het warme water uit de thermosfles kan ik mooi een kopje koffie zetten.

En er is nog een voordeel ten opzichte van de vorige keer. Wilchard kan in het dorp de foto’s die hij de vorige keer gemaakt heeft terug laten zien. Dit tot grote tevredenheid van de eerder geportretteerde, die meteen de kleindochter van drie jaar erbij roept. Ook hier is een smart phone geen onbekend terrein, er wordt druk geswiped om te kijken wie er op de andere foto’s staat. Sowieso is er meer interactie. Wilchard is de enige toerist op het moment dat wij er zijn, en dat betekent dat iedereen haar winkeltje verlaat en doorgaat met de dagelijkse werkzaamheden. De kids willen high-fiven en leren knipogen, de een met wat meer succes dan de ander. Mocht je trouwens denken dat de gewoonte om die ringen rond je nek te dragen langzaam uitsterft, dan heb je gelijk. Veel jonge meiden dragen ze niet meer. Maar dat wil helaas niet zeggen dat er geen kinderen zijn die deze traditie nog voortzetten.

Meteen na het dorpje gaat het omhoog. Er zit vandaag maar één klim op de route, en die is maar een paar kilometer, maar wel flink steil. Ik weet nog dat ik de vorige keer een stuk heb moeten duwen. Dit keer kom ik fietsend boven, alhoewel die 14% flink aanpoten is. Boven sloegen we anderhalf jaar geleden linksaf, over her en der nog steilere weggetjes naar Mae Salong. Daar hebben we zelfs nog een uitspraak aan overgehouden. Net voor de allerlaatste klim riep ik toen “we can do it!”, wat halverwege veranderde in “we can duw it”. Die kreet reserveren we nu voor steile stukjes. Dit keer slaan we niet linksaf, we gaan rechtdoor. En dat betekent dat we wat we zojuist geklommen hebben ook weer mogen afdalen.

In Mae Chan zoeken we hetzelfde hotel op waar we de vorige keer geslapen hebben en boeken we meteen maar twee nachten. We herkennen het meisje achter de receptie zelfs nog. Zij ons helaas niet.

Op onze vrije dag pakken we de fiets en rijden we over de vluchtstrook van snelweg nummer 1 richting Chiang Rai. Scenic is het niet met al dat verkeer, maar het rijdt niet harder dan 80 en houdt fors afstand, dus onveilig is het zeker niet. Onze eerste bestemming is een soort openluchtmuseum waar vijf verschillende stammen naast elkaar wonen.

Ik parkeer me met een kopje koffie en e-reader onder een afdakje, Wilchard gaat naar binnen.

Al is het een soort museum, ook hier zijn het gewoon plekken waar mensen wonen en leven. Er zijn vijf dorpjes, die allemaal door een andere stam worden bewoond. Ze liggen wel bij elkaar in de buurt, maar een stukje uit elkaar. De huizen, allemaal op palen met een dak van gras en een houtvuurtje in het midden (de keuken), zien er trouwens in ieder dorp hetzelfde uit.

Er zijn nog een paar toeristen meer, maar omdat het wat groter is vallen die nauwelijks op, en ook de verkoop van toeristische prullaria is hier minder aanwezig dan in de dorpen die Wilchard eerder bezocht. De inwoners zijn vooral gewoon bezig met leven. Er wordt een nieuw dak gemaakt, gekookt en een herder gaat op weg met zijn kudde koeien.

Onze tweede bestemming van vandaag is het zwarte huis. Dit gebouw is ontsproten aan het brein van een Thaise kunstenaar en schijnt redelijk griezelig en fascinerend te zijn. Schijnt, want als we net voor de ingang staan word ik zo kriebelig van de mannetjes die ons richting parkeerplaats dirigeren en de toeristenbusjes, dat we besluiten om te draaien en terug te fietsen naar Mae Chan. We lunchen onderweg, halen een heerlijk ijsje bij de Dairy Queen, laten onze fietsen schoon maken en genieten bij het hotel van een welverdiend biertje.

Veertig vlakke kilometers brengen ons via een rustig weggetje naar de grens met Laos. In Chiang Saen zien we ook voor het eerst de Mekong weer, die tussen Thailand en Laos stroomt. Er is hier wel een grensovergang, maar daar mogen buitenlanders geen gebruik van maken. We blijven hier dus een dagje, en daarna fietsen we iets verder naar het zuiden, waar we er wel over mogen.

In Chiang Saen hebben we het meest fantastische hotel sinds we vertrokken zijn. Geen idee wat de naam is, want die staat alleen in het Thais aangegeven, maar wij vermoeden Hello Kitty. Dat is in ieder geval het tot in het extreme doorgevoerde thema. Werkelijk alles is roze, en ze hebben zelfs ergens badkamertegeltjes met de bekende kat op de kop weten te tikken. Het bijbehorende zwembad met reuzeglijbanen wordt naast door ons door de plaatselijke jeugd gebruikt. Degenen die zelf geen zwemkleding hebben, kunnen die hier huren.

Als we in de avond op zoek gaan naar een plek om wat te eten, blijkt hier op zaterdag een grote avondmarkt te zijn. Een kilometer of anderhalf van de grote doorgaande weg is afgezet met vooral eetkraampjes. Hier kun je je boodschappen doen als je daar eerder niet aan toe was gekomen, maar ook kant-en-klare maaltijden kopen, aanschuiven aan een tafeltje om wat te eten of gewoon lekker snacken en snoepen.

Op onze rustdag passen we ons aan aan het tempo van Chiang Saen. Wat betekent dat we heel rustig aan doen. Uitslapen (ik), zwemmen (Wilchard) en de rest doen we samen: ontbijt, wandeling langs de Mekong, bezoek aan de markt, lunch, wat rondlopen langs oude ruïnes, middagdutje en avondeten. En dat was het wel weer. Oh, en het is weer tijd voor een bezoekje aan de kapper.

Op weg naar de grensovergang die we wel over mogen volgen we zoveel mogelijk de Mekong. De kortste weg gaat binnendoor en heeft wat meer hoogteverschil, tot een kilometer of 12 voor Chiang Khong is het voor ons redelijk vlak. Daar komt ons mooie rustige weggetje ook samen met de hoofdweg, die zo goed als net zo rustig is maar gemaakt op groei. Bijna de hele route kijken we Laos in, en zien we de bergen die ons daar te wachten staan. Maar eerst nog een laatste overnachting in Thailand, voordat we morgen op ons gemakje de grens over gaan.

7 thoughts on “Naar de grens”

  1. Je mag best een apart tabje aanmaken met de recepten hoor, op deze mooie website! Leuk om via een toevallige ontmoeting met jullie aan de grens hierop terecht te komen. Bijzonder om zulke herkenbare plaatjes te zien. Inspirerende foto’s, schitterend! We wensen jullie veel fietsplezier in China. Groetjes van Raymond en Femke.

  2. Dat eten moet wel lekker gesmaakt hebben, kan niet anders!! Wat weer sjieke foto’s. En ook veel kleuren van die mensen. Was je nu tevreden met de kapster?😀. Wat zal het soms heerlijk rustig zijn als je daar zo fietst. En dat “kitty” hotel grappig! Geniet maar weer van de volgende uitdaging.
    Heel veel groeten oet Helje!!

  3. Ik heb net gegeten maar als ik de foto’s van de kookworkshop zie loopt het water me in de mond. Wat ziet dat er heerlijk uit. En fantastisch ook al die portretfoto’s!

  4. Wat geweldig enwij maar bibberen hier ,Wendy wat leuk die kookshop,ik was hier aan het kwijlen dat zag er zo heerlijk uit, wat een belevenissen allemaal.wat fijn dat jullie dat samen allemaal mogen en kunnen mee maken.prachtig.op naar volgend avontuur.we zijn weer benieuwd.lieve groetjes uit panningen wiel en marieke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *